TERUG

Zo word ik nooit oma



Het is me weer overkomen. Ik trap er elke keer weer in. Ga ik met de meiden en een babypakje of een teddybeer op kraamvisite, dan zegt de nieuwbakken vader trots: "Wil je de foto's zien?" En dan antwoord ik enthousiast: "Ja leuk!" Ik leer het dus nooit. Want tegenwoordig krijg je in full color de complete reportage van de eerste centimeter ontsluiting tot de laatste hechting onder je neus geduwd. Zomaar, naast de beschuit met muisjes. En daar hou ik nu eenmaal niet van. Wat moet je met goed fatsoen zeggen, als je zulke foto's bekijkt? Wat staat ze er leuk op? Of: wat heb je daar de belichting prachtig ingesteld? De meiden zijn er beter in. Die hangen over mijn schouder en kijken mee. Als ik te snel blader, zeggen ze zelfs kribbig: "Langzamer, mam." Ze bestuderen elk detail met meer dan normale aandacht. Kirsten maakt met haar vingertje een vettige ronde afdruk op het glanzende fotopapier en vraagt: "Is dat tante Jet? Wat doe jij daar, tante Jet?" "Daar krijg ik een baby", zegt Jet, geheel naar waarheid. Kirsten kijkt nog eens goed. Ze had Jet met dat enorm rode hoofd niet zo gauw herkend. Ze haalt haar schouders op en gaat de babykaarten bewonderen. Amber houdt het langer vol. "Waar is oom Wim", vraagt ze kritisch. "Die maakt de foto", zegt Jet. "Moet je man je niet helpen met het krijgen van een kind?" Jet zwijgt bedrukt en ik krijg al wat meer plezier in de medische fotosessie. Met zulke opmerkingen vind ik het nog wel om door te komen. Amber zet door, gewend om op welke vraag dan ook antwoord te krijgen. "Vond u dat leuk, dat ome Wim steeds foto's maakte?" "Nou, steeds", zegt Jet en ik hoor de wanhoop toeslaan. "Mooie scherpe foto's", leid ik het onderwerp wat af. Maar de lachkriebels vanuit mijn buik veroorzaken een raar bibbertje in mijn stem. "Keek ome Wim ook gewoon, ik bedoel zonder zijn camera", zet de kleine criticus door. Dat wordt te erg. "Natuurlijk wel", brom ik en we gooien het op de onderwerpen borstvoeding, kraamhulp, wipstoeltjes en tepelkloven. Toch bladert Amber het langst in het album. Aandachtig bekijkt ze ieder plaatje en zwijgt. Daarna drinkt ze haar fris op en staart voor zich uit. En als Jet met de nieuwe aanwinst stralend de trap afdaalt en wij opstaan, alsof we het plechtige moment alleen staand kunnen verwerken, stelt ze de laatste onafwendbare vraag. "Doet dat pijn, baby's krijgen?" "Dat valt best mee. Anders had ik het ook geen drie maal voor elkaar gekregen", lieg ik. "Maar al dat bloed dan? En dat hechten en die navelstreng die ze doorknipten", griezelt ze. Ze besteedt vervolgens opvallend weinig aandacht aan de baby en zelfs de kleine garnalenvingertjes kunnen haar niet echt bekoren. Als ze het kleintje vijf minuten op schoot heeft gehad, geeft ze het resoluut aan Jet retour. "Ze stinkt", meldt ze afgemeten. Er mankeert niets aan haar reuk en de diagnose is juist. Maar de toon! Jet pakt haar pronkstuk dan ook wat beledigd aan. "Vindt ze baby's niet lief?", vraagt ze, alsof ik dit kan helpen. "Ik denk dat ze zich net heeft gerealiseerd dat het een hele klus is om er eentje op de wereld te zetten", verdedig ik. "Hij spuugt", wijst Kirsten. Een dun straaltje melk loopt uit het mondje. "Getver!" Op de terugweg in de auto zegt Merel nog: "Ik denk niet dat ik later kinderen neem. Al dat gekrijs." Wat heb ik toch enorm de pest aan zulke foto's. Zo word ik natuurlijk nooit oma.

Afdrukken