TERUG
Verf
"Wat heb je daar nou? Een hele veeg verf!" Jan wijst in mijn nek. We zitten samen in de auto. Op weg naar een receptie met keurige mensen, vooral mannen, die we keurige handjes moeten geven en waar we keurige gesprekken mee moeten voeren. Ik zie er dan ook keurig uit. Mijn haar heb ik opgestoken. Zeven kaartjes schuifspeldjes houden de boel in bedwang. Niks op aan te merken. Op die veeg na. Want ik ben de deuren op de overloop aan het schilderen. Donkerbruin waren ze. Somber werd ik van dat duistere halletje. Nu verf ik ze in een heel licht tintje groen, bijna wit. En er komen latjes op in donkergroen. Het wordt prachtig, als alles lukt. Maar als ik schilder, schildert alles mee. Mijn armen en handen heb ik braaf schoongepoetst met terpentine. Maar die nek... tja, dat heb ik natuurlijk nooit gezien. "Ik kan mijn haar nu niet meer los doen. Dat is geen gezicht", zucht ik, terwijl ik verwoed mijn nek boen met een wijsvinger vol spuug. Dat helpt natuurlijk niet. Alleen wordt de huid rondom de verf vuurrood, waardoor de vlek nog erger afsteekt. "Nou ja, die mensen snappen toch wel dat ik geen besmettelijke huidziekte heb? Die zien toch wel dat het verf is?", vraag ik. Jan mokt. Het is natuurlijk vervelend om naar zo'n gelegenheid af te reizen met een vrouw die zich niet mag omdraaien. Op de receptie ben ik de enige met verf in zijn nek. Er waren wel een paar vrouwen met verf op hun gezicht en hun nagels. "Niemand heeft er iets van gezegd", meld ik Jan triomfantelijk op de terugweg. Die zucht: "Nee natuurlijk niet. Zoiets zeg je toch niet?" Is dat zo? Ik pieker daar eens lekker over door op de terugrit. Ik sta wel eens bij een koud buffet en dan raak je aan de praat met een man die een stukje zalmsalade aan zijn neusgat heeft hangen. Ik ken die man niet zo goed. Dus wat doe ik? Ik ga over mijn neus wrijven in de hoop dat hij de beweging nadoet. Als dat mislukt, beëindig ik het gesprek en hoop ik voor hem dat het er bijtijds afvalt. Ken ik die man wel, dan ben ik niks te beroerd om eigenhandig zijn neus schoon te poetsen of doodgewoon te melden: "Zeg, er hangt zalmsalade aan je neus." Met vrouwen is dat anders. Dan aarzel ik geen moment en zeg meteen dat er iets mis is. Dat hoort. Dat zijn wij elkaar verplicht. Bovendien schept het een enorme band als je als twee wildvreemde vrouwen binnen vijf minuten na binnenkomst achter een palm een rok staat vast te spelden met een meegebrachte veiligheidsspeld. Ik heb daar mooie herinneringen aan. Mijn gelijk bewees zich op een lezing die ik onlangs hield voor een huisvrouwenvereniging. "Je bent zeker aan het schilderen", concludeerde de voorzitster binnen vijf minuten na onze eerste kennismaking lachend. Mijn nek was alweer brandschoon. Maar de honderden lichtgroene puntjes in mijn haar krijg ik er voorlopig niet uit!
Afdrukken

