TERUG

Strijkbout



"Mam, als jij je opgeeft, mag je misschien mee op minikamp", vertelt Kirsten enthousiast. Daar ga ik even voor zitten. Ik ben diep vereerd. Toen ik in de zesde klas zat, gingen we ook op kamp. Ik had er niet aan moeten denken dat mijn moeder mee was gegaan. Zeker niet vanwege die leuke jongen die me een paar dagen voor vertrek een briefje schreef met de aanhef: 'S....bout'. En hoewel ik er niets anders van kon maken dan 'strijkbout', was ik daar toch erg van onder de indruk. Bij een briefwisseling over huishoudelijke apparaten kun je geen moeder gebruiken. Maar van Kirsten mag ik mee. Dus zit ik op een goede dag op een fiets met een lichtgevend oranje vest aan en sluit de lange rij voor me. De zon schijnt, kieviten krijsen en af en toe brul ik "Opzij! Brommer!" Kortom, dit is geluk. Al zijn mijn billen het er niet mee eens. We slapen in een Scoutingclubhuis. Luchtbedden en slaapzakken op de grond en hup, op de fiets naar het strand. Ik haal het laatste duin maar net. Ome Jacques, met de twee handige fietstassen vol gereedschap voor lekke banden, gedeukte wielen en geblokkeerde sloten, legt het hijgend af. Zijn rijdende gereedschapszaak is te zwaar voor het mulle zand. We volleyballen, hockeyen, eten een broodje, drinken wat en gaan weer op pad. We hebben maar twee dagen! Meester Jan, die de leiding heeft, bepaalt het tempo. Dat ligt hoog. We crossen door bunkers en als ik nog klem zit in een donker gangetje springt de voorhoede alweer op de fiets. We rennen naar het bos, spelen het douanespel, racen naar de stad voor ansichtkaarten, haasten ons terug voor Landjepik, karren naar de stad voor dozen patat en kroketten en begroeten ouders die meedoen aan de vossenjacht. Even rust. Ik scharrel gebogen door het bos in mijn heksenpak met masker, steunend op mijn stok en kakelend lachend. "Drakentand en kikkerkies", pruttel ik, terwijl ik een bejaard echtpaar passeer dat hun hond uitlaat. "Ook goedenavond", groeten ze kalm. Ze hebben al een soldaat gezien in camouflagepak met Uzi, een aap, een Chinees en een spook. Dan kijk je van een heks niet meer op. Als het echt donker is, spelen we het dierengeluidenspel. Mijn schaap gaat verloren in kinderstemmen, nerveus luid en hoog. Voor het slapen gaan eten we stapels brood en de volgende ochtend om half zeven staat Kees in ons verblijf, helemaal in zijn eentje. "Wat kom jij doen?", vragen medemoeder Gerda en ik. "De meiden laten schrikken", meldt hij dapper. "Kom om half acht maar terug", beslissen wij. Vanaf half acht zijn we dus weer volop in touw. Het programma kunt u bij school opvragen. Er zat nog een zwembad en een museum in. Om zes uur arriveren we op school, afgepeigerd maar voldaan. En ik heb die twee dagen nauwelijks op Kirsten gelet. Zou zij ook een strijkbout hebben gehad? Geen idee!

Afdrukken