TERUG
Toekomst
"Dan ben ik nog niet oud genoeg voor de politie, dus ga ik eerst naar het Economisch College en daarmee kan ik een eigen winkel beginnen", vat Amber haar plannen samen. Toekomst is erg. Die moet je invullen. En als je denkt dat je alles op een rijtje hebt, staan je opvoeders te trappelen om te wijzen op de zwakke punten in je betoog. "Dan krijg je vakken als handelsrekenen, boekhouden en economie. Allemaal onderwerpen waar je nu een hekel aan hebt", zeg ik dan ook. Nu wil Amber niet van mij aannemen dat je dat soort onzin nodig hebt voor een winkel. Wat een flauwekul. Ze zal wel zien. Ik moet me maar nergens mee bemoeien, want ze regelt alles zelf wel. Wacht maar af. Als die winkel feestelijk opent, krijg ik een uitnodiging. Of ze zit al lang bij de politie en ik maak me druk over niks. Dus zucht ik maar eens diep en doe wat me is opgedragen. Afwachten. "Kijk, met zo'n opleiding kun je kunstbeurzen organiseren en grote culturele manifestaties", wijst Merel. "Dan moet ik eerst een voorbereidend jaar doen op een kunstacademie of zo." "Ik heb nooit gemerkt dat je zoveel oog had voor kunst", zeg ik verwonderd. Dat hoeft ook niet, beweert ze. Ze organiseert het alleen maar. En trouwens, wat zeur ik nou? Ze weet heus wel wat mooi is. "Maar toen ik je kaartjes gaf voor de Museumboot, ging je alleen maar varen. Geen museum heb je bezocht", werp ik tegen. Nou zeg, wat ben ik kinderachtig. Zo'n opleiding heeft niks te maken met een bezoekje aan het Stedelijk Museum. "En jij vindt het meestal ook niks, wat daar hangt", zegt ze, geheel naar waarheid. Maar ik ben dan ook niet geïnteresseerd in een opleiding in die richting. "Het is wel onze toekomst", zegt Amber zuur. Het is duidelijk. Als daar niks van terecht komt, is het mijn schuld. Wat zit ik toch te zeuren? Ik zeur omdat ik ooit verkeerd koos. Ik ging M.O.-Nederlands studeren, omdat ik van lezen hield. Middelnederlands, zeventiende-eeuws, gedichten, hedendaags proza, ik genoot ervan. Wat gebeurde er? Natuurlijk mocht ik P.C. Hooft lezen. Maar ik moest zijn tekst ook ontleden. En omdat de man soms zinnen fabriekte van anderhalve pagina lang, was dat een hele toer. Kortom, ik deed alle tentamens twee keer, haalde ooit een half voor taalkunde (vijf punten van de honderd) en kwam uiteindelijk met al die onzinnige kennis voor de klas te staan. Terwijl dat nooit de bedoeling was geweest. Voor dat soort keuzes wil ik de meiden behoeden. Het is een verkeerde gedachte, dat besef ik best. Niemand kan tevoren weten welke weg je moet gaan om gelukkig te worden. Waarom heb ik de illusie dat ik dat kan regelen? Ik moet niet zo zeuren. "Ik wil politiehonden africhten, later", deelt Kirsten mee. "Leuk", knik ik enthousiast. Ik leer het wel. Heus waar. Maar wat een ramp, die toekomst.
Afdrukken

