TERUG
Warm konijn
"Fantastisch", zuchten wij als we de kant en klare tent bewonderen die aan een klein riviertje in de Dordogne op ons staat te wachten. Een koelkast, een kurkentrekker en bedden met echte matrassen. We mogen fietsen lenen bij het Engelse echtpaar dat de tenten beheert en we kunnen met alle vragen bij ze terecht. Dat scheelt een hoop gezoek naar Franse woorden. Het is een rustige kleine camping. Veel Franse families komen hier jaarlijks terug. Verder zijn er veel Engelsen. We ontdekken al gauw prachtige kastelen, slaperige stadjes, kleur- en geurrijke markten en gezellige restaurantjes. We vinden ook uit dat de heuvels hier erg hoog zijn om te fietsen en het water te laag staat voor de kanotocht op het zijriviertje. Dat wordt meer een oefening in uitstappen, kano over de keien slepen en instappen. Iedere avond zitten Jan, Kirsten en ik op het campingterras te kijken naar petanque en te kletsen met de campingbaas en wat verder langs komt waaien. Een Franse jongeling meldt vol trots dat hij Nederlands kent. "Ik ben warm", zegt hij vol trots. Maar hij weet er nog één! "Ik ben een konijn!" Wij slaan steil achterover en leren hem meteen de combinatie: "Ik ben een warm konijn." Zijn vrienden brullen als ze horen wat dat betekent. Dan wil hij wel eens een praktisch lesje voor het geval hij leuke Nederlandse meisjes ontmoet. Dus hoe zeg je: Ik wil met je slapen? Uiterst geconcentreerd herhaalt hij de woorden van Jan. "Wil je met me slapen?" "Nee", antwoordt Jan, "Ik slaap niet met een warm konijn." De vrienden vallen nu slap van het lachen van hun muurtje. Diezelfde avond is er een dansavond met streekdansen. "Kan ik ook", zeg ik vol vertrouwen tegen Jan en kopieer een paar passen van de rij. Onmiddellijk staat een Franse vakantieganger met een uitnodigend gebaar voor me. Ik maak heel andere passen dan de rest van de rij, maar wel met een gezicht alsof het zo hoort. Het Franse kamp begroet het met gejuich en mijn partner knikt goedkeurend. Na afloop belooft hij me volgend jaar op te halen om eerst eens flink te oefenen. Ik heb daar zo mijn twijfels over, want ik loop drie dagen met verkrampte kuiten rond. De spierpijn gaat pas over als de campingbaas ons de illegaal gestookte drank laat proeven die hij met een aantal boeren maakt na de druivenpluk. Al mijn spieren ontspannen bij het derde glas en als we afscheid nemen, zoenen we elkaar hartelijk. Kortom, we genieten. En Merel en Amber? Tja, wonderlijk geval. Die liggen achter de tent in de schaduw, zitten met hun voeten in het riviertje of liggen voor de tent in de zon. Maar meestal, meestal zitten ze aan tafel. Daar schrijven ze brieven naar hun vriendjes die ze voor twee onvoorstelbaar lange weken achter moesten laten in Nederland. Voor Merel en Amber geen warm konijn. Die hebben heimwee naar hun kaaskoppen.
Afdrukken

