Blog

‘Het is in opdracht van Mark Rutte,’ zeg ik. De man kijkt me aan, verbaasd en boos tegelijk

“Zo. Dat gaat lekker,” zegt de man, die in korte broek met rugzak om langs me loopt. Hij klinkt zuur. Niet alle wandelaars lopen in sferen van ‘hoppa, de paden op, de lanen in en wat schijnt de zon toch fijn’. Sommige lopen narrige verongelijkte kilometers. Ik vraag me weleens af waarom. Blijf thuis, zou ik ze aanraden. Ga liggen. Op de bank of zo. Ik heb net een bak vol onkruid op de dijk gekiept. Tevreden. Het bloemperk ziet er weer strak uit. Het ongewenste groen geef ik terug aan de natuur. Als een soort compost. Of dijkverzwaring.

“Ja. Heel lekker,” zeg ik dan ook tegen de man. Onderwijl klop ik de laatste kluiten uit de bak. Ziezo. Missie geslaagd.
“En dat gooi je zomaar op de dijk,” vervolgt hij.
“Ja.”

“En je vindt dat dat allemaal maar kan.”
Hij wandelt niet meer. Ik denk dat hij moe is. Daarom is hij zo chagrijnig. Wie weet waar hij nog helemaal heen moet? Ik niet. Misschien is hij nog niet eens halverwege. En hij loopt al zo te zweten. Nou ja, ik zweet ook. Dat wieden gaat niet in m’n kouwe kleren zitten. En dat gesleep met zo’n volle mand naar de overkant van de dijk ook niet. Maar er moet nog een antwoord komen op deze poging mijn ziel te doorgronden.
Dat wordt: “Inderdaad.”
“Het zal me een mooie bende worden als iedereen zijn rotzooi zomaar overal neergooit,” moppert mijn wandelaar. Hij staat een beetje gebogen. Ik denk dat hij het in zijn rug heeft.
“O, maar dit is groen. Dat verdwijnt weer. Dat composteert,” leg ik uit. Mijn toon is heel anders dan die van de man. Ik gooi er al mijn zonnigheid in. Kill die zeurpieten met love, dat werkt vaak het best. En misschien een grapje. Soms lukt dat. Dus ik voeg eraan toe: “Bovendien is het in opdracht van de minister-president. Mark Rutte. Die zei het zelf.” Daar kijkt de man van op. Letterlijk. Hij kijkt me aan, verbaasd en boos tegelijk. Een wonderlijke combinatie van een opgetrokken wenkbrauw en een lage, als een streep boven zijn oog.

Ik zeg: “Ja. Rutte zei: ‘Breng de dijken op deltahoogte en blijf thuis.’ Of andersom. Daar wil ik vanaf wezen.”

Ik hoor hem zuchten. Zachtjes. Hij vervolgt zijn weg. En ik mijn speech. Ook zachtjes. Zodat ik weet dat hij het geluid langzaam hoort wegebben. “Dus ja, dat doe ik dan maar. Als Rutte zoiets van je vraagt, zeg je geen nee. Het is nog een heel gedoe, maar door regelmatig te wieden, draag ik mijn portie bij. Ach, waarom niet? Als iedereen zou…”
Tegen die tijd is hij al bij de brug. Ik kijk hem na. Hij kijkt niet om.

Lees hier het artikel 20-35 Marjan

Over Zen worden zonder hengel. Over Bob. Over podcasts.


Sinds ik luister naar podcasts heb ik mijn zenpunt gevonden. Ten diepste. Vissers, eindelijk ben ik als jullie. Ik zit en staar. Diep gelukkig.
En geloof me, ik heb een lange weg afgelegd om dat te bereiken.
Voor wie dit verwarrend klinkt, even vanaf het begin. Ik heb een diepe onrust in me. Heel diep. Zo’n gevoel dat je, als je ergens bent, altijd denkt dat je eigenlijk ergens anders had moeten zijn. En als je daar ten diepste aan lijdt, gaat dat ver. Zo dacht ik vroeger altijd al dat ik wel geadopteerd moest zijn, want deze ouders konden nooit echt de mijne zijn. Dat mijn zus mijn zus was, geloofde ik. Onze stemmen leken op elkaar. Ik nam dus aan dat zij ook geadopteerd was. Mijn broer bevestigde mijn vermoeden. Soms zelfs hardop.

Zo’n onrust zet zich voort. Heb ik met die jongen verkering? Ergens anders is vast een leukere jongen. Ben ik met die man getrouwd? Hè? Wanneer dan? De kat zit boven in het gordijn, dus ik had toch die andere kitten moeten kiezen. En dit dorp in Frankrijk is niet leuk. Een dorp verderop, daar begint de echte schoonheid van deze regio.

Na zo veel jaar wil ik weleens van die onrust af. En ik heb een uitstekend voorbeeld: vissers. Die hebben het voor elkaar. Zitten en staren. Dat wil ik ook. Maar een vis van een haak halen lijkt me niks en vissen zonder haak is te zinloos. Ik moet gaan mediteren. Dat zal alles oplossen.

Ik probeerde door de jaren heen van alles. Cursussen, klankschalen, zenmeesters die mij in contact proberen te brengen met mijn diepe innerlijke rust: niets hielp. Mijn gedachten schieten altijd van de ene kant naar de andere en ik heb voortdurend het idee dat er elders een betere methode is. Heel onrustig allemaal.

Dan staat er een artikel in Margriet. Over podcasts. Oudste kind had al eens opgemerkt dat het wel iets voor mij zou zijn. Maar ik begreep niet precies hoe. En waar. En wat. Dat legt dat artikel helemaal uit. Voor wie het wil nalezen: het staat in nummer 21.

Ik download de app op mijn telefoon, duw de dopjes in mijn oren en zoek mijn eerste podcast uit. Het wordt Bob. Vlaams gesproken, prachtig zangerig, lief, vol aandacht. Een ontroerend verhaal in zes delen.
Ik zit in de tuin op het bankje. De zon schijnt, ik heb een rieten hoedje op mijn hoofd, staar over het water en luister.
Soms zet ik hem even uit, aan een knopje langs dat snoertje. Dan haal ik een kopje thee voor mezelf, zet me weer op dat bankje en vervolg verhaal en geluk.
Inmiddels ben ik heel wat verhalen verder. Mijn geluk stapelt zich op. Dus voor het omvalt, deel ik het graag met je. Word zen! Ga podcasten!

Bekijk hier het artikel 20-34 Marjan

Actie voor Inloophuis Pisa

Ze stond in de krant, Karen van Deuren, bezig met een actie voor Inloophuis Pisa. Dat stralende koppie glom me tegemoet. Dus ik appte meteen: ‘Hé, wat een heerlijke zaterdagochtend als jij me zo vrolijk aankijkt vanuit onze krant!’ Krijg ik natuurlijk meteen uitleg over haar actie. Karen voor Pisa. Weet ik wel wat dat is? Nou, vaag.

Uitleg volgt: Inloophuis Pisa is voor iedereen die met kanker wordt geconfronteerd: mensen die getroffen worden door kanker, hun naasten en hun nabestaanden. Wat ze allemaal doen is niet samen te vatten. Je kunt beter even kijken op inloophuispisa.nl.

Maar corona trekt een lelijke streep door dat inlopen. En juist waar mensen schreeuwen om contact, is er ineens een belemmering. De inkomsten van Pisa lopen enorm terug, want alle evenementen die ze organiseren om fondsen te werven, zijn al enige tijd niet meer mogelijk. Vandaar dat ze nu samen met het KWF bezig zijn met ‘Huis in Actie’. En daar mag iedereen aan meedoen.

Dus stortte Karen van Deuren zich daar vol in. Ze zette haar kunst te koop op Marktplaats. Echt superleuk! Zoek op Marktplaats naar: Karen voor Pisa en dan zie je meteen alles wat ze aanbiedt op een rijtje. Je mag bieden, zij stuurt het op en de opbrengst gaat naar Pisa. Topplan.

En ze las in mijn laatste interview dat ik tegenwoordig ook schilder. “Kom op met die schilderijen!” nodigde ze me uit. Eerlijk is eerlijk: ik kan dat niemand aandoen. Er zou ook geen bod komen, vrees ik.

Maar ik heb wel boeken! Zelf geschreven en/of zelf uitgegeven! Na het nemen van deze foto ging Karen weg met een enorme stapel. In ieder boek zit een handgeschreven bedankje op een mooie poëziekaart van Plint, wat op zich al een cadeautje is.

Wat is nu de bedoeling? Ga naar Marktplaats. Zoek op: Karen voor Pisa. En ga bieden! Alle boeken zijn nagelnieuw en hebben een winkelprijs, dus bied je de winkelwaarde, of hoger. En de hele opbrengst van elk boek gaat voor 100 % naar inloophuis Pisa.

Heb je een boek bemachtigd? Super! Dan rest je niets anders dan lekker te gaan zitten lezen in de heerlijke wetenschap dat mede dankzij jou Inloophuis Pisa openblijft voor alle mensen die het nodig hebben!

#karenvoorpisa #kwf #huisinactie #inloophuispisa #marjanvandenbergteksten

Ik woon in de polder. Ik ben een wandelend poldermodel. Ook wel ‘het stille midden’ genaamd

“Nou, jij post anders ook nooit op Facebook hoe je erover denkt. Of op Twitter. Dus waar sta jij?” Vriendin is boos. Boos op de wereld, want er is een coronacomplot waar maar één mens rijk van wordt en dat is Bill Gates. Ik loop met mijn ogen dicht dat ik dat niet heb gezien. Zegt zij. Dus is ze ook boos op mij. Ze vindt het vreselijk dat ik niet inzie dat de coronapandemie is gestart om iedereen in de toekomst te vaccineren. Vriendin is ‘anti-vaccer’. Dus dat vaccin, waar de hele wereld reikhalzend naar uitkijkt, wil zij niet. Ze wil ook geen vaccin tegen polio. Of tetanus. Ze wil niks. Vooral omdat ze denkt dat het coronavaccin een stof zal zijn waardoor wij allemaal willoos worden. Dan is Bill Gates de baas. “Maar waarom zou hij?” vraag ik dan. Ik kan me niet voorstellen dat je de baas wilt zijn van de wereld. Wat haalt een mens zich op de hals? Helemaal geen menselijke taak ook. Nooit aan beginnen, zou ik aanraden. Mijn vriendin ziet dat anders. Ze ziet ook verbanden met ‘Black lives matter’, de wereldwijde beweging na de afschuwelijke moord op George Floyd. (Nu zeg ik daar iets over. Want ik had het kunnen beschrijven als ‘tragische dood’. Maar die nuance pikt vriendin niet op.) “Daar heb je ook geen statement over gemaakt!” zegt ze.

Inderdaad. Ik had dat kunnen doen. Ja.
Maar had ik het moeten doen? Nee.

Waarom doe ik het niet? Omdat ik denk dat het niets toevoegt. Ik hoor mijn mening deels in meningen van anderen. Dan ben ik het dus deels met hen eens. Er zit altijd wel een klein randje dat ik net even anders voel. Genuanceerder. Vergevensgezinder. Of scherper. En ik wil zo graag niemand de maat nemen. Want dat doen we constant. We nemen elkaar de maat. Genadeloos. De grootste schreeuwers in het debat zijn geen passen aan het zetten op een pad dat we samen kunnen bewandelen op weg naar begrip en liefde voor elkaar. Welnee. Die zijn keihard bezig anderen van dat pad af te duwen. Als je een stukje meewandelt, krijg je algauw te horen dat je hier iets mankeert, daar iets tekortkomt en er eigenlijk niet helemaal bij hoort. Of dat je makkelijk praten hebt vanuit je vrijstaande huis met tuin en man en (klein)kinderen en hond. En dat is dan nog waar ook.

Ik ben dus niet van de polarisatie. Ik woon in de polder. Ik ben een wandelend poldermodel. Ook wel ‘het stille midden’ genaamd. We zijn met veel, in dat stille midden. We zijn heel divers. En we posten weleens wat op de sociale media. We posten de foto van twee jonge houtduiven op hun nest in de pruimenboom. Omdat we hopen dat onze vriendinnen dan vertederd raken. En minder boos.

Lees hier het artikel 20-33 Marjan

Door corona wordt de afspraak uitgesteld dus heb ik de tijd om te duimen dat het vanzelf over gaat

Ik vul de auto met geluid. Klets Jan de oren van het hoofd, tot het bijna kwart voor drie is.
“Ga nu maar,” zegt Jan, één minuut voor het zover is. Ik ben eindelijk stil en stap uit. Ga de trap op van de kliniek voor parodontologie en lees het bordje met aanwijzingen op de deur. Eerst je handen ontsmetten. Aanwijzingen opvolgen. Niemand meenemen, tenzij noodzakelijk.

En nog wat punten die ik in de paniekvlaag, die ik nu al uren zit weg te puffen, niet kan onthouden.
Er moet vandaag een schroef worden schoongemaakt. In mijn mond. Die heeft kaakchirurg Lodewijks 25 jaar geleden in mijn kaak geschroefd en daarop plaatste hij een tand. Toen hij ermee klaar was, deed hij een stap naar achteren, riep zijn vrouw die werkzaam was als zijn assistente en riep, met een breed armgebaar: “Kijk nou eens hoe mooi!” Dat is wel het allerliefste wat je kunt doen als kaakchirurg. Ik denk dus nog geregeld aan hem, al is hij allang niet meer onder ons.

Maar nu zit er ineens een pocket bij die schroef. Dat noemt mijn tandarts zo. Acht millimeter. Ontsteking. Moet je niet willen bij een schroef die je kaak ingaat. Hopla. Verwijsbrief. Bellen voor een afspraak.

“Ze kunnen dus van alles beweren. Ik heb nauwelijks ergens last van,” mopper ik een tijdje onwillig. Maar die afspraak maak ik wel. En die afspraak wordt nog aardig uitgesteld door corona, dus ik heb rustig de tijd om te duimen dat het vanzelf over gaat. Dat doet het natuurlijk niet. In de kliniek volg ik alle instructies op. Stapjes naar links om iemand te laten passeren, handen met handgel, mond met waterstofperoxide, schort over mijn hele lijf en als hoogtepunt: kap over mijn hoofd met alleen een gaatje bij mijn mond.

“Dan heeft u ook niet zo’n last van de operatielamp,” zegt de assistente ter geruststelling. Maar ik denk meteen aan zenuwachtige paarden die een kap over hun hoofd krijgen om rustig te blijven. Want dat is het natuurlijk. En het werkt niet. Mijn onderkaak begint na een kwartiertje te trillen. Ik krijg het niet onder controle.

“Nog één hechtinkje,” zegt de paradontoloog na ruim een halfuur. “O nee. Nóg eentje. Houd vol.”
Ze pakken me voorzichtig uit. Zetten me rechtop. Herinneren me eraan dat ik de trap op moet. Maken een controleafspraak en beloven me daar nog een mail van te sturen, omdat ze zien dat ik niets meer kan onthouden. En ze wijzen naar de deur. “Dáár kunt u eruit.”
Ik vind vrij snel de auto terug en stap in. Daar zegt Jan: “Barst maar los. Of houd je voorlopig liever een tijdje je mond dicht?”

Lees het bericht hier 20-32 Marjan

Als ik goed kijk en eerlijk ben, zie ik dat ze punk waren, ver voordat er punk bestond

“Ja, natuurlijk kan ik dat.”
Ik ben zelden zo van mezelf overtuigd. Maar als Jan vraagt of ik in staat ben zijn haar te knippen, aarzel ik geen moment. Ik heb de kinderen vroeger ook weleens geknipt. Hij was daar destijds geen getuige van, want hij maakte nog geen deel uit van ons leven. Hij zal het van me moeten aannemen. En hij lijdt onder plukken die opkrullen bij zijn oren. “Graag! Morgenochtend,” zegt hij.

“Ik ga morgen Jan een beetje bijknippen,” vertel ik mijn jongste kind aan de telefoon. Die verslikt zich meteen in een acute lachbui. Ze zegt: “Ik ga hem waarschuwen.” Ze hangt op en belt Jan. Hij luistert aandachtig. Bedankt haar plechtig. En zegt: “Ik ga erover nadenken.” Jongste meldt op de familieapp: ‘Mama gaat Jan knippen. Morgen.’ Zussen reageren met: ‘Och hemel. Ik heb dat nooit helemaal kunnen verwerken.’ En: ‘Ik heb er EMDR voor gekregen. Nu gaat het wel.’ Ze posten er foto’s bij van drie leuke kleine kindjes in roze joggingpakken met stoere koppies. Koppies om op slag verliefd op te worden. Korte koppies ook. Als ik goed kijk en eerlijk ben, zie ik dat ze punk waren, ver voordat er punk bestond. We waren op vakantie met een camper, ergens midden in Frankrijk. Het was warm. Ze klaagden over haar in hun ogen en ‘Zo warm, mam, in mijn nek…’ Dus ik pakte de verbandschaar en knipte hier en daar wat plukken weg. Ze huppelden blij de bergpaadjes op en verlegden stromende bergbeekjes met gevonden zwerfkeien. Drie lekkere kinderen met kortgewiekte haartjes.

Pas jaren later kreeg ik te horen dat die knipbeurt was uitgegroeid tot een jeugdtrauma. Zeker in combinatie met vreselijke joggingpakken (drie halen, twee betalen) en de jassen op de groei (mouwen drie keer omslaan). Ik heb nog zo’n jas. Ik trek hem weleens aan, als ik Bente ga uitlaten. Hij zit mij lekker ruim.
‘Wij hebben erg onder jouw kappersambities geleden, mam! Blijf van die arme Jan af!’ appt een kind. Jan verwerkt het allemaal zwijgend. Hij informeert wel of ik een kappersschaar heb. En nee, die heb ik niet. Maar ik denk dat ik met mijn keukenschaar een heel eind kom. “Misschien mag Anita snel weer aan de slag,” zegt hij. Anita knipt namelijk heel wat hoofden in dit dorp. Maar nu helaas even niet.
“Ik doe het graag voor je, hoor,” zeg ik grootmoedig. “En het is natuurlijk alleen maar bij je oren. En misschien iets aan de achterkant. En dan bovenop een beetje. Wat is daar nu aan te verknoeien?”
Ik denk dat Jan meteen daarna Rutte een brandmail heeft gestuurd. Ineens mocht die kapper weer open.

Lees het artikel hier 20-29_30 Marjan

Ik heb de neiging alles kleiner te maken. Minder belangrijk

“Doe je ook mee? Vanavond?” Ik zit in een vrouwennetwerk. Super inspirerend vind ik dat. We hebben heerlijke avonden met sprekers die ervoor zorgen dat je huppelend de meeting verlaat, totaal vastbesloten om van je eigen bedrijf een zakelijk succes te maken. Dat voel ik ook. Vaak. Maar ik heb twee kanten. Mijn andere helft vind het woord ‘meeting’ al een niet te nemen hobbel. Waarom heet dat niet gewoon een bijeenkomst? En om mijn gedoetje nu een bedrijf te noemen, dat vind ik ook weer veel. Ik heb de neiging alles kleiner te maken. Minder belangrijk. En als ik echt aspiraties krijg om iets uit te vergroten, wacht ik stilletjes af totdat die neiging gezakt is. Omdat ik in dat geval bang ben dat het te veel op werk gaat lijken. Waardoor ik het vast minder leuk ga vinden.

Nu ons netwerk niet bijeen kan komen, organiseert het bestuur Zoom-bijeenkomsten, WebConferenties, ConferenceCalls en weet ik wat nog meer. En ik denk alleen maar: dat wil ik allemaal niet. Ik ben een beetje ondergedoken in mijn coronabubbel. Ik schoffel in de tuin. Ik schrijf wat. Ik schilder een beetje. Ik pas op de kleinkinderen sinds het moment dat de scholen weer zijn begonnen. En verder? Niet veel. Net op het moment dat ik me zorgen begin te maken over mijn eigen duikgedrag, staat er een patroon in onze krant. Van een mondkapje. Vanaf 1 juni verplicht in het ov. Vier maten. Dubbel katoen, waar je een filter in kunt schuiven. Elastiekjes achter je oren. Buurvrouw Riet heeft plastic bewaarboxen vol lapjes. Een uur later zitten we op anderhalve meter van elkaar aan mijn grote puzzeltafel. We naaien mondkapjes.

We verkopen ze. Drie euro per stuk, bijna voor niks. De hele familie is al voorzien. Er komen mensen T-shirts brengen met hun bedrijfslogo. Dat verknippen wij, we zoeken er een voeringstofje bij en zijn innig gelukkig met het resultaat. Ik maak voor de mop een wit mondkapje met een grote clownsmond en een rode neus. Als je die in de trein draagt met een zwarte hoed en een zonnebril, krijgt de conducteur geheid een hartverzakking. En de rest van de passagiers ook. We bedenken daarna een modelletje Dracula met enorme snijtanden. En een konijn met twee grote voortanden en een lief zwart neusje. Zakelijke gezien is het een flop. Na uren en uren hebben we net genoeg verdiend om samen een keer te gaan lunchen. Dan mogen de mannen niet mee. Tenzij ze zelf betalen.

Maar toch, ik doe vanavond niet mee aan de netwerkmeeting. Ik heb geen tijd. Hoe inspirerend ook, ik wil die lezing niet horen. Ik zit lekker achter mijn naaimachine en ik investeer in geluk.

Lees hier het column 20-28 Marjan

En dan zingen we ‘You’ll never walk alone’. Of is dat te erg? Ja. Dat is te erg. Dus we doen het

“Die arme Riet. Tot haar knieën in de corona en ook nog eens geen verjaardag.” Ze is een bijzonder mens, buurvrouw Riet. SEH-verpleeg- kundige (SpoedEisendeHulp) en daardoor van onschatbare waarde voor iedereen op ons dijkje. Wij consulteren altijd eerst haar. De huisarts ziet ons zelden. We hoeven niet eens bij Riet langs. We appen gewoon een foto en zetten er iets bij: ‘Ik heb hier overal pukkels, Riet. Kan dat kwaad?’ En dan Riet: ‘Nee joh.’

En ze zou met pensioen. Ze had al een cateringbedrijf opgericht met een oud-collega die ook heel lekker kan koken, ze zou brocantemarkten bezoeken met haar zus en daarvoor geregeld strooptochten naar ouwe meuk uitvoeren in nabije buitenlanden en ze zou dit najaar met mij samen alcohol gaan stoken. Daar moeten we nog een distilleerketel voor aanschaffen en aandelen uitgeven aan fruitbomenbezitters in ons dorp. Kortom: ze had er ernstig voor gewaakt in een gat te vallen.

Toen kwam de corona. Dus werkte ze door op verzoek van haar bazen. Riet heeft nergens meer tijd voor. Maar nu is ze jarig. Wat ooit een prachtig feest had moeten worden, werd een eenzame quarantaine. Met man, twee honden en een afhaaldiner.

“Die arme Riet,” zegt de buurvrouw van nummer 1 nog maar eens. “Als we nu eens voor haar gaan zingen?”
We wonen aan een ringvaart. Aan de overkant van de ringvaart is een wandelpad. Als we ons daar opstellen, met alle gezinnen van de dijk, kunnen we Riet toezingen.

“Met sterretjes in onze handen,” bedenkt nummer 1, die op dreef is. En omdat ik daar niet voor onder wil doen, zeg ik: “En dan zingen we ‘You’ll never walk alone’. Of is dat te erg?” Ja. Dat is te erg. Dus we doen het. Als de zon bijna ondergaat, verzamelen we ons met een stuk of zeven gezinnen bij de brug. We leggen teksten neer en sterretjes. Zodat je zelf kunt pakken. Nummer 1 heeft een luidspreker aan haar telefoon gekoppeld; Lee Towers himself doet via YouTube mee.
Daar staan we dan. Gezinsplukjes op anderhalve meter van elkaar. Op de dijk aan de overkant van de vaart. We emmeren met die sterretjes en branden onze vingers aan ouwe aanstekers. En we zingen. Nou, eigenlijk schreeuwen we. “Walk on! With hope in your heart!” Riet staat in haar tuin. Zwaar aangedaan. Haar man reikt haar in rap tempo de ene tissue na de andere aan. Er is geen houden aan. Na afloop roept Riet bij de voordeur dat dit haar mooiste verjaardag ooit was. Wij lachen haar op gepaste afstand toe. Missie geslaagd.

Als het nu ook maar lukt om dat vreselijke lied weer uit mijn hoofd te krijgen.