Blog

Jan, buurvrouw Riet en ik lazen in de krant dat er een run was op legpuzzels. We kwamen meteen op een idee

“En? Hoeveel puzzels heb jij de afgelopen maanden gelegd?” Ze vraagt het met pret in haar ogen. Want ze verliet ergens eind november ons dorpskerkje annex buurthuis met vijf puzzels en kwam nog een keer terug om andermaal dat maximum aantal mee te nemen. Toen ze me gedag zwaaide, riep ze: “Voorlopig hebben jullie geen last van me!”

Dat klopt. Ik heb haar ruim twee maanden niet gezien.
“Kind, ik heb me drie slagen in de rondte gepuzzeld,” vertelt ze. “Wat hadden jullie dat goed georganiseerd!”

En dat hadden we. Jan, buurvrouw Riet en ik lazen in de krant dat er een run was op legpuzzels in speelgoedwinkels. ‘Niet aan te slepen,’ verklaarden managers van filialen, terwijl ze poseerden met stapels puzzels die ze in de schappen propten. We kwamen meteen op een idee. Want naast alle boeken die we inzamelen voor de jaarlijkse tweedehands boekenbeurs die vanwege corona niet kon doorgaan, komen er altijd puzzels binnen.
Dit jaar extreem veel. Grotendeels een erfenis van een puzzelfanaat die bijna tweehonderd puzzels op zolder had staan. Dat groeide aan tot een totale voorraad van ruim driehonderd puzzels. Ze namen een enorm deel van onze opslagruimte voor boeken in beslag en op boekenmarkten verkoop je ze nauwelijks, leert de ervaring ons.
Dus gooiden we ze op een donkere zondag eind november 2020 in de verkoop: Voor maar één euro per stuk (jazeker, ook de Jan van Haasteren-puzzels en de Wasgij-exemplaren!) en maximaal vijf per persoon. Eén looprichting: voor de kerk in en achter de kerk weer uit. Dan mocht je natuurlijk wel rond de kerk rennen, opnieuw aansluiten en nog een rondje maken.
Verder: mondkapje verplicht en anderhalve meter alstublieft.
Om tien uur gingen we open en om twaalf uur hadden we er nog tien  over. Zelfs al kwamen er tussendoor nog mensen tassen vol puzzels brengen, van louter blijdschap dat ze nieuwe konden halen en oude konden inleveren. Iedereen huppelde. Aan het eind vonden we vijf stukjes op de stenen kerkvloer. Die liggen in een plastic bakje te wachten op puzzelaars die komen klagen.

“Eind van dit jaar doen jullie het toch wel weer, hè?” vraagt ze. Ja. Dat doen we. Je legt zo’n puzzel, breekt hem af, levert hem in en koopt een nieuwe voor een euro. Wie wil dat niet?

“Jij hebt natuurlijk ook de mooiste kunnen uitzoeken,” plaagt ze.
Ik lach maar wat. Feit is, ik heb geen enkele puzzel gelegd. Ik heb die donkere maanden een beetje geschilderd. Naar m’n kippen zitten kijken. Mondkapjes genaaid. The Crown gebingewatcht. En gebreid.
Dat babydekentje moet af. Het is mei voordat je het weet.

Lees hier het hele artikel 21-04 Marjan

Fotografie: Marloes Bosch

Naschrift:

Als alles doorgaat en coronamaatregelgewijs toegelaten is, herhalen we deze verkoopstunt zaterdag 15 mei en zondag 16 mei aanstaande! Maar dan als ‘WEEKEND VAN HET SPANNENDE BOEK’. Kerk Oudendijk, aan de Dorpsweg, open van 10.00 uur tot 14.00 uur. Thrillers en moderne romans, 1 euro per stuk en 11 voor een tientje! Dat wordt een zomer lang genieten! Let op, Oudendijk ligt in Noord-Holland. Even onder Hoorn. Er is namelijk ook een Oudendijk in Brabant, maar of daar ook zo’n weekend is, dat weten we niet!

En voor de oplettende lezers: morgen is het mei. Het dekentje is af. Ik heb al mijn nagels al afgebeten.

Ik ben mooi. Ik omarm dit lichaam. En om dat te vieren ga ik er nu een wijntje in gieten

Dit lichaam beweegt. Ik sta voor de televisie en doe een beeldschone mevrouw na, die op een klif in Nieuw-Zeeland tai chi beoefent. Mijn handen pakken de chi, tillen het op en stoppen alle chi in mijn hart. Dan drukken mijn handen het naar beneden, naar mijn buik. Dat is goed voor mijn bewustwording, zegt de Nieuw-Zeelandse. Haar handen fladderen als elegante vogels door de lucht en ik beeld me in dat zij mijn spiegelbeeld is. Poe hé, wat doe ik dat soepel en vloeiend!

Dit lichaam beweegt. Ik ben mooi. Ik heb gelukkig zó veel verbeeldingskracht, dat ik van tijd tot tijd denk: je mag wel oppassen op het randje van die afgrond. Gaat het erg steil naar beneden? Maar als ik omkijk, staat daar mijn bank. Want ik sta in de kamer op mijn yogamatje. En mijn mevrouw op televisie is prachtig. Van een stille pure schoonheid die helemaal bij haar bewegingen hoort. Ik omhels de boom, drie keer achter elkaar, adem in, adem uit, met langzame bewegingen. Het gaat goed met al die chi in mijn buik. Je mag het ook qi noemen. Of ki. Chi is levenskracht, adem, energie en het zit in alles wat bestaat. Dus ook in mij. En ik heb net een hele lading van de kamervloer geschept en in mijn buik gestopt.

Dit lichaam beweegt. Ik ben mooi. Ik ben gezond. Nou ja, ik doe verschrikkelijk mijn best, volg een supergezond dieet en als er verdorie iemand bewust bezig is, dan ben ik het. Ik sta hier zelfs chi te scheppen van mijn vloerkleed. Maar mijn hoofd moet leger en mijn bewegingen moeten soepeler. Kijk naar de tai chi-master! Ze is je spiegelbeeld. Ik omhels de maan, boven, onder. Kijk mij nou! Ik heb de maan vast. Maar dan wordt-ie een frisbee en gooi ik hem met een woesj weg. Ik had moeten uitstappen. Dat smokkel ik stiekem. Het voordeel van lessen op YouTube is wel dat niemand naar je kijkt. Iedereen zou me eigenlijk best mogen zien. Ik beweeg beeldig. Ik pak dit positief aan. Body-positief.

Dit lichaam beweegt. Nou, daar is dan ook wel zo’n beetje alles mee gezegd, zouden volgers van de Body-negativity-beweging zeggen. Maar daar doen we niet meer aan. Het zou natuurlijk veel eleganter kunnen. Soepeler. Vloeiender. Met handen als vlinders. Maar het beweegt wel. Ik ben mooi. Inmiddels weet ik dat je mooi voelen iets totaal anders is dan mooi zijn. En dat je, als je je mooi voelt, ook mooi bent. Fijne les om aan kinderen en kleinkinderen door te geven. Dus ik omarm dit lichaam. Het is van mij.
En om dat te vieren ga ik er nu een wijntje in gieten. Het kan ook te gek met al die bewustwording.

Lees hier het hele artikel 21-03 Marjan

Fotografie: Marloes Bosch

‘Hij heeft natuurlijk geen moer te vertellen over mijn boom, hè? Dat snappen jullie.’ Buurman zucht diep 

“Mevrouw! Mogen we uw kerstboom!” Ze staan voor het hek met hun kleine fietsjes. Vier jongetjes met gebreide mutsen op.

“Ja, natuurlijk.” Ik loop naar ze toe en zie nu dat ze achter hun fietsen al vier kerstbomen meeslepen.

“We moeten ook naar de Zomerdijk,” hijgt de allerkleinste die mijn kerstboom de weg opsleept. “Daar hebben we nog vijf bomen liggen.”

“En dan?”
“Dan weer terug, naar De Goorn.”
“Dus jullie komen uit De Goorn?” Ze knikken alle vier.
“Dan komen jullie hier straks weer langs. Kan je deze boom beter even laten liggen en eerst die andere vijf ophalen,” zeg ik. “Dit is nogal een joekel.”

Dat vinden ze een strak plan.
“Maar u reserveert hem wel voor ons, hè?” informeert de kleine woord­voerder achterdochtig.
“Héhé, die komen hier niet vandaan,” zegt buurman, die zich bij ons gezelschap voegt.
“Nee, die komen uit De Goorn.”
“Onze kerstbomen zijn voor de jongens van ons dorp. Straks komen Luuk en Bart. Die krijgen onze bomen,” zegt buurman vastberaden. Mijn viertal doet bedremmeld een stap naar achteren.

“Ik heb het ze al beloofd. Hij is gereserveerd. Geef jij jouw boom maar aan Luuk en Bart,” beslis ik. Het viertal kijkt vol afwachting naar de buurman. Dus ik voeg er nog aan toe: “Hij heeft natuurlijk geen moer te vertellen over mijn boom, hè? Dat snappen jullie.” Buurman zucht diep. Hij zegt: “Het wordt wel een zootje als iedereen maar alle dorpen gaat afstruinen om bomen te pikken.”

“Dat is de vrijemarkteconomie,” zeg ik. En tegen de jongens: “Onthoud dat. Vrijemarkteconomie.”

We kijken ze na, als ze wegfietsen. Van die magere pezige jochies met bomen achter hun fietsen die een spoor van naalden achterlaten op de dijk. En we praten na. Over de oplopende prijs van afgedankte kerstbomen (Buurman: “Serieus? Vijftig cent tegenwoordig? Zo!”) en over de enorme verbranding, waar je glühwein kon kopen en alle dorpsgenoten ontmoette. Maar die kerstboomverbranding is vorig jaar al afgeschaft. Niet vanwege corona dus, maar vanwege overlast die mensen ook ervaren als ze een houtkachel ruiken én vanwege het milieu: door de verbranding komt er stikstof en fijnstof in de lucht. Versnipperen is beter.

“Vroeger was het oorlog bij het verzamelen. Mijn jongens bewaakten hun bomen ’s nachts, anders werden ze gepikt,” zegt de buurman.
Een uurtje later is mijn boom verdwenen. Ongehoord en ongezien. Wie hem heeft meegenomen? Ik vraag het me al een jaar af.

21-02 Marjan

Het is ver na Kerst, als deze column op Facebook komt. Als ik het teruglees, krijg ik dat gevoel in één keer helemaal terug. En ik weet: ik mis ze. Ik mis de kampvuren, de kerstboomverbrandingen, het illegale olievat in de tuin waar je takken in verbrandde, ik mis fikkie stoken op het strand op lange zomeravonden. Vanavond steek ik de vuurkorf aan. En ik ga erin zitten staren en poeren met takjes. Nu al zin in. Fijne zondag allemaal!

En elk jaar zei ik: ‘Hier. Een agenda. Wel gebruiken, hè?’ Toen we haar huis opruimden, vond ik ze. Allemaal leeg

Ik denk nog zo vaak aan mijn zusje. Want hoe werkt dat in een hoofd? Hoeveel triggers zijn er wel niet om in een flits even aan iemand te denken? Soms aan iemand die er nog is, maar vaker, veel vaker aan iemand die gemist wordt. Elke keer als ik iets op internet bestel en telebankier, denk ik aan haar. Want dat deed mijn zusje niet. Ze vertrouwde internetbankieren voor geen millimeter en voedde zich met berichten over internetfraudeurs en hackers die bankrekeningen plunderen. Ik vermoed dat mijn zus de laatste op aarde was die nog overschrijvingen deed, ze in een envelop stopte en daarmee naar de brievenbus wandelde. Tot ze de brievenbus weghaalden, die ze met haar rollator nog net kon bereiken.

Ik denk aan zus als ik in de spiegel kijk. Ik ga steeds meer op haar lijken. Of als ik schrik van mijn stem, die ineens zo lijkt op die van haar. Ik denk aan haar als ik fresia’s zie in de bloemenwinkel. Haar lievelingsbloemen. Omdat ze zo lekker ruiken. En als je een schepje suiker in het water doet, heb je van die geur nog langer plezier. Dat vertelde ze, elke keer weer.

Ik denk aan haar als ik langs een winkel loop van Van Vuuren. Daar gingen we af en toe shoppen. Zus met rolstoel en al het pashok in en ik voor de aan- en afvoer van broeken en shirts. Als ik haar daarna naar de kassa rolde, pakte ze haar nieuwe aanwinsten stevig vast, wees op de uitgang en commandeerde: “Rennen!” Als we de winkel verlieten, hadden we altijd de slappe lach.

Ik denk aan zus als ik eenmaal in de maand mijn broer bel. Of hij mij. Broer en zus belden elkaar elke dag. Zo lief was dat. Ik ben geen beller. En broer is geen beller naar mij. Als hij me een keer belt, schrik ik me lam. Dan denk ik meteen: o jee! Wat is er aan de hand?! Dan zegt hij: “Ja sorry, ik bel niet vaak. Want ik heb niks te vertellen.” Dus eigenlijk denk ik elke dag aan zus. Omdat ik mijn broer niet bel.

Ik denk aan zus als de nieuwe Margriet-agenda op de mat valt. Leuke agenda. Praktisch. Nuttig. Ik gaf hem elk jaar aan haar. Cadeautje. Leuk toch? En handig. Al die ziekenhuisafspraken van haar. Al dat geplan met rolstoeltaxi’s. Dat noteerde ze op losse velletjes papier die ze om haar stoel drapeerde. Lekker binnen bereik. En elk jaar zei ik: “Hier. Een agenda. Wel gebruiken, hè?”
Toen we haar huis opruimden, vond ik ze. Een hele stapel Margriet-agenda’s. Minstens twintig. Allemaal leeg.

In 2021 ga ik die agenda voor de eerste keer zelf gebruiken. Elke dag even aan zusje denken. Nou ja, dat deed ik toch al.

Lees hier het hele artikel 21-01 Marjan

Auteursfoto: Marloes Bosch Fotografie

Volksstammen mensen haten jingle bells. Die zitten met hun kop onder een tafelkleedje te wachten tot de kerstbomen buiten liggen

“Mama claimt maar één dag per jaar, hè. Alleen eerste kerstdag.”
“Ja, maar dat doet schoonpa ook. En vorig jaar waren wij hier.” Twee dochters tegenover elkaar. De ene wil hier kerst vieren. Met iedereen aan tafel. En de traditionele kerstquiz. De andere heeft er sinds twee jaar een hele familie bij. Met schoonvader en nog een heleboel broers en zussen die ook weer kinderen hebben en ook weer ouders. In het ergste geval zelfs gescheiden ouders die allebei weer een nieuwe partner hebben en halfbroers en halfzussen op de wereld hebben gezet. Waardoor het kerstnetwerk dat zich over Nederland uitstrekt almaar onoverzichtelijker wordt. Ingewikkelder. Pijnlijker ook soms.

“Hoe sterk hang jij aan eerste kerstdag?” vraagt dochter drie. Ik voel lichte wrevel aan Jans kant en onderdruk de mijne. Ik zeg snel: “Niet. Het is een keus die ik ooit maakte toen het leven al wel gecompliceerd was, maar toch ook weer simpeler dan nu.”

“Zou je willen schuiven?”

“Daar moet ik over nadenken.”

We parkeren het onderwerp voorlopig en praten over werk en over de corona-app. Als de kinderen weg zijn, bespreek ik de kerstclaim met Jan. Behoedzaam. Want de kerstquiz is zijn kindje. Bovendien vindt hij dat wij wel heel flexibel zijn. Dat we ons vaak schikken, zonder aan te stippen hoe we ons daarbij voelen. Zoals Jan samenvat: “Het kan soms te gek ook.” Dat zinnetje blijft nazingen. En het is precies wat ik denk, als een dochter per app voorstelt om kerst op vrijdag 11 december te vieren. Want: ‘Dan kan iedereen!’

Nu vind ík kerst nog leuk. Maar stel je voor dat je er de pest aan hebt? En dat hebben heel wat mensen. Als je nu door deze Margriet bladert en walgt van al die blije gezichten aan tafels vol waanzinnig gestyled eten; je bent niet alleen! Volksstammen mensen haten Jingle Bells. Die zitten met hun kop onder een tafelkleedje te wachten tot de kerstbomen weer buiten liggen, klaar om ritueel te worden verbrand. Mochten die ooit verzeild raken in een familie als de mijne, dan vieren ze op 11 december al kerst en met een beetje pech daarna nog een keer of vier. Zelfs een diehard kerstfan als ik overweegt dan toch om een acute voedselvergiftiging voor te wenden, na de krieleitjes op 11 december. Ik zet het volgende in de familie-app: ‘Wij organiseren vanaf heden per jaar twee evenementen: kerstdiner op eerste kerstdag en De Langste Dag op 21 juni met barbecue. Aanmelding i.v.m. catering twee weken tevoren. Alle claims zijn opgeheven.’

Lees hier het hele artikel 20-53 Marjan

Dit was dus de kerstcolumn van vorig jaar. En hij geldt nu voor Paashaters. Vandaar deze boodschap. Voor iedereen die eieren haat, allergisch is voor paashazen, weet dat een snee paasbrood net zoveel calorieën heeft als een enorme punt appeltaart met slagroom en eigenlijk stiekem dolblij is dat ie op tweede paasdag niet naar de meubelboulevard hoeft: je bent niet alleen! Het barst van de feestdagen-haters. Ze waren er met Kerst, ze zijn er met Pasen. Echt. Heus. Voor jullie: maak er een leuk weekend van! Voor alle Paasliefhebbers: veel pret met eieren schilderen en verstoppen, Mattheüs-Passion luisteren en  wat voor traditie je nog meer in ere houdt. Fijne paasdagen allemaal!

We kochten er drie iets jongere hennetjes bij. Want een mens met een kip wil uiteindelijk een ei

“Houd nu maar eens op over die kippen.” Eindelijk zegt een dochter het hardop. Ik wachtte lang op die zin. Ik begon me steeds vaker te verontschuldigen voor het feit dat ik nog even iets moest vertellen over de kippen. Voor de zekerheid startte ik dan met: ‘Ik heb het je misschien al verteld…’ En dan: ‘…maar ik heb kippenpindakaas gekocht!’ Of een flauwe kippenanekdote. Hoewel, flauw.

Laat me een bekentenis doen. De kippen hebben mijn leven gered. Dat klinkt zwaar. Maar even serieus: sinds de kippen er zijn, denk ik elke ochtend: er is iets leuks. O ja! Ik moet naar de kippen! Ergens buiten kraait een haan. Een vertederend geluid vind ik dat. En gelukkig hebben mijn buren tot op heden geen Rijdende Rechter ingeschakeld. De kippen brengen dus op een blijmakende manier structuur in mijn leven. Had ik aanvankelijk door die virusuitbraak de neiging het dekbed over mijn oren te trekken en te mompelen dat ik nog lang niet klaar was om de wereld te aanschouwen, tegenwoordig spring ik mijn bed uit en vul de voersilo’s met een door mijzelf gehusselde kippenopfokmix.

Ik begon mijn Cochinkrieltjes-kippenavontuur met twee hanen (Coco en Poulet) en een hennetje (Claudette), uitgebroed in een geleende broedmachine. Daar kochten we drie iets jongere hennetjes bij. Want een mens met een kip wil uiteindelijk een ei. Het grote trio zag dat niet als welkome toevoeging: de kleintjes (Helena, Houdini en Attica) moesten rennen voor hun leven. Dus zette ik het oude hok naast het nieuwe grote hok en begon aan een integratieproject.
Integreren gaat in kippenstapjes. Inmiddels scharrelen ze samen. Soms kraakt het kleine trio het grote hok. Tot het grote trio terugkeert van een lange wandeling. Elke avond vind ik ze terug in hun eigen hokje. Dan wens ik ze welterusten.

“Ik ga de kippen toedekken,” zeg ik tegen kleindochter Sofie, negen jaar oud, die een nachtje logeert.

“Hoe doe je dat?”
“Met kleine rood geruite dekentjes. En kanten lakentjes. Ga je mee?” “Nee hoor, oma.”

Niet iedereen wordt zen van kippen. Dus loop ik zelf door het donker naar het hok, inspecteer de inwoners met mijn zaklantaarn, kijk vergeefs in het leghok, sluit de hokken, fluister ze welterusten toe en neem voer en drinken mee naar binnen. Daar maak ik de silo’s schoon en zet ze klaar voor de volgende dag. Met de kerstdagen krijgen ze dat potje kippenpindakaas; ik heb er een speciale houder voor gekocht.

Kippen. Wat wil een mens nog meer? Nou… een eitje. Eén eitje maar. Een krieleitje dat lichtjes smaakt naar kippenpindakaas.

Lees hier het hele artikel 20-52 Marjan

(Deze column is dus van voor de Kerst. En voor iedereen die zich nu, een week voor het paasweekend, afvraagt hoe het zit met die eierenproductie: we hebben tot nu toe acht eitjes mogen rapen. De mooiste en lekkerste krieleitjes van de héle wereld!)

Een maanbad? Dát wil ik

Ze vond ‘m altijd al best intrigerend, die maan. Dus ging Marjan van den Berg op zoek naar uitleg over de vermeende kracht en invloed van dat gigantische hemellichaam. “Ik ga maanbaden nemen en me opladen. Ik word nu al vrolijk van dat voornemen.”

“De maan, dat is het onbewuste. Dat voel je in je buik. Daar zit intuïtie, inspiratie, creativiteit. De maan is vrouwelijk.” Op mijn speurtocht naar de invloed van de maan op ons leven ben ik bij Ingrid Cramer beland. Zij is natuurpriesteres, studeert al jarenlang alles wat met magie en natuur te maken heeft, geeft daar les in en begeleidt haar eigen coven, een groep leerlingen die haar pad volgen. Als ik vertel met welke vraag ik kom, kan ze niet meer stoppen. De maan. Daar is zó veel over te vertellen, dat ik een jaar bij haar in de leer kan. Of langer.

De maan voor dummies

“Je zonnekant, dat is je bewuste kant. Maar die maan, dat is het moederlijke, het scheppende in ons. Hoe meer je zonnekant en je maankant in balans zijn, hoe sterker je in het leven staat.” Vrouwen creëren leven en hadden van oudsher behoefte aan een maangodin. Die heeft maar liefst drie gezichten. Selena is de moe- der, Diana/Artemis de maagd en Hecate de wijze oude vrouw. En dan is er ook nog Lilith, die aan de donkere kant van de maan woont, waar de blinde vlek huist in onze ziel. Hè? Ho! De stadsheks Ingrid – lachend: “Ja hoor, zo mag je me ook noemen!” – slaat volledig op hol. Dus ik leg mijn pen neer en beken dat ik meer op zoek ben naar ‘De maan voor Dummies’. Ik zou best heks willen worden. Eerlijk is eerlijk. Maar ik zit hier voor les 1. Wat doen wij, leken en oningewijden, met die maan?

Ingrid vat het graag samen. “We stoppen even met rennen in de zon. We staan stil bij de maan. En met de volle maan laden we ons op. We nemen een maanbad.” Daar veer ik van op. Dat wil ik. Maar hoe? “Je gaat gewoon buiten staan. En je legt je vinger op de volle maan. Zo, in de lucht.” Ze doet het voor, haar arm gestrekt, haar wijsvinger omhoog. “Bedek de maan met je vinger en laat de energie van de maan dan in je lijf stromen. Of je neemt een douche. Dat kan ook. Je wast je met de maanenergie, alsof je onder een douche staat.” Ik krijg daar meteen een beeld bij. “Bloot?” Ze schiet daar erg om in de lach. Want ja, dat kan. “Maar zorg dat je veilig bent. En dat je een ander er geen kwaad mee doet.” Zo’n maanbad of -douche geeft kracht, vertelt ze. Je wordt er helderder door. De zon maakt je energiek en actief. De maan zorgt voor ontlading en, heel belangrijk, de maan laat je even stilstaan bij de vraag of je dat allemaal wel goed hebt doordacht. De maan zorgt dus voor reflectie. En dat is precies wat de maan doet: reflecteren. Ik begin les 1 een beetje te snappen. Maar is het allemaal niet een beetje raar? Om zo stil te staan bij de maan? Een beetje zweverig?

Maancyclus

“Ga maar eens na hoe vaak je ontroerd hebt gekeken naar een mooie zonsondergang. Vond je daar iets zweverigs aan?” vraagt Ingrid. Daar heeft ze een sterk punt. Ik ga maanbaden nemen, neem ik me voor. Ik ga mijn vinger op de maan leggen en me opladen. En ik word nu al vrolijk van dat voornemen. Want uiteindelijk heeft iedere vrouw iets met de maan. Onze menstruatiecyclus loopt vrijwel gelijk aan de schijngestalten cyclus van de maan. In mijn geval loopt er niets meer, dankzij de overgang. Waarmee het nu toch weer een mystiek verhaal dreigt te worden, want ik vraag me nog altijd af waar ik naar overging. Geen idee. Maar ik voel de maan nog steeds. Sinds mijn gesprek met Ingrid ook bewuster. Want dankzij de app (Simple moon phase calender) op mijn telefoon weet ik nu ook in welke fase de maan zich bevindt. Handig, als verklaring voor plotselinge tranen bij het zien van een platgetrapte boterham met pindakaas op het fietspad. Of een onverwachte woedeaanval die ik moet wegdrukken, terwijl er niets ergers aan de hand is dan een rode sok bij de witte dekbedhoes in de wastrommel.

Onzin

Eigenlijk vind ik het met mijn boerenverstand heel logisch dat de maan invloed op mij heeft. Door de aantrekkingskracht van de maan hebben wij op aarde eb en vloed. Ik besta ook grotendeels uit water. Dus heeft de maan ook invloed op mij. Of niet?

Niet, zegt de wetenschap. Ik kom terecht bij Govert Schilling, die op televisie geregeld ingewikkelde zaken over ruimtevaart en sterrenkunde volkomen helder uitlegt. Hij heeft een site allesoversterrenkunde.nl en daarop lees ik dat het onzin is om te beweren dat de maan invloed heeft op mensen. Wel op eb en vloed dus. Maar dat komt door de aantrekkingskracht van de maan op zeer uitgestrekte watermassa’s en dat kun je wetenschappelijk verklaren. Maar niemand constateerde ooit eb en vloed in zijn tuinvijver. Of badkuip. Er worden met volle maan ook niet meer baby’s geboren dan anders, er worden niet meer misdrijven gepleegd en ga zo maar door. Het zijn fabeltjes, lees ik. Een verklaring is misschien dat de maan een week lang redelijk vol lijkt. Dat blijft dan in het geheugen hangen als een nacht met ‘volle maan’. Maar de maan was misschien die nacht maar voor 96 procent vol. Laat je dus niet foppen, zegt de wetenschap.

Behalve dan als je dat leuk vindt. Of prettig. Of als je denkt dat het nuttig is. Omdat je werd gegrepen door de supermaan die we dit jaar in juni konden zien. Dan is de maan relatief dicht bij de aarde (357.000 kilometer van ons af in plaats van normaal 384.000 kilometer) en daardoor dertien procent helderder dan normaal. Daar stonden toch aardig wat mensen ademloos naar te kijken.

Maanzaaien

Het kan ook zo zijn dat je vindt dat er meer is op de aarde dan alleen wetenschap. Dat je dan het zekere voor het onzekere neemt en je moestuin inzaait volgens een op de maanstanden geïnspireerde bio-dynamische zaaikalender. Zoals Lilian Kars, die nu haar derde jaar moestuinieren afsluit. “De eerste twee jaar deed ik zo’n beetje wat de buren deden. Maar dit jaar doe ik alles via de zaaikalender van Maria Thun. Hoewel, Maria is er niet meer. Het is haar zoon Matthias die de kalender nu jaarlijks uitgeeft.”

Wie met de maan werkt, werpt zich als vanzelf op meer verdieping, blijkt ook hier. Terwijl we kijken naar de boontjes en de prei, geeft Lilian uitleg. Dat hooi is om te mulchen. Want frezen en bemesten van de grond is echt heel slecht. En wat je daardoor aan ondergronds leven vernietigt, doet haar rillen. Ze is overtuigd veganist en geeft lezingen in non-dualiteit, waarin ze uitlegt dat wij onderdeel zijn van het grote geheel en niet moeten denken dat we de boel naar onze hand kunnen zetten zonder dat dat consequenties heeft. “Ik wilde dus zo weinig mogelijk ingrijpen. Kijk, je kunt de grond gaan bewerken óf je kunt de grond laten vertellen wat-ie nodig heeft.” Zo kwam ze bij de zaaikalender van Thun terecht. Alles staat erin, elk jaar verschijnt er een nieuwe en als je de kalender volgt, werken de maan en allerlei planeten lekker met je mee. Grofweg: als de maan stijgt, dan ga je stekken en enten en zaaien. Als de maan daalt, dan ga je verpotten en uitplanten.

“Je moet wel even studeren op die kalender, maar als je ’m doorhebt, kun je er prima mee aan de slag. Het geeft me een goed gevoel. Als de natuur reageert op de maan, reageren wij ook op de maan. Want wij zijn deel van die natuur. En ik wil dat ook graag, deel zijn van de natuur.” Ze staat heel bewust in haar tuin, twee voeten in de aarde. En ze zegt: “Bij traditionele tuinders zie je dat mooie zwarte omgeploegde landje. Bij mij niet. Bij mij moet het er niet goed uitzien, het moet goed vóélen. De aarde moet zich goed voelen. Dat doe ik heel bewust, want alles heeft bewustzijn. Dieren, planten, alles. Mensen vinden het vaak angstaanjagend om zich te realiseren dat ze onderdeel zijn van de natuur. Ze willen erboven staan. De natuur controleren. Ik wil er juist deel van uitmaken.”
Maar werkt het ook? Heeft die methode meer effect? Meer opbrengst? Lilian schiet in de lach.
“Geen idee! Dat weet je nooit. Het geeft mij in elk geval een goed gevoel. Dus ik ga ermee door. En door de maan-app op mijn telefoon begrijp ik inmiddels mijn man ook beter. Met volle maan valt altijd alles uit z’n handen.”
Als ik haar vertel over Ingrids tip om een maanbad te nemen, vindt Lilian dat op slag een uitstekend idee. Ze gaat meteen op zoek naar de eerstvolgende datum dat de maan door de bomen schijnt.

Ook enthousiast geworden? Kijk dan eerst even op je maan-app. Misschien is er binnenkort wel een eclips. Een maansverduistering dus. Die nacht regeert Lilith, de godin van de donkere maan, die je laat zien wat je diep hebt weggestopt en wat je verborgen houdt. Het is maar dat je het weet. Ik blijf dan lekker binnen.

Oorspronkelijke versie lezen met extra tips? Klik:

20-50 Maanbad

Dankzij een app weet ze precies wanneer ze op de top zit van d’r PMS en dus beter geen gesprek kan aanvragen over salarisverhoging

 

Moe. Slecht slapen. Druk op de borst. Dode vingers. Rare pukkeltjes op mijn wangen. Pijn in m’n knieën. O, die verrekte heup. Jeuk, op plekken waar je niet in het openbaar kunt krabben. Moe. Dat vooral, maar daar begon ik ook al mee.

“Ga eens naar je huisarts!” zegt een dochter.
Dat zou ik wel willen, als ik maar écht iets had! Ik heb dus een huisarts in wiens ogen ik de volgende tekst denk te lezen: ‘Och heer, daar heb je weer zo’n zeikerd met een heel schrift vol vage klachten. Wie komt mij daarvan verlossen?’ Misschien denkt-ie dat niet echt. Misschien is het wel projectie. Dat kan heel goed. Want dat zou ik namelijk denken als zo’n vrouw tegenover me kwam zitten, terwijl ik het al druk genoeg heb met echt serieuze dingen, zoals hartinfarcten en door landbouwmachines afgezaagde lichaamsdelen.

“Het is bij jou vast hormonaal,” voegt dochter eraan toe. Sinds kort weet zij daar een hoop van, dankzij een speciale hormoon-app. Door die app leer je je cyclus beter kennen. Dan weet je precies wanneer je op de top zit van je PMS en dat je dan dus beter geen gesprek kunt aanvragen over een salarisverhoging. Reuzehandig. Bovendien maakte ze een afspraak bij Care for Women. Een landelijke organisatie die consulten aanbiedt voor vrouwen. Overgang, PMS, menstruatie, zwangerschap en vermoeidheid, je kunt een afspraak boeken en even uitgebreid doorzeiken over het feit dat je het bloedirritant vindt dat je naast al die bovengenoemde klachten ook nog eens af en toe een opvlieger zit weg te puffen. Daar neemt zo’n vrouw, want ja, het zijn altijd vrouwen, uitgebreid de tijd voor. Want dat is precies waar ze voor zijn. Zonder verwijzing van de huisarts en vergoed door de zorgverzekeraar.

“Ga jij nou ook!” zei dochter, die er dolblij vandaan kwam.
Ik ben geweest. Ik kwam er wijs vandaan. Mijn knop is om. Want mijn Care for Women-leukerd verwees me streng en eerlijk rechtstreeks naar mijn huisarts. Daar zat ik diezelfde middag nog. ‘Hij’ was ineens een vrouw!
Dat luchtte al enorm op. En zij zei na twee zinnen al: “Nee, ik vind je helemaal geen zeur! Ik vind het juist super dat je hier komt voor advies en daar begeleid ik je graag in!”
Dus werk ik nu met haar en een heel lieve diëtiste aan het verlagen van bloeddruk, cholesterol, bloedsuiker en gewicht. Indrukwekkend rijtje, nu ik dat zo optik. Inmiddels overigens al met resultaat, veel minder moeite dan ik verwachtte en een hoop lol. Het fijnst is dat ik dit nu* al doe en dat ik dus niet in januari aan al die goeie voornemens hoef te beginnen.
Dan kan ik gewoon een oliebol nemen. Eentje. Om mijn dooie vingers aan op te warmen. Want die heb ik nog steeds.

(*Deze column is van eind november 2020! En als ik straks naar de kapper ga, is er weer een kilo af…)

Lees hier het hele artikel 20-50 Marjan