TERUG
Rommel
Van tijd tot tijd heb ik een briljant idee. Dit keer heb ik een dakkapel bedacht in onze slaapkamer. Ik slaap aan de goede kant van het bed, maar Jan moet naar zijn helft kruipen gelijk een slangenmens zonder aanleg. "Ja maar", moppert Jan. "Als we hier een dakkapel zetten, moet dat hele rommelhok onder het dak leeg." "Het is beter voor je rug. En kijk eens wat een ruimte erbij komt", verdedig ik me. "Trouwens, er staat alleen maar rommel van jou in dat hok." Hij grijnst betweterig. We slaan aan het graven in dozen en pakken. Hé, daar is mijn schooltas met alle spullen van de lagere school. Zelfs alle doorzichtige papiertjes met overgetrokken cijfertjes heb ik bewaard. "Je hebt de natuur van een hamster", zegt Jan, als ik vertederd de blaadjes doorkijk. Aandoenlijke schrijfschriftjes volgeschreven met pen en inkt, hier en daar een stempel en een plaatje en af en toe en vieze inktvlek. Mijn moeder maakte altijd van oude lapjes een inktlap. Een diascherm, een kinderbed, een doos vol poppen. Ach, bovenop ligt Elsje. Els is van Amber. Die kwam op de peuterzaal altijd met natte broeken thuis, omdat ze staand wilde plassen, net als de jongens, lekker stoer. Ik liep stad en land af voor een pop met de uiterlijke kenmerken van een jongetje om het verschil eens afdoende uit te leggen. Toen ik de pop gaf, noemde ze hem meteen 'Elsje'. Dat schoot niet erg op. Iedere doos in dat rommelhok bevat een schat aan verhalen en herinneringen. We zien al gauw door de rommel de slaapkamer niet meer. Laat staan de mogelijkheden voor een dakkapel. "Wat zei jij net over 'hamster'?", vraag ik als er dozen vol stripboekjes, Donald Duck-afleveringen en ongebonden Peps tevoorschijn komen. Dat is de tic van Jan. "Ja, dat heet nu echt verzamelen. Weet je wel wat dat waard is?", zegt hij. Het enige wat hij mist zijn de eerste zes afleveringen van de Donald Duck. Die heeft zijn broer in een grijs verleden verscheurd om er pijltjes van te vouwen. Jan wordt er nog misselijk van als hij eraan denkt. Iedere keer als we op een stripbeurs lopen, vertelt hij het verhaal. Zeker als we zo'n Donald Duck zien liggen, met een waanzinnig prijskaartje eraan. We vinden zelfs een enorme stapel 78-toeren platen met een keur aan Amsterdamse artiesten. Tante Leen, Johnnie Jordaan, noem maar op. Loodzwaar en niet meer te draaien. Want daar hebben we geen apparatuur voor. Maar weggooien? Nee. "Laten we alles er maar weer in zetten", besluit ik. Al gauw blijkt dat het niet meer past. Hoe is dat mogelijk? We zetten dozen bovenop de kast, kruipen en tillen tot we gebroken zijn en dan besluit Jan moedeloos: "Laat die dakkapel maar zitten. We kunnen beter uitkijken naar een groter huis."
Afdrukken

