TERUG

Spreeuw



Merel/spreeuw

"Jakkes! Er ligt een dode vogel in de tuin", griezelt Amber als ze binnen komt. Merel gaat onmiddellijk op inspectie. Op het pad ligt een verfomfaaid vogeltje, pootjes omhoog, het kopje slap opzij. Jip loopt mee en gaat er op zijn dikke gat een beetje verbaasd naast zitten. Deze moord heeft hij niet op zijn geweten. Hij is de hele ochtend al binnen. En nu komt zo'n beest, waar hij achter het raam heel opgewonden naar kan loeren, zomaar uit de lucht vallen! "Het is een merel", vertelt Jan die ook even naar het slachtoffer heeft gekeken. "En hij is geringd." "Bel de vogelwachter maar even. Die wil de ring vast wel wil hebben", zeg ik. Merel aarzelt. "Wat moet ik dan zeggen?" "Gewoon, dat je een dode merel hebt gevonden, met een ringetje om zijn poot." "Ja leuk. Dan zeg ik: Met Merel. Ik heb een dode merel gevonden. Denkt die man meteen dat ik van lotje getikt ben!" Ze heeft een ijzersterk argument. En omdat ze die beesten niet voor niets ringen, bel ik maar op. "Merel durfde niet te bellen, want het is een dode merel", lach ik. De vogelwachter lacht mee, prijst me zeer en vertelt dat hij aan de poot met de ring genoeg heeft. Dus of ik die poot eraf wil knippen? "Mogen de meiden hem ook compleet afleveren?", vraag ik nederig. Ik heb al moeite met een hele kip. Doe mij maar kipfilet. Op zo'n ontleedklusje zit ik niet bepaald te wachten. Het mag. Jan rolt het vogeltje in een krant en stopt het in een plastic zak. Amber en Kirsten gaan ermee naar de vogelwachter. "Hij was er hartstikke blij mee", vertelt Amber. "Want door de gegevens op die ring kunnen ze een heleboel te weten komen." Eerst vonden ze het nog mal om een dode vogel weg te brengen, maar nu zijn ze toch een beetje trots op hun bijdrage. Een week of drie later komt de vogelwachter met een blaadje gegevens van het vogeltrekstation Arnhem. "Merel had best kunnen bellen. Het was een spreeuw", vertelt hij droog. "Ik heb niet goed gekeken. Jan zei dat het een merel was", zeg ik laf. De vogelwachter schudt zijn hoofd over zoveel onbenul. Onze spreeuw was een vrouwtje, nog geen jaar oud en drie maanden geleden geringd in Zandvoort. "Je hebt van die boekjes. 'Wat vliegt daar'. Best handig", zegt hij nog goedig. Dan stapt hij op zijn fiets, een verrekijker om zijn nek. Als die in de verte een stipje ziet vliegen, ziet hij met het blote oog al dat het een grauwe kiekendief is. Ik knik beschaamd en kijk hem na. Zou je ook boekjes hebben voor Jan? Met als titel: 'Wat ligt daar?'

Afdrukken