TERUG

Lente



"Wat een fantastisch assortiment heeft meneer Hak toch", straalt Merel met een breed armgebaar voor de stelling met potten groente in de supermarkt. "Moet je al die doperwtjes zien dringen voor het raampje!" Ik kijk stomverbaasd achterom. Wat heeft ze? Collega-huisvrouwen lopen met hun boodschappenkar grijnzend langs dat malle kind. "Ze hebben toch wel Sultanakoek hè? Die is toch niet uitverkocht? Dan stort mijn wereld in. Heus", knikt ze tegen de mevrouw die ons aan brood helpt. Die schiet in de lach. Als achter me het belletje klinkt van de lege flessen, denk ik meteen dat Merel daarop staat te drukken in haar melige bui. Woest keer ik me om. Daar staat een mevrouw met een kar vol lege kratten. Merel staat met haar handen in de lucht. Het toonbeeld van onschuld roept: "Ik doe niks! Echt niet! Die mevrouw deed het!" Nu lacht iedereen. "Wat heeft de slager?", sist ze als we bij de toonbank staan te wachten op onze beurt. Op de achtergrond zien we hem scharrelen, diep gebukt en heel behoedzaam. De slagersjongen snikt geluidloos en sist terug: "Hij heeft het in zijn rug. Het ligt nogal gevoelig." "Ja, lach maar", zegt de slager narrig. "Ik word de hele dag al uitgelachen." Hij krabbelt naar de koelcel om een bestelling op te halen en om ons heen slaat de hilariteit toe. "Ga jij even een doos scharreleieren halen", vraag ik Merel. Dan is dat uitgelaten kind met haar rare opmerkingen tenminste even uit de buurt en kan ik bedenken wat ik ook alweer nodig had. Maar haar heldere stem bereikt ons toch. "Het is toch wel echt scharrel hè?", dolt ze de jongeman die net bezig is het eierenrek bij te vullen. "Ja, ik bedoel, hier staat 'voliëre-eieren'. En mijn moeder wil absoluut geen ei van een zielige kip. Weet je echt zeker?" "Ik zal het even achter vragen", biedt de jongen onzeker aan. "Morgen naar de fysiotherapeut", vertrouwt de slager me toe. "En niet meer in de koelcel. Veel te koud voor de rug", vermaant Merel, die alweer achter me staat te wachten op de uitslag van het scharrelgehalte van voliëre-eieren. Bij de pakken yoghurt houdt ze een verhandeling over het plaatje op het pak. "Zo onzinnig. Kijk dan! Wolkjes in de vorm van koetjes! Heb ik nou nog nooit van gehoord. Schapenwolkjes, oké. Maar koeienwolkjes?" Als we eindelijk buiten staan, zie ik haar stralend naar de klok van ons oude Regthuys kijken. "Wij hebben nog alle tijd", constateert ze tevreden. Dan pas snap ik het. Ik ruik het in de lucht. Ik hoor het in het zingen van de vogels op het dak van de Grote Kerk. Ik zie het in het jonge groen dat een waas vormt rond de bomen en in de tere roze bloesem. Ik vraag: "Ben je erg verliefd?" Het is de eerste dag van de lente en Merel knikt.

Afdrukken