TERUG

Niks te beleven



Het is een piepklein dorp in de Ardennen. Niks te doen, niks te beleven. Er staat een vakantiehuis te huur. Op het plaatje in het boek heeft het een rozenhaag rond de voordeur. Dus dat lijkt me wel wat. Het is in ieder geval lekker rustig. Jan belt in beeldig Frans met madame Jacquemin, vraagt nerveus met zijn hand over de hoorn: "Wat is: ik stuur een fax?" Ik antwoord, al lang slap van het lachen over tafel liggend: "Weet ik het? Roep gewoon: Fax!" en even later is het huis voor twee weken van ons. Omdat Amber en Kirsten allebei een vriendinnetje meenemen en Laska ook een hondwaardig plekje verdient, rijden we met twee auto's achter elkaar aan. Het is er heerlijk. De rozen geuren in het kleine ommuurde tuintje, er is een enorme eettafel in de keuken en een slacentrifuge met een touwtje. We genieten. Op het pleintje naast ons huis is een fontein. Vlakbij vinden we een imitatiegrot van Lourdes, een heerlijk meer om in te zwemmen en rondom zijn bossen waar Jan een vos ontmoet en waar we samen herten zien scharrelen aan de voet van de heuvel. Laska gaat dan op gebaar keurig afliggen, maar hijgt opgewonden van al die spannende geuren. De kruidenier heeft ook een Labrador, nog geen jaar oud, genaamd Belle. We doen er dagelijks inkopen en brengen af en toe Belle weer terug die clandestien op visite komt bij Laska. De bakker legt na de tweede dag al brood voor Jan klaar en de oude dames en heren die iedere ochtend onder de parasol voor hun huisje zitten, zwaaien ons na als we langs komen. We raken lekker ingeburgerd. Een boer verderop, van oorsprong Vlaams, biedt ons zelfs aan mee te gaan op 'verkensjacht'. Dat aanbod slaan we maar af. We kijken liever naar wilde zwijnen dan dat we erop schieten. Iedere avond verzamelt de dorpsjeugd zich rond de fontein, om met handen, voeten, Engels, Frans en Vlaams met de vier meiden te kletsen, stoer op scootertjes rond te scheuren en lijsten op te stellen van Nederlandse en Franse scheld- en andere woorden. Als we op een dag terugkomen van een uitstapje, zien we bij ons huisje een auto met een Nederlands nummerbord. "Nee hè, geen toeristen", kreun ik. "Ze zwaaien wel vriendelijk naar me", lacht Jan. Tegen ons tuinhek leunt een knul. Hij lijkt een beetje op het vriendje van Amber. "Hij is het!", gilt Am al gauw. Z'n pa en ma hebben bedacht dat wij wel op te sporen zouden zijn in zo'n gehucht. En jawel. Een meneer op een scootertje reed voorop om de weg te wijzen en een dame onder een parasol wist te vertellen hoe laat wij met de auto waren vertrokken. Die avond zit de keukentafel helemaal vol. Een piepklein dorp in de Ardennen. Niks te doen, niks te beleven. Heerlijk!

Afdrukken