TERUG

Klein



Ik krijg altijd de kriebels bij de term 'kleine criminaliteit'. Klein klinkt zo aardig. "Er is bij ons ingebroken", zegt de buurman. We zijn er stil van. We hadden ze toch wel gewaarschuwd? Voor dat ene raampje waar je, als je gestudeerd hebt voor gaatjesboorder, heel gemakkelijk binnen kan komen? Ja, knikt hij. "Er stond na de verhuizing nog zoveel op mijn lijstje. Ik had de sloten al in huis." Er zijn veel persoonlijke dingen weg. Souvenirs uit de tijd dat ze samen verre reizen maakten. De tijd voor de baby werd geboren. Verslagen zijn ze. Woedend en verdrietig tegelijk. "Peter kreeg een pistool tegen zijn hoofd gedrukt en moest van zijn scooter stappen", vertelt Amber. "Hij is helemaal in de war. En kwaad! Hij rijdt nu rond met zijn vrienden. Ze hebben messen." Ik word er misselijk van. Een paar dagen later heeft hij zijn scooter terug. De politie heeft hem gevonden. Maar de mensen die hem inmiddels in bezit hadden, beweerden dat ze die scooter te goeder trouw hadden gekocht. "Dus nu durft Peter er niet op te rijden. Uit angst dat hij die mensen tegen komt. Dat waren ook geen lekkere jongens, zei de politie, maar ze konden ze niks maken", legt Amber uit. Merels vriendje is veel te laat voor een afspraak. Hij heeft een goed excuus. Zijn fiets is bij het station gestolen. Het is de derde fiets in een maand. "Ik heb geen geld voor een nieuwe. Zelfs niet voor een tweedehands. Er zit bijna niks anders op. Ik moet wel een andere pikken", verzucht hij. We snappen het best, maar lenen hem onmiddellijk onze reservefiets. Ik wil niet leven in een land waarin je elkaars fiets moet stelen om op tijd te komen. "Op weg naar de stad werd m'n tas van m'n schouder gerukt. Ik viel. Ik zit onder de blauwe plekken", vertelt To. Van de politie kreeg ze de goede raad om je tas altijd te dragen aan de kant van de huizen en niet aan de kant van de weg. Maar de foto's van haar kleinkinderen krijgt ze nooit meer terug. Wat zij en al die anderen ook niet terugkrijgen, is het gevoel van veiligheid. Als er in onze buurt een auto langzaam rondrijdt met twee onbekende mannen erin, belt de bestolen buurman de politie. Het nummerbord blijkt een lease-auto te zijn. "Van acht jaar oud?!", zegt de buurman sceptisch door zijn draagbare telefoon. Hij houdt de langzaam wegrijdende auto scherp in de gaten en repeteert het signalement van die twee verdachte inzittenden. Kleine criminaliteit. Maar wel met grote gevolgen. We vertrouwen elkaar voor geen cent, willen de dader te pakken nemen of pikken uit wanhoop van een ander wat ons ontnomen is. Klein? Zullen we dat 'klein' maar eens schrappen?

Afdrukken