TERUG
Vlees
"Vleesvervoer", leest Kirsten op de achterkant van een vrachtwagen voor ons op de snelweg. "Wat zit daar in?" "Vlees, suffie", zegt Amber. "Dode koeien", roept Merel. "Compleet, met kop, poten en alles erop en eraan." Er is weinig fantasie voor nodig. Voor Kirsten is de achterkant van die auto nu van glas. Ze ziet slappe koeielijven, dwars over elkaar heen, tot de nok toe opgestapeld. Een vrachtwagen vol dode koeien om later, in stukjes en beetjes, op ons bord te belanden. "Zielig hè?", zegt ze een beetje treurig. Met: "Ze hangen aan haken", voegt Merel een extra dimensie toe aan het gruwelbeeld. "Hou je nu op", zeg ik. De vrachtwagen neemt dezelfde afslag als ik. Voorlopig ben ik nog niet van dat vlees af. "Oké", zucht Merel, "Er liggen allemaal gehaktballen in, duizenden gehaktballen." Vlees eten. Het blijft een heet hangijzer. Wanneer ze een stuk vlees op hun bord krijgen, is de eerste vraag: 'Is dat een varken of een koe?' Ik antwoord dan geheel naar waarheid en heb gelijk minder trek. Het is een heel verschil of je een karbonaadje eet, of 'varken'. Draadjesvlees of 'koe'. Ik kan geen dieren eten die ik aardig vind. Lammetjes, konijntjes, paarden, van mij mogen ze vrij en blij door de wei blijven huppelen tot ze er hoogbejaard bij neer vallen. Ik prik daar geen vorkje van mee. Maar af en toe laat Merel me foto's van noodslachtingen en varkensvervoer zien, zodat ook de minder aandoenlijke diersoorten ernstig ter discussie komen. Merel kan daar luchtig overheen stappen, door doodleuk op te merken: "Toch lekker, zo'n bal gehakt." Dan heeft Kirsten al tranen in haar ogen en zit verwezen te prikken in wat eens knorrend door de modder rolde. En Amber wil opeens weten of vissen ook gevoel hebben. En er is altijd wel iemand die peinzend zegt: "Waar zat dat stukje nou precies? Ik bedoel, toen hij nog leefde?" Wie het weet is nooit te beroerd om dat op eigen lijf even aan te duiden. Borstlappen, brrr. Biefstuk, daar! Spare-ribs, tel maar na. De wagen met vleesvervoer voor ons neemt een scherpe bocht. "Vallen die koeien nu om?", vraagt Kirsten. "Nee, die slingeren nu heen en weer aan die grote haken in hun billen", grinnikt Merel. "Merel! Hou op!" Op zijn alleronschuldigst: "Ja, maar het is toch zo?" "Zullen we voorlopig maar geen vlees eten?", stel ik voor. "Dan moet je veel bonen eten en noten", vertelt Merel aan Kirsten. Die is al bijna in tranen. "Ik lust geen bonen. En ook geen noten", piept ze. "Ik lust wel een gehaktbal." De vrachtwagen slaat af. Wij rijden door. Iedereen piekert voor zichzelf het vegetarische vraagstuk door. Dat de gedachten van Amber een heel andere richting zijn ingeslagen, merk ik pas wanneer ze vraagt: "Mam, kan ik dan in plaats van leren schoenen drie paar gympen krijgen?"
Afdrukken

