TERUG

Hordeur



Klaaglijk miauwend zit Jip op de mat voor de schuifdeur. Braaf staat Jan op, voegt hem wat vriendelijke woorden toe en laat hem naar buiten. Drie tellen later meldt hij zich door te rammelen met de hordeur. Gehoorzaam laat ik hem binnen. Jip wandelt, zijn staart fier omhoog, naar zijn bak met brokken. Hij eet een hapje om zich vervolgens weer op de mat te melden. Miauw! Ik wil eruit! "Is dit normaal?", vraagt de visite. Wij knikken. Ja, dit is heel gewoon. Wij hebben in de avonduren een duobaan. Dan zijn wij portier voor Jip. We beginnen om een uur of acht en werken door tot we naar bed gaan. De visite lacht zich een bult. Hoe hebben we het ooit zo ver laten komen? Dit is toch te zot! Natuurlijk, dat is ook zo. Maar wij zijn zwak en Jip is een bijzonder doortastende kat. Wanneer we niet snel genoeg reageren hangt hij op ooghoogte in het horrengaas. Dat het materiaal daar niet tegen bestand is, kun je duidelijk zien. In de ene deur zit zo'n gat dat Jip daar gewoon doorheen zou kunnen springen, als hij het tenminste niet leuker had gevonden om ons te laten lopen. "Tjonge jonge, wat een lastpak ben jij", moppert de visite die ook maar eens een gedeelte van de portiersbaan op zich neemt en Jip naar binnen laat. Jip mekkert gezellig terug. Het laat hem onverschillig wie de deur open en dicht doet. Als hij maar op zijn wenken wordt bediend. Hij drinkt een paar slokjes uit de goudvissenkom en hup: hij zit weer op de mat. Overdag heb je geen kind aan hem. Dan ligt hij gestrekt languit langs de boekenkast, waar hij geconcentreerd oefent voor tochtstrip. Af en toe zoekt hij een hand of een voet om een kopje tegen te geven. We zijn dol op hem. Maar die hordeuren zien eruit! "Je kunt er zo nieuw gaas in zetten", wijst de visite, bekwame doe-het-zelvers. We knikken. Dat weten we. Al voor de zomer kocht Jan een rolletje nieuw gaas om de deur mee op te knappen. "We namen gelijk een brievenbus mee. Dezelfde waar Jip in het oude huis mee klepperde als hij naar binnen wilde", vertellen we. Jan staat op om de constructie te laten zien. Hij moet toch opstaan, want Jip wil weer naar buiten. "Daar zit de brievenbus. De deur kan nu niet meer helemaal open", demonstreert hij. De visite slikt even. "Maar Jip kleppert niet", constateren ze terecht terwijl ze met moeite een kriebellach onderdrukken. We schudden ons hoofd. Merel heeft het urenlang voorgedaan terwijl Jip ernaast zat, zijn koppie scheef. "Zie je, Jip? Zo moet het!", klepperend met haar vinger bij de brievenbus. Dan hing Jip verveeld een nagel in het gaas. "Dus als je een stukje horrengaas nodig hebt", biedt Jan aan, "Ik heb nog een rolletje liggen." De visite knikt begrijpend, staat op om Jip binnen te laten en zegt: "Deze mensen hebben geen kat. Deze kat heeft mensen." Jip schommelt tevreden naar zijn etensbak en wij staren hem verslagen en vertederd na. Kattenliefde? Daar is geen horrengaas tegen bestand!

Afdrukken