TERUG

Geloof



"Alweer een toernooi?" God hoort me brommen. Kirsten geeft zich overal voor op. Voetbal, tennis en vooral korfbal. Ze zit in een klas vol sportievelingen, zodat die teams ook steeds finaleplaatsen halen en dan regionaal moeten spelen. Als ik echt pech heb, gaan ze de provincie bekampen. In het dorp wordt de strijd bevochten tussen de twee basisscholen. De christelijke, waar Kirsten op zit, en de openbare. Dus sta ik voor de zoveelste maal stof te happen op het gravel van de korfbalclub en zie toe hoe Kirsten de strijd aanbindt met haar openbare vrienden. Voor het gemak noemen wij, ouders aan de kant, dit lachend: De christenen tegen de heidenen. "Wij heidenen zijn niet makkelijk te overwinnen", gnuift een openbare vader bij het eerste punt. Maar als het tweede punt wordt voorkomen doordat de bal op wonderbaarlijke wijze een rondje draait in de korf en eruit tolt, jubelt een pa van ons kamp: "Hier heeft de Heer een wonder verricht!" Er verandert nooit iets. Vroeger trok ik met mijn klasgenoten van de school met de bijbel op naar de katholieke school. Gewapend met stokken zouden wij die roomsen eens mores leren. Onze meester behandelde uitvoerig de tachtigjarige oorlog en als je hem hoorde vertellen over die arme ketters op de brandstapel, waren wij het gloeiend eens: Dit moest gewroken worden! Na wat stenen gooien op heel veilige afstand, kozen wij de aftocht. Dan liep ik naar huis met Liesje, die vlak bij me woonde en op de roomse school zat. Samen met haar liep ik de huizen af met het St. Vincentiusbusje. En nooit heb ik met Lies over godsdienst gesproken. Je bent gewoon vrienden. Klaar uit. Na de wedstrijd speelt Kirsten ook weer gewoon in het speeltuintje met haar buurtvrienden. Maar nu is het nog even oorlog. Zo hevig, dat alle ouders het erover eens zijn dat die kinderen enorm kunnen vloeken. En ik zou liegen als ik beweerde dat Kirsten dat van haar openbare vriendjes had opgepikt. In de laatste minuut winnen we de wedstrijd. "Er rust toch een zegen op", knikt de openbare vader tegen mij. Ik weet wel beter. Nu moet ik met Kirsten naar de volgende wedstrijd. En die is tweehonderd kilometer verderop!

Afdrukken