TERUG

Lepeltjes



"Meester komt op bezoek om te praten. Over mijn toekomst", meldt Kirsten. De mededeling klinkt groots voor mijn jongste frummel. Mijn toekomst... Groep 8 alweer. Straks heb ik drie dochters op het voortgezet onderwijs. Om van te griezelen haast, die gedachte. En dan komt er ook nog een meester praten. Wonderlijk woord voor onderwijzer dat alleen nog op dorpsscholen gebezigd wordt. Ik zei 'in mijn tijd' al meneer tegen mijn onderwijzers. Maar ik kwam dan ook uit een stad. En het heeft iets liefs, dat 'meester'. Ik hoor kinderen op het schoolplein vaak joviaal brullen: "Ha, die mees!" Zo streng als het lijkt, is het dus niet. En deze meester Jan ken ik al een tijdje. Wij noemen elkaar bij de voornaam en hebben de afgelopen jaren heel wat afgeruzied over allerhande onderwerpen waarover wij van mening verschilden. "Ik ben blij dat ik bijna van je af ben", heb ik op de laatste ouderavond tegen hem gezegd. "Dat genoegen is geheel wederzijds", zuchtte hij. We meenden het ten dele. Allebei lastig en allebei frik. Want alle mensen die voor de klas staan, weten het beter. En die zestien jaar dat ik 'juf' was, hebben ook een stempel achtergelaten. Eerlijk is eerlijk. Maar we lachen er wel bij. Want iedere confrontatie was altijd recht voor zijn raap en goudeerlijk. Nu komt hij op bezoek. Voor de eerste en de laatste keer. "Vandaag komt hij. Van half acht tot acht. Eerst gaat hij naar Wim en daarna naar Pieter", zegt Kirsten zenuwachtig. En ik doe iets wat ik nooit doe. Ik raak volledig onder de indruk van dit hoge bezoek. Ik spied eens rond, ruim van alles op, reinig het toilet voor het geval de meester een plasje moet doen, zet de kopjes van het mooie servies klaar voor zijn kopje koffie en, toppunt van truttig, poets de verzilverde koffielepeltjes. Want die zijn lelijk zwart geworden door het afwassen. Laat nu maar komen, die meester. "Koffie, Jan?", bied ik aan als hij aan tafel is geschoven. "Graag een glaasje sap. Ik moet de hele avond nog mee", wimpelt meester af. "Echt geen koffie?", vraag ik voor de zekerheid. Hij zal ook wel niet naar het toilet moeten, bedenk ik bedroefd. Vraag me nu niet waar we het over hebben gehad. Geen idee. Ik ben helemaal van slag. En als we afscheid hebben genomen en meester het pand verlaten heeft, staan de mooie kopjes met de glimmende lepeltjes als stille getuigen van mijn gekte op het aanrecht. Ik ben zelfs door zijn sapbestelling vergeten mijn eigen koffie in te schenken. Maar ik drink mijn koffie zwart en zodoende had hij toch mijn gepoetste lepeltjes niet gezien. Als ik de boel opruim, besef ik dat ik erger van slag ben van dit naderende afscheid dan ik had gedacht. Wat zal ik dat knusse dorpsschooltje missen.

Afdrukken