TERUG
Rug
Ik heb een heel aardige huisarts. Laat ik dat voorop stellen. Maar als hij me wegstuurt met een verwijsbrief voor een Mensendieck-therapeut om van mijn rugklachten af te komen en ik in het artsenhandschrift 'verslapt spierkorset' ontcijfer, sta ik toch even te hijgen in het kleine gangetje naar buiten. "Wat heb je?", vraagt zijn vrouw die achter het loketraampje de functie van assistente bekleedt. "Een deuk in mijn zelfvertrouwen", zeg ik en overhandig haar het briefje. Ze giert. Bekent meteen dat ze die Mensendiecker zelf ook bezoekt. Samen verslapt en slap van het lachen. Ze waarschuwt me meteen voor het allerergste bij Mensendieck: Je moet in slip en bh voor een enorme spiegel... Nou ja, dat eerste moment is inmiddels achter de rug. Nee, het went nooit. Ik probeer die man zo lang mogelijk aan de praat te houden om het onvermijdelijke moment uit te stellen. Want de aanblik in die spiegel is iedere keer weer dodelijk. Zeker met een verslapt spierkorset. Nooit geweten dat ik zo scheef en krom en fout door de wereld wandel. Wij moeten het bekken kantelen, dames. Doen we dat niet, dan krijgen we klachten. U bent gewaarschuwd. "Zitten is een activiteit", leert mij de Mensendiecker die zelf natuurlijk in ideale houding door het leven rent. Hij is nog hartstikke jong ook. Er blijft mij werkelijk niets bespaard. Maar die opmerking over 'zitten' sla ik met dank op in mijn geheugen. Ik ben de hele dag dus behoorlijk actief bezig. Daarnaast doe ik braaf mijn oefeningen op het hondenmatje van Laska en bemerk al snel dat er geen rugaanvallen meer volgen. Het helpt. Mag ik nu weg, alstublieft? "Drie keer per week sporten. Dat moet", zegt de Mensendiecker ernstig. Natuurlijk wil hij zo snel mogelijk van me af. Dat is zijn taak, hoewel het nadelig is voor zijn praktijk. Hij grijnst bij de uitleg. Drie keer per week. Dammen telt niet mee. In een onbewaakt ogenblik vol goede voornemens, zucht ik: "Oké. Dan ga ik wel zwemmen. Drie keer per week. Of, nou ja, minstens twee keer." De Mensendiecker lacht vals en zegt: "Fantastisch. Dan mag je over acht weken terugkomen." Acht? Acht weken? Voor één week kan ik nog wel een smoes verzinnen. Voor twee weken ook. Ik ben handig genoeg. Maar een excuus waarom ik acht weken niet heb gezwommen? Nee, dat kan niemand bedenken. Hij heeft me volledig in de tang. Verpletterd fiets ik naar het zwembad om meteen maar een maandkaart te halen. Nu zwem ik. Van half acht tot half negen 's ochtends. Rondom mij zwemmen honderdjarigen veel sneller en ook veel meer banen. Maar ik zwem. De honderdjarigen lachen mij bemoedigend toe. Over een kleine zestig jaar haal ik ze vast wel in. Zonder rugklachten. Daar gaat het tenslotte om.
Afdrukken

