TERUG
Slapen
"Wat heb jij toch een lieve kinderen." Alleen kennissen zonder nageslacht kunnen zo'n opmerking plaatsen. Zij mèt weten wel beter. Ik roep dan ook altijd royaal: "Neem ze maar mee." Niemand doet het ooit. Deden ze het maar. Het idee van een weekeinde vrijheid openbaart me visioenen van gelukzaligheid. Moddermaskers en uren nagels vijlen. Met een fles wijn en een bord toast en blauwe schimmelkaas voor de televisie. Dat alles zonder legoblokjes die om mijn hoofd vliegen en zonder dat ik gedwongen naar hún programma's zit te kijken. Lekker uit eten zonder een kind dat om de haverklap van haar stoel valt en een ander kind dat acute darmkrampen krijgt. En uren uitslapen zonder tussen zeven en tien uur 's ochtends de meest wonderlijke vragen naar je hoofd geslingerd te krijgen. Na zo'n weekeinde wil ik ze wel weer terug hebben natuurlijk. Zo ontaard ben ik nu ook weer niet. Na twee dagen begin ik ze al vreselijk te missen. Later, later krijg ik tijd voor mezelf. Maar later lijkt nog zo ver weg. "Ik wil rust", roep ik van tijd tot tijd. Dat heeft nog nooit geholpen. Gek, ik dacht ooit in een duister dom verleden: Ik neem een paar kinderen. Dan hebben ze wat aan elkaar. Inderdaad. Ze kunnen geen moment van elkaar afblijven. Ze zitten elkaar in de haren, schelden elkaar uit voor trut, gunnen elkaar geen kruimel extra en trekken hun liniaal als ik een appeltaart aansnijd. Ze zijn eigenlijk alleen maar lief als ze slapen. Ik heb ooit gespeeld met de gedachte een therapeutisch slaapalbum te maken. Want daar heb ik leuke foto's van! Amber slapend met een Mexicaanse hoed op, omdat ze dan niet zo'n last had van een enorme bult op haar hoofd. Merel slapend achterin de auto, opgevouwen tussen twee wakkere zussen en Kirsten die een dutje doet naast Jip de kat op de bank. Om te knuffelen zo lief. Hoewel je die knuffeldrang juist dient te onderdrukken, want dan worden ze wakker en begint de heibel weer. Maar een album om in donkere dagen door te bladeren, zou zeer rustgevend zijn. Want ach, wie is er eigenlijk niet lief als ie slaapt. Vandaar natuurlijk al die sprookjes met slaapsters. Wat was Doornroosje lief toen ze sliep. Het hele paleis was aandoenlijk. Maar niet zodra ontwaakte het gezelschap, of het koksmaatje kreeg een lel van de kok. En Doornroosje huwde de prins. Dat lijkt een aanlokkelijk einde, maar het is volgens de cijfers van de burgerlijke stand in veel gevallen het begin van alle ellende. Vredig sluimeren tussen geurende rozen lijkt meer aan te bevelen. Neem nu Sneeuwwitje. De dwergen snikten en de prins stortte zich vol aanbidding bovenop het glazen kistje. Wat doet ze? Ze laat haar kleine vriendjes prompt in de steek voor een onbekende snuiter op een paard die beweert een prins te zijn. De arme dwergen hebben nooit meer iets van haar vernomen. Nee, de dwergen zullen het met me eens zijn: meisjes die slapen zijn liever. En het wordt tijd dat ik ontwaak uit de droom dat ik later meer rust krijg. Voorlopig is het nog lang niet zover en ik realiseer me de laatste tijd dat ze steeds langer opblijven. Merel kan zo pissig zeggen: "Het is pas half tien!" Ze slapen dus steeds minder! Ze blijven langer wakker! Later, later krijg ik tijd voor mezelf? Mijn 'later' schuift steeds verder weg. Ver genoeg om er slapeloze nachten van te krijgen.
Afdrukken

