TERUG
Vinger tussen de deur
Ze valt uit bomen. In het minst erge geval hangt ze tussen twee takken en moeten we haar als een haas bevrijden, voordat haar arm breekt. Iedere dag struikelt ze wel een keer. Ze gooit glazen om. Ze zit zonder het te merken met haar elleboog in de boerenkool. Ze draait de hete kraan open en denkt dat het de koude is. Ze pakt met haar vingers een warmhoudplaatje van het gas. Dat is Amber. Een geboren brokkenpiloot. Terwijl ik zat te schrijven rinkelde de telefoon. "Het is Amber, ze gaat nu met juf Patricia naar de dokter", vertelde de hoofdonderwijzer. "Ja, vinger tussen de buitendeur." Hij acteerde zo kalm en rustgevend dat de vlammen me uitsloegen. Het was dus erg. Anders had hij ten eerste niet gebeld en ten tweede niet zo sussend gemeld dat het 'allemaal bij nader inzien wel mee zou vallen'. Binnen een kwartier zat ik naast haar in de spreekkamer. De huisarts was net doende haar rechter wijsvinger weer in te pakken. "Daar moet de eerste hulp even naar kijken. Daar kom ik niet aan", zei hij ongezouten. Amber zag erg bleek. "Doe er nu een pleister op. Dan kan ik toch gewoon weer naar school", huilde ze. Maar we zetten haar achterin de auto en ik reed met haar naar het ziekenhuis. Onderwijl praatte ik met haar. In de spiegel zag ik hoe ze witter en witter werd. "Hoe is het gebeurd? Amber, luister naar me. Hoe is het gebeurd?" Ze werd knettergek van mijn geschreeuw, maar ze bleef wel rechtop zitten. Ze vertelde. En langzaam kwam er een licht kleurtje op die witte wangen. Bij de eerste hulp hebben ze een prima neus voor onderscheid tussen serieus drama en 'kan nog wel even wachten'. Wij mochten gelijk door. Amber moest op een onderzoektafel liggen en kreeg een groene lap over haar heen. Haar hand stak door een soort mouwtje. "Gaat het een beetje, meid?" vroeg de vrouwelijke dokter. "Ja zuster", zei Amber beleefd. De broeder die haar bijstond noemde ze hardnekkig 'dokter'. "Kunt u er tegen?", vroeg de dokter. "Ja hoor", zei ik. Ik had nog niets gezien en bovendien was ik niet van plan haar alleen te laten. Het verband ging eraf. Daaronder vandaan kwam iets wat op een wijsvinger leek. Ik schrok me werkelijk te pletter. "Ze speelt zo mooi gitaar", zei ik tegen de dokter. Ik heb dat denk ik achteraf wel tien keer gezegd, uit angst dat ze nooit meer een snaar zou kunnen aanraken. De dokter klapte het topje om. Zo kon ze beter zien waar ze de boel weer aan elkaar vast moest naaien. Misschien heb ik het me verbeeld, maar ik zag het botje eruit steken. Het topje zat er volledig naast. "We naaien het weer netjes aan elkaar", zei de dokter vol vertrouwen op de goede afloop. "Ik wil gewoon een pleister", hield Amber vol. Maar ze huilde niet, ze gilde niet. Ook al zei de dokter uitdrukkelijk dat dat mocht, als ze in haar vinger ging prikken met de injectienaald. "Ik wil het niet zien!" Dat riep ze wel en ze trok mijn hoofd tegen haar gezicht. We hebben daardoor geen van tweeën de restauratie gevolgd. Het duurde lang. Ik fluisterde haar sussend allerlei woordjes in haar oor. Af en toe jammerde ze. Heel zacht en klagend. "Toch wel interessant", zei ze nuchter toen we weer buiten stonden. Haar arm zat in een mitella en ik mocht de tot ballon opgeblazen onderzoekshandschoen vasthouden. Tien dagen later waren de hechtingen eruit. De nagel bleef zitten, maar je ziet een litteken rondom het topje. De vinger is wat dikker dan de andere. Dikker ook dan haar andere vingers die ook ooit tussen een deur hebben gezeten. Ze speelt gitaar. Gelukkig wel. Veel last heeft ze er ook niet van. Eerder gemak. Ambers vinger is ons weerhuisje. Als ze meldt dat haar vinger jeukt, dan slaat het weer om. We hebben al drie onweersbuien, een sneeuwbui en een vorstperiode correct voorspeld. Amber gaat gelukkig makkelijk om met haar aangeboren neiging tot zelfverwonding. Laatst sloeg Kirsten de deur hard dicht uit kwaadheid. Amber keek even op van haar tekenwerk en zei verbaasd: "Hé, ik heb mijn vinger er niet eens tussen!"
Afdrukken

