TERUG
Melk
"Ach, geef mij nog een beker melk", zeg ik tegen Merel die dichter bij de koelkast zit. "Nou ja! Had je dat net niet kunnen zeggen? Toen ik melk inschonk?" Ze kijkt verontwaardigd. Beledigd zelfs. "Wie schonk jij dan in", vraag ik. Nee, nee. Niet vals. Ik weet het echt niet. Ik heb het niet gezien. Maar nu zie ik het wel. Ze heeft zichzelf ingeschonken. Haar beker is vol. En omdat ze zwijgt, vervolg ik: "Dan had je toch even kunnen vragen of ik ook wilde?" "Ik kan toch niet zien dat je melk op is?" "Je kunt het wel vragen." "Jàa hoor..." Inmiddels is Jan opgestaan, heeft melk uit de koelkast gepakt en mijn beker volgeschonken. "Je hebt het mij ook niet gevraagd", zegt hij kalm. "Mijn beker is ook leeg." "En jij zag ook niet dat ik melk inschonk." "Nee. Inderdaad", bevestigt Jan. "Wat kunnen jullie zeuren over een bekertje melk", moppert ze. "Jij zeurt over een bekertje melk", verbeter ik. "Nee, jij begint te zeuren dat ik jou niet heb ingeschonken." "Nee, ik vroeg of jij mij wilde inschenken. Dat vond jij een onredelijke vraag omdat je net jezelf had ingeschonken." Ik word misselijk van zo'n gesprek. Ik stort een beetje in. Het is net alsof ik tien centimeter kleiner word van zulk onredelijk gekissebis. Wat mankeert zo'n kind? Hoeveel geduld moeten wij opbrengen om dit tot een goed einde te brengen? Ik weet wel dat er pubers aan de drugs zijn, gokverslaafd, drankzuchtig en zwerflustig. Ik mag dus helemaal niet mopperen. Maar ik word zo moe van die puberinslag. Die neiging om alles te uit te leggen als een aanval. Om alles in te vullen als kritiek. Als ik dat van tevoren had geweten, had ik die melk wel zelf ingeschonken. En de puber in mij stuift woest maar woordloos op. Snotneus, je moest eens weten hoe vaak ik voor jou mijn benen uit mijn gat ren. Wat ik voor jou allemaal regel, was, kook, opruim en noem maar op. Hoe durf je zo te reageren als ik je een beker melk vraag? Nou? Maar dat zeg ik natuurlijk niet hardop. Welnee. Ik zwijg. Of ik praat zo redelijk mogelijk terug. "Amber, ruim je even de gang op?" - "Die rommel is helemaal niet van mij!" "Kirsten, ruim jij de tafel even af." - "Waarom ik? Alweer? Laat zij het een keertje doen, zeg." Het is allemaal zo voorspelbaar. Misselijk voorspelbaar. Ik zwijg, staar mokkend naar mijn bord en mijn beker melk. Tot Merel zomaar uit zichzelf zegt: "Sorry, mam. Ik reageerde onredelijk." Lief hè? Straks vraag ik nog een beker melk. Om te testen.
Afdrukken

