TERUG
Kwijt
"Nou, dan gaan we hoor!" Kirsten steekt nog even onbekommerd haar neus om de kamerdeur. "Ik ben om half zes thuis. We gaan voetballen op het schoolplein." Ik wuif en groet, maar Merel knalt plotseling: "Wat heeft dat kind aan haar voeten?!" Dat weet ik niet. Ik kan het ook niet zien, want 'dat kind' is hem onverwacht snel gesmeerd. "Mijn tennisschoenen!", brult Merel. Ze grijpt haar kleinste zus bij de kraag voor ze de deur uit kan glippen. Kirstens vriendinnetje Annigje staat er met een neutraal gezicht naast. Die is wel wat gewend; zij heeft ook twee zussen boven zich. Merel is woedend. Terecht overigens. Het is niet haar eerste bezit dat heimelijk het huis wordt uitgesmokkeld en vernield weer in een hoekje van de kast teruggevonden wordt. De dader, die bij de eerste verhoren op het kerkhof leek te liggen, is bij het aandraaien van de duimschroeven meestal: Kirsten. Omdat dit de zoveelste maal is dat ze tegen alle verboden in spullen meepikt, zie ik me geroepen eens streng op te treden. Kirsten moet naar boven. Over haar zonden nadenken. En Annigje? Die moet naar huis. "Goed hoor", knikt Annig vol begrip. En, zoals ze nu eenmaal gewend is: "Bedankt voor het spelen. Oh nee. Dat kwam er niet van. Nou ja... Da-ag!" "Ze heeft ook mijn sleutelhanger vernield", begint Merel haar opsomming. "En mijn..." "Oh kind, zeur niet zo. Wat heb jij laatst met mijn mascara gedaan? Nou?", vraagt Amber die aan tafel met een stapel boeken de indruk wekt huiswerk te maken. "Jij moet je mond houden. Want wat jij laatst..." Het huis is te klein. Eigendommen die ooit vernield zijn, vliegen over en weer. Van de meeste vergrijpen wist ik niets af. "Ik heb laatst een fles badolie gekregen voor mijn verjaardag. Waar is die eigenlijk gebleven?", informeer ik kalm. Ja, als we nu toch bezig zijn, dan weet ik er ook nog wel een paar. De badolie staat op de kamer van Amber, haast Merel zich te zeggen. Amber werpt tegen dat het vanwege de kleurcompositie is, en dat ze er geen druppel van heeft gebruikt. Hoongelach is haar deel. Kirsten komt beneden, deelt mee lang genoeg over haar zonden nagedacht te hebben en begint de aanval met de vraag waar haar oorbellen zijn met de dolfijntjes. Had Merel die niet geleend? En waar zijn die nu? Merel had gisteren nog drie snoepjes op haar kamer liggen. Hedenochtend raadselachtig verdwenen. Wie? Nou, wie? Amber is een kussen kwijt. En een trui. Nee, twee truien! Alleen de melding dat iemand een compleet bed kwijt is, kan mij nog verrassen. Ik verstop mijn hoofd onder een tafelkleedje en beoefen de struisvogelmethode. En ik kom er pas onderuit als ze alle drie boven de achttien zijn. Of is dat nog te vroeg?
Afdrukken

