TERUG

Hoest



Ze blijft maar hoesten, Merel. Vooral 's nachts scheurt haar geblaf door het hele huis. "Ik word er doodmoe van", bekent ze met een wit koppie. Veel te moe om naar school te gaan, in ieder geval. Ze mag haar bed weer in, waar ze gestaag verder kucht. Ik stroop schappen in drogisterijen leeg, koop hoestsiroop, dropjes, keeltabletten, vitaminepillen voor meer weerstand en zet het stoomapparaat klaar op tafel. Verder prijs ik sinasappels aan en maan haar goed te eten. Er moet meer vet op die botten. Dat helpt. Kijk maar naar Kirsten. Dat is tenminste een stevig product. Nooit ziek en nooit moe. "Ja mam". Ze slikt niets, stoomt niet, eet slecht en wil uiteindelijk wel naar de dokter. "Kijk, dat slijm loopt 's nachts langs je keelholte omdat je in je slaap niet slikt. Dus gaat het kriebelen", vertelt de arts. Daarna herhaalt hij alle adviezen die ik al eerder gaf. Stomen dus. "Dat doe ik al", jokt ze. Dus krijgt ze een verstuiver als extraatje. Want als je al een week zit te stomen, is het wel heel hardnekkig. "Zie je nu wel", zeg ik in de auto op weg naar de apotheek. "Ja mam." Ze stoomt een keertje, puft sporadisch met de verstuiver en knapt aan het begin van het weekeinde wonderbaarlijk op. In ieder geval voelt ze zich goed genoeg om naar de voetbalwedstrijd te kijken van haar vriendje. Goed ingepakt met muts, sjaal, extra trui, dikke jas. Alleen de tweede helft en dan meteen naar huis. "Ja mam." Prompt stort ze zondagavond weer in, krijgt een infectie bovenop de keelkriebel en heeft overal pijn. Nu gooit de dokter er een antibioticakuur tegenaan en ik tel de lesuren die ze zo langzamerhand al gemist heeft. De pillen helpen wonderbaarlijk. "Ik kan wel weer naar school, morgen", knikt ze. Ze heeft maar een halve dag les, want de school viert een zoveelste lustrum en heeft daar vele activiteiten bij bedacht die de rest van de week beslaan. Wiskunde en Nederlands zitten er niet bij. Merel doet vervolgens mee aan Sterrenslag, volgt een korte fotocursus, zit in een basketballteam en viert feest compleet met leerlingencabaret. Pas als ze na de feestweek informeert hoeveel proefwerken ze nog moet inhalen, zie ik haar lichtelijk instorten. Diezelfde nacht word ik wakker. Merel hoest weer. Mijn diagnose: chronische schoolkriebel. "Alle avonden vroeg naar bed, regelmatig werken, goed eten, veel fruit en geen feesten voorlopig", gebied ik. Wat kan ze nog zeggen? Precies wat ze alle keren daarvoor zei op hetzelfde berustende en tegelijk afkeurende toontje: "Ja mam..."

Afdrukken