TERUG
Volkslied
"Wij leren het Wilhelmus", kondigt Kirsten tijdens het avondeten ernstig aan. "Dat is prachtig", prijs ik haar onderwijzer. Want ik heb iets met het Wilhelmus. Voor mij is het een snotterlied. Al wordt het gespeeld bij een kersenpittenverspuugwedstrijd, ik krijg er vochtige ooghoeken van. Veel mensen kennen de tekst niet meer, leerde een onderzoek. Maar kijk, mijn dochter van acht zingt het eerste couplet. Mooi zo! Alleen gaat ze er veel te lang mee door. En het regeltje 'De ko-o-o-o-ning van Hispanje' komt er erbarmelijk uit. Dus ik wijs met mijn mes de toonhoogte. "De ko-o-o-o-ning van...." "Nu weet ik het", roep Kirsten en barst los in: "De ko-o-o-ningin van..." "Nee, het is een koning. Geen koningin", verbetert Amber. "Ik snap ook niet wat ik zing", zegt Kirsten somber. Nu kan dat nauwelijks een beletsel zijn, want ze moet op school elke week een psalm moet opzeggen. Daar begrijpt ze vaak ook geen jota van. Jan probeert uit te leggen: Willem van Oranje, Philips II, de tachtigjarige oorlog. Het zegt haar niets. Ze hebben al lang geen Vaderlandse Geschiedenis meer op de basisschool. Ze krijgen Wereldoriëntatie. Dat is heel andere koek. "Gewoon uit je hoofd leren", beveel ik aan. "Het is eigenlijk een voetballiedje, hè mam?", vraagt Kirsten vol onschuld. Gelukkig legt Amber uit dat je het volkslied zingt bij elke overwinning. Daar neemt ze volledig genoegen mee. "Ken jij nog meer coupletten?", vraagt ze mij. "Het zesde", vertel ik. Dan zing ik 'Mijn schild ende betrouwen'. Ja hoor, daar gaat ie weer. Ik krijg een brok in mijn keel. "Vind je het zo mooi?", zegt Kirsten verbaasd. "Zo goed zing je nu ook weer niet!" Maar nee, dat is het niet. Het is van vroeger. Van de aubade op Koninginnedag, waar ik altijd met mijn vader naar toeging. Op zijn schouders keek ik over de menigte schoolkinderen die de burgemeester toezongen. Die stond in vol ornaat, inclusief ambtsketen en hoge hoed, op het bordes. Bij het Wilhelmus voelde ik de schouders van mijn vader licht schokken. En mijn handen langs zijn gezicht werden nat van geluidloze tranen. Maar mijn vader had dan ook een heel andere overwinning meegemaakt dan het wereldkampioenschap schaatsen of de Uefacup. "Ik weet nog een lied", onderbreekt Amber mijn mijmeringen. "Twee pond bananen..." De tekst is schuin, maar al zo oud als de weg naar Rome. Ik kende hem ook nog. "Ik weet ook een vieze", bekent Jan en zingt van 'Schoorsteenveger'. Merel brengt zes varianten op 'Daar hoog in de bergen'. De één iets minder erg dan de ander. Ze gieren van het lachen. Bieden tegen elkaar op. "Nu ik!" roept Kirsten. Dan zingt ze het hele Wilhelmus. Zonder haperen met een perfecte 'ko-o-o-o-oning'. "Ik ken geen vieze liedjes", zegt ze verontschuldigend. En voor het eerst in mijn leven heb ik na het volkslied tranen in mijn ogen van het lachen!
Afdrukken

