TERUG

Goochelen



"Ik heb nog een truc", fluistert het vriendje van Merel, als hij naast me in de keuken staat. Ik ben nog net herstellende van de vorige kaarttruc, waarbij ik de gezochte kaart in mijn eigen handen bleek te hebben, wat helemaal niet mogelijk was. "Maar daar moet u me bij helpen. Dan houden we Merel voor de gek." Daar ben ik wel voor te vinden. De truc is simpel. Hij heeft een ring in zijn hand, onder een theedoek. We mogen voelen of dat klopt. Ik voel als laatste en haal de ring weg. Daarna voert hij allerlei rituelen uit, blaast op die theedoek en hop! Ring weg! Dan weer een hoop getover, hij beweert dat de ring er weer zit en ik mag als eerste controleren. Ik geef hem dus de ring en roep verbaasd: "Ja hoor! Hij zit er weer!" Merel voelt, kijkt en is vol ongeloof. Haar vriendje kan toveren. Dit is het bewijs. Het valse complot loopt als een trein. Ook Amber laat zich tot drie keer toe voor de mal houden. De laatste keer moet de goochelaar de truc uitvoeren met opgestroopte mouwen. Ook dat is geen probleem. "Ik snap er niks van", zucht Amber. Ik heb ondertussen een heerlijke middag. Nog nooit van mijn leven snapte ik een goocheltruc. Maar nu? Ik ben de enige die hem begrijpt. Sterker nog, dankzij mij slaagt dit flauwe grapje iedere keer weer. Een buurman die iets langs komt brengen, wordt ook voor de gek gehouden. "Ik wil ook meedoen, want ik snap er nog steeds niks van", zeg ik vals. De buurman staat perplex en beweert dat de goochelaar die ring in zijn mond verstopt, zodat hij de volgende keer met zijn mond wagenwijd open de hele truc herhaalt. Verpletterd verlaat de buurman het pand. "Hier kan ik vannacht vast niet van slapen", vreest hij. Ook Jan stinkt erin en dat is een heel gedoe, want dan sta ik inmiddels te uien en knoflook te snijden. Als Jan zijn neus maar een beetje deugt, dan ruikt hij wie die ring al die tijd in zijn handen heeft gehad! Maar Jan fouilleert de goochelaar terwijl ik braaf voor de zoveelste keer met die ring zit te wachten tot ik hem onder de theedoek weer terug mag geven. Kirsten is de laatste die erin moet trappen. De jongste, die nooit oplet, altijd alles kwijt is en altijd alles vergeet. "Ik wil nog één keertje meedoen", bedenk ik gehaast. Want de uien moeten de pan in. De eerste keer is Kirsten volledig perplex. De tweede keer zegt ze bedachtzaam: "Nog één keertje. Dan weet ik het." En de derde keer gilt ze beschuldigend: "Mama! Mama heeft hem!" Iedereen loeit! Niemand had dit van mij verwacht en niemand zag Kirsten in staat tot de oplossing. Ik ook niet. Maar wat zegt mijn rommelige kind? "Hij heeft 'm niet. Ik heb 'm niet. Dus moet mama 'm hebben." Zo'n heldere analyse hoor je maar zelden.

Afdrukken