TERUG
Krantenwijk
"Ga dan ook niet zo slordig met je geld om", mopper ik op Amber. Waarom spreken moeders van die nutteloze vage teksten uit? Het is opvoeden tegen beter weten in. Terwijl ik Amber bijna hardop kan horen denken: 'Verhoog mijn zakgeld maar!' "En jij leent haar niks meer. Geen cent", voeg ik Merel toe. Want daar gaat het om. De ene zus heeft baantjes bij de vleet en geld zat. De andere heeft niks en geld tekort. Dus leent de ander van de een en betaalt vervolgens niks terug. Middenin die discussie zit ik. Met oordoppen. Vandaar dat ik onmiddellijk 'ja' zeg, als een buurvrouw vraagt of wij niet een weekje de krantenwijk willen overnemen. Prima manier om Amber haar schulden te laten wegwerken. Een uurtje per dag, dat is alles. Amber stribbelt nauwelijks tegen. Ik heb ook wel erg sterke argumenten. Maar dat het die eerste bezorgzaterdag zo verschrikkelijk hard regent, had niemand verwacht. Amber staat in de gang haar petje uit te wringen en te stampvoeten van woede. Ze heeft er drie uur over gedaan. Ik sta achter de deur te huilen van het lachen. Maandag lach ik niet meer. Amber en Kirsten lopen met schoolgenoten in Euro Disney en in Nederland regent het nog steeds. Merel is naar tennistraining. Er is geen ontsnappen aan. Ik zal wel moeten. Jan, die dagelijks bij een heel andere krant achter een bureau zit, heeft net twee weken vakantie. Hij kijkt bedenkelijk naar mij met die fietstassen vol concurrenten in de regen. Kortom, we brengen ze samen weg. Met de auto. Jan de linker- en ik de rechterkant van de straat. Kostbaar krantje vandaag. "Heb je vrij, ben je weer met de krant bezig", moppert Jan. Bezorging blijkt niet onze sterkste kant. Na twee dagen regent het al klachten. De mensen willen ze niet in de postbus aan het pad. De krant moet in de brievenbus. Honderd meter verderop. Een natte bezorger wekt geen medelijden, maar een natte krant leidt tot razernij. We zuchten wat af en ik plak een voorpagina die per ongeluk is gescheurd met plakband weer heel. Anders belt daar weer iemand over op. Meestal fiets ik met Amber mee. Dat gaat sneller. Er zijn mensen die ons met geen blik waardig keuren, ook al groeten wij dorpsgewoontegetrouw. Bewoners staan boven bezorgers. Als er al iemand zijn huis uitkomt, is het om te wijzen op een fout en ons aan te spreken met: "Hé, jij daar!" "Ik ben blij dat ik jullie niet zo heb opgevoed", concludeer ik als iemand gegeneerd het hoofd afwendt als Amber zwaait. "Nou, inderdaad", beaamt die met grote ogen van verbazing. Aan het eind van de week betaalt ze haar zus af. "Of moet jij de helft, mam?" Nee. Ik lever mijn verdienste graag in voor dit lesje. Wat zijn er nog een hoop mensen die denken meer te zijn dan een ander. Jakkes. En natuurlijk de belangrijkste les: Wie een krantenwijk aanneemt voor zijn kind, loopt hem zelf.
Afdrukken

