TERUG

Heksen



Kirsten durft niet meer alleen naar boven. Ze gilt en krijst en sluit zich op in de badkamer. "Wat is er dan", vraag ik verbijsterd aan een snotterig kind dat helemaal over haar toeren in mijn armen hangt. "Heksen", hijgt ze. Ze heeft de film 'Heksen' gezien, naar het gelijknamige boek van Roald Dahl. Een kinderfilm. Maar sindsdien zijn alle schaduwen in haar kamertje verdacht. Loert daar niet een heks achter de deur? Zit er niet eentje in de kast te wachten tot ze haar ogen dicht heeft om haar daarna onverwacht om te toveren in een muis? Bang, bang, bang. Voor ieder kraakje, knerpje van de deur. Voor alles wat ze niet begrijpt, niet meteen uit kan leggen. Haar zussen reageren lacherig en smalend. Eigenlijk vind ik het ook onzin. Heksen, nou ja! Maar toch... Vroeger droeg mijn moeder me naar boven. Ik had mijn hoofd veilig in haar hals, mijn ogen stijf dicht en mijn armen om haar nek. Eenmaal in bed lag ik stijf als een plank precies in het midden. Want onder mijn bed lag een wolf. Als ik maar heel stil bleef liggen, dan kon hij niet bij me komen. Nacht na nacht, week na week, misschien wel jaren sliep ik zo in. Als een levende mummie, verstard van angst. "Er bestaan toch geen heksen", sus ik en streel over haar verhitte hoofd. Dat weet zij ook wel. Van haar verjaardagsgeld koopt ze zelfs een heksenhoed, een eng plastic gebit met enorme hoektanden en lange zwarte nagels die ze over haar vingers kan schuiven. "Ik ben een heks", zegt ze met een krakerig stemmetje en ze krabbelt met die nagels in onze nekken. Alles in de hoop om ons banger te maken dan ze zelf is. Het helpt niet veel. Net als ik denk dat de heksen weer overgewaaid zijn, klinkt er boven voor de zoveelste maal een enorm gekrijs. Merel gaat even kijken. "Er zaten weer eens heksen achter de wasbak", zucht ze, als ze weer beneden komt. Het heksenpak gaat mee naar school voor een toneelstukje, het heksenpak gaat mee op visite om buitenstaanders angst aan te jagen. Kirsten is bezig met een zelfbedachte verwerkingstherapie om haar angst voor heksen op de achtergrond te krijgen. Dat ik daar vroeger nooit opgekomen ben! "Heksen bestaan niet, hè", zegt ze soms, onaangekondigd. "Nou, dat weet ik nog zo net niet", lacht Amber. "Hou je mond, Amber", zeg ik dan en tegen Kirsten: "Welnee, heksen bestaan alleen in films en in boeken." Merel heeft al lezend in de loop der jaren een hoop opgestoken over ons culturele verleden. "Ze hebben vroeger een heleboel heksen verbrand. Maar die waren ook niet echt. Gewoon vals beschuldigd, maar evengoed op de brandstapel." Kirsten snapt van die verhandeling nog niets, gelukkig. "Brandstapel, wat is dat?" "Nou", begint Merel, vastbesloten daar een hele uitleg aan toe te voegen. "Nee, dat krijg je pas later op school", kap ik af. Ja kom zeg, lijken we net een periode heksenangst achter de rug te hebben, dan zullen we er nu brandstapels achteraan krijgen. Doe mij een plezier. Kirsten is er te klein voor. Te klein voor verzonnen heksen van Roald Dahl en helemaal te klein voor brandstapels uit een donker verleden. "Knibbel, knabbel, knuistje, ben ik een echte heks?", laat ze de ene Barbiepop aan de andere vragen. Dan, met een ander stemmetje: "Nee, want jij hebt geen zwarte kat!" Dan volgt er een kakelend lachje. Even later hangen twee mollige armen om mijn hals. "Mam, wij hebben een zwarte kat. Die woont toch altijd bij een heks?" Zou ik daar al een grapje over kunnen maken? Kan dat al? Ik weet het niet zeker en zeg maar doodserieus: "Nee joh, Jip heeft immers drie witte borstharen? Die is niet eens helemaal zwart!" Waarop Amber grijnst: "Mam, ik heb je bezem al een tijdje niet gezien!" Geen heksen? Het wemelt hier in huis van de heksen!

Afdrukken