TERUG

La Pie



"Nog een uurtje. Dan zijn we bij ons hotel", belooft Jan. We rijden niet in één keer terug naar Nederland. Veel te vermoeiend na twee weken middagslaapjes, krekelgesjirp en rode wijn. Langzaam stroomt het hotel vol vakantiegangers. Tijd voor het diner. Voorlopig het laatste in Frankrijk. Naast ons zit een jong stel met een meisje van een jaar of vier dat nog niet zo lang op haar stoel kan blijven zitten. "Mag ik met de meisjes spelen?", vraagt ze me. Helder Frans stemmetje en twee grote bruine ogen. Het mag. Kirsten is haar eerste keus en wij tolken. Want er is achter het hotel iets heel spannends te zien. Zoveel snappen wij wel. "Er zijn konijntjes", vertaal ik. Die wil Kirsten wel eens zien. Nog een paar hapjes. Dan gaat ze mee, beloof ik. "Et la pie", zegt het meisje. Ze trekt aan mijn mouw. La pie? Ik kijk Jan vragend aan. Die schudt zijn hoofd. Nooit gehoord van een pie. We informeren maar eens bij haar ouders. La pie, wat is dat? De man en de vrouw ratelen hun uitleg. Wij kunnen er geen kaas van maken. Een dier? Ja, juist! De man snapt nu onze beperkingen op zijn taalgebied en neemt gas terug. Hij beeldt la pie uit. Een vogel. Zwart met wit. "Ekster", knikken wij tegen het echtpaar. Kirsten gaat met het kleine meisje aan de hand op expeditie en komt een half uurtje later nogal verontrust terug. Midden op het konijnenveld ligt inderdaad een ekster. Gewond, zo zielig! Het meisje knikt alsof ze Kirsten woord voor woord kan verstaan. We moeten maar meteen mee, beslist Kirsten. "Eerst eten we ons toetje", beslist Jan. Na de laatste hap zoeken Jan en het Franse echtpaar een plek op het terras. Ik ga met de kinderen naar de ekster. De diagnose is snel gesteld. De vogel is niet meer te redden. Alle kinderen staan er beteuterd naar te kijken. Ik aai het koppie van het beest dat me met grote angstogen aanstaart. Het hartje klopt snel. Twee vleugels liggen krachteloos uitgespreid over de grond en ook de pootjes bewegen niet. "De dierenambulance? Een vogelopvangcentrum?", bedenkt Amber met ogen vol tranen. Ach lieverd, hier? Waar? Nee, neem die kleine meid maar mee en haal Jan even hier. Ik vertel het kleine meisje dat wij de ekster wel beter zullen maken. Echt waar? Echt waar. Ik zoek een grote steen, wacht op Jan en aai het vogelkoppie dat nu de ogen heeft gesloten. Jan snapt al lang wat er aan de hand is. Hij heeft een stuk karton bij zich. Twee klappen en een zwijgende gang naar een beschut plekje achter de bosjes. Het kinderkoppie straalt als we vertellen dat de pie is weggevlogen. Zó de lucht in. Wij maken een vleugelgebaar naar de strakblauwe lucht. De vader en moeder knikken dankbaar. Die nacht droomt een klein Frans meisje van een ekster die de vrijheid tegemoet vliegt. Drie Nederlandse kinderen zullen nooit vergeten wat ekster is in het Frans. La pie...

Afdrukken