TERUG
Joop
"Lees een boek", wijs ik naar de boekenkast als een dochter zich aandient met de mededeling dat ze niets te doen heeft. Want ik ben een verslaafde lezer. Een boek is voor mij een andere wereld. Lekker wegkruipen, je verliezen in een verhaal. Literatuur? Mag, maar hoeft niet voor mij. Als het maar ontsnapping biedt. De meiden verslinden de Donald Duck en hun popblaadjes. Een enkele keer zie ik Kirsten wegduiken in Pluk van de Petteflet. Amber kan genieten van de boeken van Roald Dahl en Merel kiest voor crimi's, het liefst een beetje horror-achtig. Ze heeft nu zelfs Stephen King ontdekt. En toch, echte lezers zijn ze geen van drieën. Het blijft bij 'af en toe'. En het allerergste is wel dat ze mijn lievelingsboek geen van allen hebben gelezen. Merel en Amber zijn er wel aan begonnen, maar hebben het na een paar bladzijden weggelegd. "Flauw. Oubollig. Antiek", is hun oordeel. "Ik had het op jullie leeftijd al drie keer gelezen! En nog steeds kan ik me er tranen om lachen", verdedig ik vergeefs. Ik herlees alle delen minstens eenmaal per jaar. Het is misschien wel een afwijking, maar ik blijf ze heerlijk vinden. Lang leve Joop ter Heul en haar Jopopinoloukicoclub! Ik schaam me er niet voor, maar af en toe voel ik me zo alleen staan in deze eigenaardige afwijking. Een enkele maal praten we met vrienden over boeken. Ik praat dan lekker mee, ben ook dol op de boeken van Isabel Allende, op 'Honderd jaar eenzaamheid' van Marquez en heb van de meeste feministische schrijfsters heel wat letters weggewerkt. Maar uiteindelijk beken ik dan, een beetje uitdagend, dat ik de Joop ter Heul-serie nog steeds onsterfelijk vind. Meestal is gehoon, verbazing en spot mijn deel. Heel soms zegt iemand eerlijk: "Die heb ik vroeger ook zo leuk gevonden. Maar dat jij dat nog steeds leest!" Zij hebben de delen al jaren niet meer gezien. Laat staan dat ze stukken kunnen citeren, de namen uit hun hoofd weten en malle anekdotes kunnen ophalen. Ik sta hopeloos alleen in mijn 'Joop ter Heul-gekte', lach in eenzaamheid om de horlogeketting tussen de oren van Pop en Joop en pink stilletjes een traantje weg als juffrouw Wijers overlijdt. Mijn enige hoop is Kirsten, die eigenlijk nog te jong is voor de serie. "Zal ik je hieruit voorlezen?", biedt ik aan. Het eerste deel in mijn handen: 'De H.B.S.-tijd van Joop ter Heul'. "Wat is dat? H.B.S.?", vraagt Kirsten. De generatiekloof slaat ongenadig toe. Ik probeer het uit te leggen, maar ze hoort liever een stuk uit 'Otje' van Annie M.G. Schmidt. Dat snap ik wel, maar toch ben ik tegelijk bang dat de boeken van Cissy van Marxveldt ongelezen in de kast blijven staan. Niemand leest meer 'De Kingfordschool', 'Een Zomerzotheid' of 'Rekel'. Zou er niet ergens een club enthousiastelingen iedere maand zwijmelen bij Joop? Er is toch ook een Biggles-fanclub?!
Afdrukken

