TERUG
Papje
Een beetje grieperig. Eigenlijk al een beetje beter. Lekker is dat toch. Ik rommel wat door het huis op pantoffels en in grote truien. Zonder make-up, haar door de war en een voordeelverpakking papieren zakdoekjes binnen handbereik. Als ik te lang loop of sta, schuifel ik naar de dichtstbijzijnde stoel, laat me zakken en zucht: "Hè, hè. Mijn benen zijn nog zo slap..." Niemand heeft meer schone sokken of onderbroeken, maar iedereen beaamt bezorgd: "Je hebt het ook behoorlijk te pakken gehad." Dan knik ik berustend en zoek in de televisiegids op wat er morgen overdag op tv is. Heerlijk! Huishouden? Koken? Zo lang achter elkaar staan, boven hete pannen? Nee, dat lukt nog niet. Na dagen patat besluit Jan: "Vanavond kook ik." Dat betekent spaghetti, weten we. Jan kookt nog niet zo lang om een uitgebreid repertoire te bezitten. Die spaghetti is trouwens prima en hij is een meester in sausjes, dus wij klagen niet. Wij eten. De volgende dag besluit Jan tot de normale Hollandse keuken. Dat koken overgrootmoeders, grootmoeders en moeders al zo lang; dat moet ontzettend simpel zijn. Er zijn schnitzels uit de reclame, er zijn geen aardappels, maar wel een pak aardappelpuree en er ligt nog een verse bloemkool. "Met een papje", besluit Jan dapper. Ik weet uit ervaring dat het probleem bij ouderwets koken altijd is: 'Hoe krijg ik alles tegelijk gaar en klaar?' De schnitzels zijn te groot voor de koekenpan en omdat Jan niet zo gauw kan bedenken dat hij in twee pannen tegelijk kan bakken, krijgt de helft van ons de schnitzel pas na het toetje. "Wat maakt dat nou uit", bromt Jan. Ik vind de combinatie puree en bloemkool matigjes, maar ik houd mijn mond. Hij kan het ook niet helpen dat de aardappels op zijn. Maar dat papje... Voordat iedereen aan tafel schuift, neem ik de proef op de som. Ik keer even snel het pannetje om. En jawel. Er gebeurt niks! Lang leve de papieren zakdoekjes. Dat ik nu al huil van het lachen, ziet niemand. De schnitzels zitten vol zeentjes, dus ik krijg op mijn kop vanwege mijn onoordeelkundig koopjesgedrag. "Er is toch bloemkool met een papje", zeg ik vals. Merel schept op. Tot haar verbazing klampt het papje zich aan het pannetje vast. Ze biedt ernstig aan: "Zal ik er kleine dobbelsteentjes van snijden?" "Geef maar aan mij. Ik kan er een prachtige pennenbak van kleien", vindt Kirsten. Dan is het met me gebeurd. Ik verval in een lachbui die de eerste uren niet ophoudt. "Je voelt je een stuk beter na mijn papje", constateert Jan ontstemd. Ik ben er bij. Een beetje grieperig duurt altijd te kort. Morgen ga ik weer huishouden.
Afdrukken

