TERUG
Kapper
Ik ga niet graag naar de kapper. Waarom zou ik? Mijn haar krult naar eigen inzicht. Ik heb daar totaal geen invloed op. Als er pieken voor mijn ogen hangen, bind ik mijn haar boven op mijn hoofd in een staartje en knip de hele boel recht af. Dan zit het weer maanden prima. Maar één keer per jaar moet een professioneel iemand de hele bos een beetje in fatsoen brengen. Dan maak ik braaf een afspraak bij een grote kapsalon in een grote stad. Zo eentje die zichzelf nooit kapper zal noemen, maar meer haarstylist of master in modelling. Zo'n naam die niet eens in de zaak aanwezig is. Een dure dus. Maar eenmaal per jaar, ach, dat mag wel. "Naar wie gaat uw voorkeur uit?", vraagt de receptioniste als ik bel voor een afspraak. Kijk, dat weet ik niet. Ik kan me dat niet herinneren. Het is alweer zo lang geleden. "Heeft u een kleurkaart?", vraagt ze als ik beken dat ik ook een remedie wil tegen de grijze haren die steeds meer opduiken. Geen idee. Een jaar geleden ben ik ook gekleurd. "Een jaar geleden? Nee. Dan zit u niet langer in het systeem", zegt de mevrouw. Kortom, het is zo'n kapper waar ik me bij afvraag wat ik aan moet. Daar ga ik niet in mijn spijkerbroek heen. Anders val ik helemaal uit hun systeem. "Dame voor Nathalie", klinkt het door de zaak als ik op de dag van de knipbeurt op mag stijgen tot de heilige kapgrond. Ik krijg een wachtplaats, koffie en om de vijf minuten komen er een paar mensen aan mijn haar voelen om daarna met elkaar te mompelen. Want dit haar is erg droog, mevrouw. Ja, dat wist ik al. Zeg maar dor. De kleurenspecialist die mag bepalen wat mijn haar mag bijkleuren en hoe lang, heeft ook al een zware dobber aan mijn hoofd. Deze mensen liggen wakker van droog haar. En ik slaap er mijn hele leven al prima mee. Als een speciaal opgeleide verfster mijn hoofd in een kleurenmengsel heeft gekneed en mij weer voor de spiegel zet om het spul te laten inwerken, merk ik dat ik mijn leesbril niet meer kan opzetten, zonder de poten te kleuren. Dus de maandbladen die mij gedienstig zijn nagedragen, kunnen wel weg. En eindelijk, eindelijk openbaart zich Nathalie. Die mag mij knippen. En eerst eens uitleggen wat er allemaal in mijn lokken is gesmeerd om dat droge eruit te bannen. Want dat is erg! Dat besef ik toch wel? Ik voel me heel nederig en klein. Ik knik. "Wij hebben een prima lijn van producten, speciaal voor ons overgekomen uit Amerika. Dat zou u moeten gebruiken. Waarmee wast u het eigenlijk?", vraagt Nathalie. Ik lieg een in mijn ogen tamelijk duur merk, want om nu te bekennen dat ik familieflacons aanschaf van het huismerk van de supermarkt... "Daar kunt u beter uw auto mee wassen", zegt Nathalie bestraffend. Na afloop verlaat ik met een glossy tasje vol producten het pand. Mij zien ze minstens twee jaar niet terug!
Afdrukken

