TERUG

Remmen



Het geurt naar gras, water en hooi. Een zwaluw wiekt laag over het water en op een boerenplat staan drie schapen te wachten tot ze naar de overkant van de sloot mogen. "Ik ben dol op autorijden", zegt Amber naast me. We zijn bijna thuis. Dan zie ik haar aankomen. Een koppie boven het ongemaaide gras van de berm tussen fietspad en weg. Ze wil naar de overkant en stapt vastberaden het asfalt op. Rem ik dan al? Of rem ik pas als ik de slingerende rij jonge eendjes achter moedereend zie stappen? De banden gillen. Amber ook. De auto komt scheef tot stilstand. Ik rek mijn hals en zie de eendjes dapper doorstappen, bijna onzichtbaar door de motorkap. Op hetzelfde moment vliegt een auto me voorbij en in mijn achteruitkijkspiegel zie ik een tweede een onverwachte inhaalbeweging maken. Er zijn geen tegenliggers en er is niemand op het fietspad te bekennnen. Maar dat zie ik nu pas, met zweet in mijn handen. In de verte komen auto's aan en ik probeer zenuwachtig uit mijn gordel te komen, het portier al half open. "Wat doe je nou, mam?", vraagt Amber, haar ogen nog opengespert van schrik na de noodstop. "Die auto's tegenhouden", wijs ik. Gelukkig zien ze het al, minderen vaart en rijden pas door als het laatste eendje aan de overkant is. Met tranen in mijn ogen schakel ik, trek op en zeg verbijsterd tegen Amber: "Ik heb iets heel ergs gedaan. Ik wist niet eens of er iemand achter me zat. Als er een tegenligger was geweest, waren ze frontaal op elkaar geklapt. Die auto had kunnen uitwijken naar het fietspad en of daar iemand fietste? Ik heb niet gekeken. Ik zag alleen maar eendjes en ik remde. Zonder na te denken." "Logisch toch?", zegt Amber verbaasd. Nee, niet logisch. Mijn vader reed eens een eend dood, terwijl ik net tweestemmig met hem 'It's a long way to Tipperary' zong. Een plof op de motorkap, een plof op de kofferbak. Einde eend. Einde gezang. Woest was ik. Maar we reden in een file. Als hij geremd had, waren we in het journaal gekomen. Jaren later reed mijn zus haar Mini'tje total loss op haar voorganger die remde voor een rij jonge eendjes. Ze heeft van schrik nooit meer een autostuur in haar handen gehad. Wat is logisch? Het is logisch dat een snoek een paar eendjes oppeuzelt, dat een rat er eentje verschalkt en dat de kiekendief en de buizerd er eentje meepikken. Moedereend wordt niet depressief van eentje meer of minder. Hooguit wordt ze narrig van vader eend die haar bijna verzuipt om tot een tweede legsel te komen. Het is dus logisch om in je spiegel te kijken voor je remt voor eenden. Alleen, ik gebruikte mijn verstand helemaal niet. Ik remde gewoon. En ik ben de enige niet. Nee toch? Dus het meest logisch lijkt me toch om voortaan maar goed afstand te bewaren van de auto voor je. Er kon wel eens iemand voor u rijden die remt voor een eend. En dat kon ik wel eens zijn...

Afdrukken