Blog

De schuur is nu net een levend weerhuisje: bij mooi weer komen de kippen naar buiten.

De kippen moeten naar binnen. Die gedachte beheerste mijn denken en doen. Mijn dromen zelfs. Ik had nachtmerries van bevederde voeten die door modderplassen waden, nadat ze het trapje van het hok waren afgedaald. Niemand houdt van koude natte voeten. Behalve Maarten van der Weijden misschien, maar verder? Geen kip. De halve maand januari kon ik aan niets anders denken. Hoe krijg ik Jan zo gek dat hij samen met mij de halve schuur verbouwt tot kippenhotel en twee hokken naar binnen sjouwt?

Aan de ontbijttafel zeg ik, terwijl de regen tegen de ramen klettert: “Als we nu eens…” Op de stippellijntjes dus voorgaande zin. “Uitstekend idee,” zegt Jan.

Een week later tillen Jan, buurman Coen, buurman Wilbert en kleinzoon Seth de hokken naar binnen. Ere wie ere toekomt. Ik strooi nog wat zand op de vloer en wat extra hooi. De kippen scharrelen op de plek in de tuin waar de hokken stonden, blij met alle wurmpjes die onder de tegels vandaan komen. Na een tijdje gaan ze eens kijken waar hun eten staat. Dat vinden ze met gemak. Maar ze kijken er enorm van op dat hun hokken daar staan en als ik de schuurdeur dichtdoe, hoor ik ze protesteren. Luid. Poulet kraait zelfs drie keer achter elkaar. En dat hebben hanen in de oudheid vaker gedaan bij groot verraad.

“Zouden ze wel hun hok in gaan?” vraagt Jan bij de sperziebonen en de gehaktbal.
Kippen. Het blijft een grote zorg.

“Ik ga wel kijken als het donker is.”
Dat is het nog steeds akelig vroeg. Om acht uur die avond loop ik met een zaklantaarn naar de schuur. Meteen om het hoekje van de deur liggen ze bij elkaar, diep in slaap. Als ik ze beschijn, hoor ik een zacht geluid. Verder zijn ze tot niets in staat.
Ik pak ze een voor een op en zet ze in het grote hok. Zwijgend. De kippenlijfjes voelen heerlijk aan. Als een kind dat je slaapdronken uit bed tilt om een nachtplas te laten doen en dat zijn hoofd zo heerlijk zwaar in je nek legt. Lazarus heb ik achterstevoren vast. Ze kijkt me even kippig aan als ik haar op het schone stro zet. Voor de zekerheid tel ik ze na. Twee hanen.
Vier kippen. Check. Hok dicht.
De volgende dag timmert Jan nog planken voor bakken kippenvoer en poepschraapschepjes. Ik begin hem bijna handig te vinden.
Mijn kippen zijn binnen. En kunnen naar buiten als ze willen. De schuur is nu een levend weerhuisje: bij mooi weer komen de kippen buiten. Ze lijken heel blij met hun onderkomen en ze lopen zelf hun hok in. Maar even eerlijk: ik had ze met liefde elke avond erin getild. Slap en warm en lodderig.

Lees hier het hele artikel 21-10 Marjan

Ik ben fan van First Dates. Totaal! Ik hou ervan als het klikt en ik geniet er ook van als het totaal misloopt

‘Vanavond zenden ze het uit.’
Klein bericht bij een spelletje Wordfeud. Oude schoolvriend stuurt het me, terwijl hij achterstaat met 120 punten. Dat is fijn voor een keertje, want meestal heeft hij alle mazzel van de wereld en verslaat hij me lachend meerdere keren achtereen. Een enkele keer wisselen we wat woorden.
De leukste correspondentie ontstond toen hij me vertelde dat hij ging meedoen aan First Dates. En daar ben ik fan van! Totaal! Ik vind de Engelse versie geweldig en de Nederlandse minstens zo leuk. Ik vind barman Victor bloedmooi met die blauwe ogen en ook nog grappig en maître Sergio vind onvergetelijk met zijn suffe uitspraken over de liefde. Ik hou ervan! Ik hou ervan als het klikt en ik geniet er ook van als het totaal misloopt. Als je de wanhoop ziet rijzen: hoe houd ik dit vol tot en met het dessert? Help mij! En nu die ouwe vriend. Wat leuk.
Dus ik zit op tijd klaar en wacht af. Daar loopt hij. Hij ziet er niet meer uit alsof hij zeventien is, maar dat wist ik natuurlijk al. Dat mijn armen niet lang genoeg meer zijn om hem te omarmen, wist ik niet.

“Is dat hem?” vraagt Jan, die ook van First Dates houdt. Ik knik, terwijl de oude vriend op televisie aan de keurige dame tegenover hem bekent dat hij ervan houdt om uren, maar dan ook uren achter elkaar intens te beminnen. Nu heeft die mevrouw ook gezien dat haar armen daar niet lang genoeg voor zijn. Zij heeft allang besloten om gedurende deze First Dates-maaltijd elegant te zwijgen en te glimlachen, onhoorbaar biddend dat iedereen een beetje dooreet en dat ze er snel van af is.

“Zegt hij dat nou echt?” vraagt Jan zich af bij de verklaring van schoolvrind van vroeger.

“Ja. Dat hoorde ik ook,” zeg ik. “Uren en uren.” Daarna kijken we samen toe hoe de ramp zich voltrekt en de mevrouw vriendelijk bedankt voor de uitnodiging nog eens terug te blikken op deze ontmoeting. “Nee hoor. Dank je wel,” zegt ze.

‘Hoe vond je het?’ vraagt hij de volgende dag via de Wordfeudchat.  Ik sta nog steeds voor en ga deze partij zeker winnen.
‘Mooie vrouw,’ tik ik, in een laffe poging onder een antwoord uit te komen.
‘Is dat alles wat je te zeggen hebt? Zeg dan liever iets lulligs,’ schrijft hij. Ik: ‘Nog lulliger?’
Waarop hij de partij afbreekt en niet meer reageert op mijn uitnodiging om een nieuwe Wordfeud-partij te beginnen. Hij zwijgt nu al uren en uren.

lees het hele artikel hier 21-09 Marjan

Fotografie: Marloes Bosch

Tot mijn stomme verbazing zitten de twee hanen in het leghok. Ze kijken me verontwaardigd aan

“En nog wat hooi. Dat ruikt zo lekker.” Ik strooi een laatste laag in het schone kippenhok. Het is telkens een heel gedoe. Er zijn nog steeds twee kippenhokken, al is de stemming onderling steeds relaxter. Maar aan het eind van de dag zoeken de drie kleine kippen hun eigen hok op. En ons eerste trio van twee hanen en een hennetje kruipt altijd in het grote hok. Wij zijn dus grootverbruiker in zaagsel, stro, tabaksstelen en hooi. In ruil voor nog immer geen enkel ei. Dat niet. Maar enorm veel lol. Dat zeker wel. Als de schemering indaalt, sluit ik de hokken af. Eerst het kleine hok.

Ik hoor de kipjes zachte zoete geluidjes maken. Als de deur dicht is, til ik altijd even de klep van het leghok op, om te zien of ze wel met z’n drieën binnen zijn. Tot mijn stomme verbazing zitten daar de twee hanen in het leghok! Ze kijken me verontwaardigd aan. De drie kippen hebben zich in een hoekje ineen gekruld.

Die hanen moeten eruit, besluit ik. Dus ik doe het deurtje weer open en geef de hanen een zetje. Ze lopen mompelend het trappetje af en rennen naar hun eigen hok. Ziezo.
Jan komt even kijken wat er allemaal aan de hand is. Ik doe verslag en check onderwijl het grote hok. Daar ontbreekt de kip. Ik mis Claudette!

“Die zit daar,” wijst Jan. Onze Claudetje ligt in een hoekje van de ren van het kleine kippenhok. Jan bukt en geeft haar een zetje. Hup! Naar je eigen hok! Dat doet ze. Maar daar duikt ze meteen onder het hok en laat zich totaal slap tegen de achterwand vallen. Jan biedt aan om haar er met de bezem onderuit te harken en ik ruim het voedselcontainertje op. Daar zit bloed aan. Wat is hier gebeurd?

Ik heb meteen een film in mijn hoofd. Van vechtende kippen en een langzaam doodbloedende Claudette. Ze was de hele middag al wat minnetjes, bedacht ik meteen. Lang niet zo kwiek als anders. Och hemel. Ik lig al op mijn knieën voordat Jan de bezem heeft gevonden en vis Claudette tevoorschijn. Ze voelt helemaal slap. Haar kop valt opzij. Ik leg haar in het hok, want ze verzet geen poot. Haar oog kijkt me glazig aan. “Die haalt het niet,” voorspel ik met gevoel voor drama.

Ik neem een krant mee, de volgende ochtend. En een plastic tas. Handschoenen ook. Groene bak of begraven? Ik ben er nog niet uit. Maar eerst voer ophangen en vers water. Hok open. Claudette ligt niet in het zicht. Is ze weggekropen? Nee! Daar komt ze! Ze daalt de trap af en begint meteen aan haar ontbijt. Ik sta er minstens een halfuur van te genieten.
En als Jan terugkomt van de wandeling met Bente zeg ik: “Claudette heet voortaan Lazarus.”

lees hier het artikel 21-08 Marjan

Fotografie: Marloes Bosch

Helemaal aan het eind steekt de baby een duim naar ons op. ‘Kijk! Alles kits daar!’ lacht de echomevrouw

“Wil jij mee naar de twintigwekenecho?” “Jaaaaa!”

Dochter is halverwege en hoera, de vader van de baby kan niet mee! Ik ben in jubel en juich, want ik heb nog nooit een echo gezien. Eén keertje in de vorige eeuw, toen de nu aanstaande moeder nog in mijn buik zat, maakten ze een echo om zeker te weten dat ze in stuitligging lag. Toen ze dat eenmaal wisten, schakelden ze het apparaat uit en zeiden dat het klaar was. Geen moment dacht iemand erover om mij uit te leggen wat zij zagen in die vlekken en strepen op dat schermpje. Ik heb tot het einde gedacht dat het nog best een babykangoeroe zou kunnen zijn. Ze voelde erg hoekig aan.

“Jullie zijn de laatste echo vandaag,” zegt de mevrouw die alles begeleidt. “Dus ik kan lekker extra tijd nemen! Ik geniet er zelf ook altijd zo van.”

Zo’n stemming is er dus. Ik zit op een stoeltje naast de aanstaande mama. Tegenover ons een enorm televisiescherm. En daarop dat kindje.
Ik twijfel op slag. Zijn kippen wel het allerleukst op de wereld? Of is dit nóg leuker? Het kindje zwaait met twee handjes en gooit benen omhoog als in een onderwater-cancan. Die voetjes! Dat mondje!

“En? Vindt de oma het ook leuk?” vraagt de echomevrouw. En ik zeg schor: “Nou, de oma begint zinnen te bedenken die beginnen met ‘Dat ik dit nog mag meemaken…’, dus ga maar na!” Waarop de echomevrouw zegt: “Hè, heerlijk. Ik ga daar echt heel goed op!”

Gelukkig zijn er twee niertjes, een lever, allerlei belangrijke slagaders die precies doen wat ze moeten doen en nog veel meer essentiële onderdelen waardoor je je realiseert wat een wonder het is als alles werkt. En dat daar dankbaarheid bij past. Diepe dankbaarheid.

Helemaal aan het eind steekt de baby een duim naar ons op. “Kijk! Alles kits daar!” lacht de echomevrouw.

Ik droom ervan, de hele nacht. Daarna zet ik het echt op een breien. Die deken moet af en er moeten nu ook sokjes komen. Een truitje. Een muts. Het is ineens zo echt. Er komt een kindje bij.

“Dus liggen er deze zomer baby’s op het gras,” vertel ik de haan Poulet, terwijl ik hem een kontje geef, omdat-ie in mijn crocs staat te pikken. “Eentje van 1 jaar en eentje van 0. Als je het waagt er eentje te pikken, dan ga je in de soep. Dat weet je, hè?” Ik druk snel een gedachte weg. Aan kinderen die kinderen krijgen, die op hun beurt op een goede dag opstaan van je gras om wereldreizen te maken. En die dan met hun kinderen terugkeren naar dit huis, waar ik op een dag niet meer zal zijn.
Poulet schommelt weg. Mooie staart heeft dat stomme beest. Kijk, dat is een goede gedachte om vast te houden.

Lees artikel 21-07 Marjan 

Fotografie: Marloes Bosch

Inmiddels is het dekentje af. En Billie Mae ook. Met een duim omhoog!

Dochter appt: ‘Je staat gewoon te atten!’ Dat moest ik opzoeken. Het is afgeleid van Ad Fundum. In één keer achteroverslaan dus

 

Ik kan heel goed uitstellen. Ik kan sommige dingen zo lang uitstellen, dat ze totaal uit mijn systeem verdwijnen. Het is niet dat ik het vergeet. Ik heb het gewoon zo ver weg geparkeerd, dat ik er niet meer aan denk. Het zijn geen dingen meer. Het worden dingetjes. Voor mij. Voor anderen niet.

“Jij moet toch ook weer nodig op controle?” vraagt op een dag een dochter. “O ja, denk je?” zeg ik. Want die controle is zo’n dingetje. Ik wapper dat liever weg en praat over dingen die er wel toe doen voor mij. Zoals mijn kippen. Goed onderwerp vind ik dat.

Dochter laat niet los. Ik moet toch eens opzoeken hoe lang geleden ik geweest ben. “Want,” zo spreekt ze streng, “dit is niet iets om te negeren.” Ze heeft gelijk. Het gaat hier namelijk om een genetisch dingetje met darmpoliepen die zouden kunnen uitgroeien tot iets akeligs, dus moet je ze laten verwijderen. En om die dingen op te sporen is zo’n onderzoek nodig. Zo’n dingetje dus.
Dochters zijn wijzer dan moeder. Ze gaan elke twee jaar. Voor mij is het zeven jaar geleden, volgens de gegevens bij de huisarts.

“Ja, dat is dan inderdaad wel een dingetje,” knik ik met haar mee.
Binnen de kortste keren heb ik een oproep. En een recept voor twee liter laxeerdrank, die ik de volgende ochtend bij de apotheek ga ophalen, zodat ik er die avond mee aan de slag kan.
Midden in de nacht word ik wakker. Mijn hemel, wat gebeurt er allemaal? Ik ren zo snel ik kan en haal de badkamer op tijd. Daar zit ik lang. Ik denk aan dat recept op het aanrecht. Hoe is dit mogelijk. Nog niet eens opgehaald en het werkt nu al. En een uur later werkt het opnieuw en opnieuw en opnieuw. Het is een onrustige dag.

“Wat doe je toch allemaal?” vraagt Jan.
“Ik laxeer tussen mijn oren,” antwoord ik.

Dat is precies wat er gebeurt. Ik heb geen drank nodig. Ik heb genoeg aan een recept. Zo werkt mijn hoofd. Ik hoef dus ook niet naar de Grand Canyon. Ik bekijk gewoon een documentaire. Alleen met kippen werkt het niet. Die zijn het leukst in het echt.

Die avond werk ik de eerste liter drank weg in twintig minuten. Waarop dochter appt: ‘Je staat gewoon te atten!’ Dat moest ik opzoeken. Studenten doen het en het is afgeleid van Ad Fundum. In één keer achteroverslaan dus. Dat klopt helemaal. Als ik dan toch zo’n dingetje moet wegwerken, dan maar rap. De volgende dag onderga ik het uitgestelde dingetje én het standje dat ik te lang heb gewacht en dat niet meer mag doen. Dat beloof ik meteen. Sterker nog: ik ga nu een hele lijst dingen wegwerken. Want achteraf zijn het dingetjes van niks.

Lees hier het hele artikel 21-06 Marjan

Fotografie: Marloes Bosch

Wat als je man aanbiedt om Crocs voor je te bestellen en je ‘kippenvrouwtje’ noemt?

“Zo, kippenvrouwtje.” Dat zegt Jan als hij langs me loopt. Hij heeft net Bente uitgelaten; baas en hond sjokken in hetzelfde tempo over het tuinpad. Ik sta naar mijn kippen te kijken. Eerlijkheid gebiedt hier correctie: ik sta tegen mijn kippen te praten. Ik vertel ze dat ze mooie kippen zijn (‘Ooooo, mooie kip, hè? Mooie kip!’ met zo’n belachelijk hoog stemmetje), waarschuw Poulet dat hij de soep ingaat als hij weer veren uit de kont van Helena plukt en ik vertel ze dat het volgens Buienradar om twee uur opklaart, maar dat ze van mij ook best in de regen mogen scharrelen. “Maar niet allemaal onder het afdak op de deurmat gaan zitten en die onderschijten, hè? Ga maar schuilen in jullie eigen hok!”

Dan loop ik naar binnen, want Jan wil zijn met borg gevoerde Crocs terug. Die trek ik ’s ochtends altijd aan. Het is maat 43/44, ideaal om zo in te stappen met wat voor dikke sokken dan ook en ze zijn heerlijk warm. Dus wil hij ze terug.

“Zal ik van die Crocs voor je bestellen? In zo’n grote maat? Ideaal toch?”
Hij biedt het aan, terwijl we op een zaterdagavond aan tafel zitten.
We hebben een leuk afhaalmaal van drie gangen. Wijntje erbij. Muziekje op. Spotify-speellijst voor romantisch tafelen. Ik heb een jurkje aangetrokken en m’n haar opgestoken. Jan draagt een overhemd. We spelen restaurantje en dat lukt goed. Tot die vraag. Jan geeft overigens meteen zelf antwoord. Hij besluit: “Ik doe het. Ik bestel ze voor je. Cadeautje voor mijn kippenvrouwtje.” Hij heft zijn glas en knipoogt naar me.
Wat moet je conclusie zijn als je echtgenoot je aanbiedt om met borg gevoerde Crocs voor je te bestellen in maat 43/44 en je zijn kippenvrouwtje noemt? Nou? Iemand een idee?
Ik! Ik denk namelijk dat je conclusie moet zijn dat jouw man je niet meer begeert. Dat hij geen enkele aandrang voelt om je in brandweergreep de trap op te dragen, je jurkje aan flarden te scheuren zodat alle knopen eraf springen en je alle hoeken van de kamer te laten zien. Dat denk ik.
Maar ja, we hebben ook wel een griezelig smalle gietijzeren wenteltrap.
En al die knopen weer aan dat jurkje naaien, dat is ook geen pretje. Bovendien is het in de slaapkamer bijzonder frisjes in deze tijd van het jaar. Vooral in de hoeken.
Ik hef mijn glas. En ik zeg: “Dat lijkt me een uitstekend idee. Maar dan misschien maat 41/42. Dat is ook al ruim en dat kleedt dan toch misschien net iets meer af.”

“Alles voor mijn kippenvrouwtje,” zegt hij. We toosten. We worden oud. Lief oud.

lees hier het hele artikel  21-05 Marjan

Jan, buurvrouw Riet en ik lazen in de krant dat er een run was op legpuzzels. We kwamen meteen op een idee

“En? Hoeveel puzzels heb jij de afgelopen maanden gelegd?” Ze vraagt het met pret in haar ogen. Want ze verliet ergens eind november ons dorpskerkje annex buurthuis met vijf puzzels en kwam nog een keer terug om andermaal dat maximum aantal mee te nemen. Toen ze me gedag zwaaide, riep ze: “Voorlopig hebben jullie geen last van me!”

Dat klopt. Ik heb haar ruim twee maanden niet gezien.
“Kind, ik heb me drie slagen in de rondte gepuzzeld,” vertelt ze. “Wat hadden jullie dat goed georganiseerd!”

En dat hadden we. Jan, buurvrouw Riet en ik lazen in de krant dat er een run was op legpuzzels in speelgoedwinkels. ‘Niet aan te slepen,’ verklaarden managers van filialen, terwijl ze poseerden met stapels puzzels die ze in de schappen propten. We kwamen meteen op een idee. Want naast alle boeken die we inzamelen voor de jaarlijkse tweedehands boekenbeurs die vanwege corona niet kon doorgaan, komen er altijd puzzels binnen.
Dit jaar extreem veel. Grotendeels een erfenis van een puzzelfanaat die bijna tweehonderd puzzels op zolder had staan. Dat groeide aan tot een totale voorraad van ruim driehonderd puzzels. Ze namen een enorm deel van onze opslagruimte voor boeken in beslag en op boekenmarkten verkoop je ze nauwelijks, leert de ervaring ons.
Dus gooiden we ze op een donkere zondag eind november 2020 in de verkoop: Voor maar één euro per stuk (jazeker, ook de Jan van Haasteren-puzzels en de Wasgij-exemplaren!) en maximaal vijf per persoon. Eén looprichting: voor de kerk in en achter de kerk weer uit. Dan mocht je natuurlijk wel rond de kerk rennen, opnieuw aansluiten en nog een rondje maken.
Verder: mondkapje verplicht en anderhalve meter alstublieft.
Om tien uur gingen we open en om twaalf uur hadden we er nog tien  over. Zelfs al kwamen er tussendoor nog mensen tassen vol puzzels brengen, van louter blijdschap dat ze nieuwe konden halen en oude konden inleveren. Iedereen huppelde. Aan het eind vonden we vijf stukjes op de stenen kerkvloer. Die liggen in een plastic bakje te wachten op puzzelaars die komen klagen.

“Eind van dit jaar doen jullie het toch wel weer, hè?” vraagt ze. Ja. Dat doen we. Je legt zo’n puzzel, breekt hem af, levert hem in en koopt een nieuwe voor een euro. Wie wil dat niet?

“Jij hebt natuurlijk ook de mooiste kunnen uitzoeken,” plaagt ze.
Ik lach maar wat. Feit is, ik heb geen enkele puzzel gelegd. Ik heb die donkere maanden een beetje geschilderd. Naar m’n kippen zitten kijken. Mondkapjes genaaid. The Crown gebingewatcht. En gebreid.
Dat babydekentje moet af. Het is mei voordat je het weet.

Lees hier het hele artikel 21-04 Marjan

Fotografie: Marloes Bosch

Naschrift:

Als alles doorgaat en coronamaatregelgewijs toegelaten is, herhalen we deze verkoopstunt zaterdag 15 mei en zondag 16 mei aanstaande! Maar dan als ‘WEEKEND VAN HET SPANNENDE BOEK’. Kerk Oudendijk, aan de Dorpsweg, open van 10.00 uur tot 14.00 uur. Thrillers en moderne romans, 1 euro per stuk en 11 voor een tientje! Dat wordt een zomer lang genieten! Let op, Oudendijk ligt in Noord-Holland. Even onder Hoorn. Er is namelijk ook een Oudendijk in Brabant, maar of daar ook zo’n weekend is, dat weten we niet!

En voor de oplettende lezers: morgen is het mei. Het dekentje is af. Ik heb al mijn nagels al afgebeten.

Ik ben mooi. Ik omarm dit lichaam. En om dat te vieren ga ik er nu een wijntje in gieten

Dit lichaam beweegt. Ik sta voor de televisie en doe een beeldschone mevrouw na, die op een klif in Nieuw-Zeeland tai chi beoefent. Mijn handen pakken de chi, tillen het op en stoppen alle chi in mijn hart. Dan drukken mijn handen het naar beneden, naar mijn buik. Dat is goed voor mijn bewustwording, zegt de Nieuw-Zeelandse. Haar handen fladderen als elegante vogels door de lucht en ik beeld me in dat zij mijn spiegelbeeld is. Poe hé, wat doe ik dat soepel en vloeiend!

Dit lichaam beweegt. Ik ben mooi. Ik heb gelukkig zó veel verbeeldingskracht, dat ik van tijd tot tijd denk: je mag wel oppassen op het randje van die afgrond. Gaat het erg steil naar beneden? Maar als ik omkijk, staat daar mijn bank. Want ik sta in de kamer op mijn yogamatje. En mijn mevrouw op televisie is prachtig. Van een stille pure schoonheid die helemaal bij haar bewegingen hoort. Ik omhels de boom, drie keer achter elkaar, adem in, adem uit, met langzame bewegingen. Het gaat goed met al die chi in mijn buik. Je mag het ook qi noemen. Of ki. Chi is levenskracht, adem, energie en het zit in alles wat bestaat. Dus ook in mij. En ik heb net een hele lading van de kamervloer geschept en in mijn buik gestopt.

Dit lichaam beweegt. Ik ben mooi. Ik ben gezond. Nou ja, ik doe verschrikkelijk mijn best, volg een supergezond dieet en als er verdorie iemand bewust bezig is, dan ben ik het. Ik sta hier zelfs chi te scheppen van mijn vloerkleed. Maar mijn hoofd moet leger en mijn bewegingen moeten soepeler. Kijk naar de tai chi-master! Ze is je spiegelbeeld. Ik omhels de maan, boven, onder. Kijk mij nou! Ik heb de maan vast. Maar dan wordt-ie een frisbee en gooi ik hem met een woesj weg. Ik had moeten uitstappen. Dat smokkel ik stiekem. Het voordeel van lessen op YouTube is wel dat niemand naar je kijkt. Iedereen zou me eigenlijk best mogen zien. Ik beweeg beeldig. Ik pak dit positief aan. Body-positief.

Dit lichaam beweegt. Nou, daar is dan ook wel zo’n beetje alles mee gezegd, zouden volgers van de Body-negativity-beweging zeggen. Maar daar doen we niet meer aan. Het zou natuurlijk veel eleganter kunnen. Soepeler. Vloeiender. Met handen als vlinders. Maar het beweegt wel. Ik ben mooi. Inmiddels weet ik dat je mooi voelen iets totaal anders is dan mooi zijn. En dat je, als je je mooi voelt, ook mooi bent. Fijne les om aan kinderen en kleinkinderen door te geven. Dus ik omarm dit lichaam. Het is van mij.
En om dat te vieren ga ik er nu een wijntje in gieten. Het kan ook te gek met al die bewustwording.

Lees hier het hele artikel 21-03 Marjan

Fotografie: Marloes Bosch