TERUG

Tijd



Tijd is een vreemd begrip. Het bestaat eigenlijk niet. Tijd is een afspraak. We hebben gewoon afgesproken dat onze aarde in vierentwintig uur om haar as draait. En we doen een jaar over ons baantje om de zon. Daarna hebben we de boel in stukjes gehakt en dat minuten en uren genoemd. Een eeuw duurt honderd jaar en die heb je dan nog vóór en na Christus. Kirsten krijgt er spontaan steken van in haar hoofd. Die vindt de afspraak dat je je vuile sokken in de wasmand gooit al ingewikkeld. Laat staan afspraken over tijd. En dan heb ik het nog niet eens over: 'Om zes uur ben je thuis." Ik moet eerlijk zeggen dat dat een stuk beter gaat nu ze een horloge heeft. De steken komen van een hoofdstuk geschiedenis. "Wanneer was de steentijd?" "In 1984!" Ik snap het antwoord wel. In dat jaar zijn er volgens haar geschiedenisboek ergens een landje vuistbijltjes opgegraven. "Dus jij bent bijna in de steentijd geboren?", informeer ik. Ze lacht. Nee, dat zal wel niet. "1884?", probeert ze voorzichtig. Dat is al zo lang geleden, dat het best eens een goede gok zou kunnen zijn. Ik ga met een papiertje en een potlood aan de slag om iets te maken dat op een tijdsbalk lijkt. Middenin zetten we het jaar nul. "Want wat gebeurde daar?" "Dat weet ik niet. Gewoon niks", zucht ze. Wie maakt zich nou druk over het jaar nul? Kirsten niet. Als ik aandring en haar laat vertellen dat het stuk aan de linkerkant van nul 'voor Christus' is en het rechterstuk 'na', bedenkt ze: "De geboorte van Christus." Hoera! "Dat klopt niet. Die werd geboren in vier na Christus", werpt Amber tegen. Hoewel ik weet dat ergens een paus een rekenfoutje heeft zitten maken, kap ik deze opmerking meteen af. Dit onderwerp is zo al ingewikkeld genoeg. "In welke eeuw leven wij nu?" Verbaasd kijkt ze me aan. Tja, dat had ze zich eigenlijk nog niet afgevraagd. De twintigste? O ja? Er wordt ineens een hoop duidelijk. Dus tweeduizend jaar voor nul en tweeduizend jaar na is even lang op de tijdbalk. En daar zit vierduizend jaar tussen. Er begint ineens een beetje lijn te komen in dat verhaal vol opgravingen, jagers, verzamelaars en nederzettingen. Lang geleden zeg, die steentijd. Zevenduizend jaar voor onze jaartelling, sjonge. Maar waarom heet het steentijd? "Die mensen leefden van steen." Nee. Mis. De steeneter uit 'Het Oneindige Verhaal' leefde van steen. "Zoals wij van techniek leven", verduidelijkt ze. "En ik ga het nog een keer leren. Het is pas tien voor kwart voor zes." "Hoogste tijd om de aardappels op te zetten", besluit ik. Ik heb er door dit tijdsbesef weer drie grijze haren bij. Maar Kirsten heeft nog alle tijd.

Afdrukken