TERUG

Frans



Ik kijk naar sport. Ik zie mijn huisgenoten regelmatig het pand verlaten met sporttassen. En af en toe mag ik mee naar een sportwinkel. Want ik heb een portemonnee. Maar nog nooit heb ik in zo'n winkel iets voor mezelf gekocht. Ik tel op dat gebied absoluut niet mee. Wat is er toch bij mijn geboorte gebeurd dat zo'n ernstig defect heeft veroorzaakt? Ik kan niet vangen. Ik kan ook niet gooien. "Je moet oefenen", raadt Merel me aan. Dus nam ik op wandelingen met Laska een tennisballetje mee. Niet alleen omdat die hond het leuk vindt daar achteraan te rennen, maar om een beetje gericht te leren gooien. "Neem je een bal mee?", informeert Kirsten voor zo'n wandeling. Als ik knik, heeft ze opeens een heleboel huiswerk. Kirsten weet dat er risico aan zo'n balletje zit, zeker als moeder daarmee gaat gooien. Voor je het weet, ben je door die bal keihard in je nek geraakt, of krijg je hem op je oor. En dat terwijl Kirsten toch de hele tijd angstvallig vlak naast me blijft lopen. Dus loop ik noodgedwongen alleen. Wekenlang heb ik op de dijk lopen stuiteren, omdat Jan me heeft verzekerd dat je daardoor 'balgevoel' ontwikkelt. Soms lukt het wel een keer of drie achter elkaar. Wat is er dan in me gevaren om me op te geven voor tennisles? Ik weet het niet zeker. Misschien kwam het doordat we vorig jaar de afsluiting van het seizoen vierden en ik, als toeschouwer, tussen mijn bezwete familie gezellig aan het zoveelste wijntje zat. Op dat moment hoorde ik Annemarie roepen dat zij een kruk was en het ook een keer geprobeerd had. Geen succes, nee. Maar toch? Ik keek en luisterde. Had ik toen mijn mond maar gehouden. Al gauw hadden we een weddenschap: volgend seizoen samen op les. Niet fanatiek, gewoon voor de lol. Als we die bal maar over het net krijgen, meer verwachten we niet van onze prestaties. De hele tennisvereniging viel van zijn barkruk en we krijgen nog dagelijks schouderklopjes, felicitatiekaarten en een massa flauwe opmerkingen te verwerken. Natuurlijk hebben we de tennisleraar op het hart gedrukt alleen te trainen op techniek. Laat de conditie maar voor wat ie is. Hard lopen zien we sowieso niet zitten. Straks sta ik in een winkel voor het eerst in mijn leven een trainingspak te passen. Want dat moet, zegt Jan. En sportschoenen. Dat ook nog. Het tennisracket leen ik van Merel en sporttassen slingeren hier in soorten en maten rond. "Dan komen we allemaal kijken, mam!", verheugt mijn kroost zich. Alles liever dan dat. Ik heb hun schoolroosters naast elkaar gelegd en het enige moment gekozen dat ze alle drie op school zitten. Er is gelukkig nog één uitweg. De tennisleraar is een Fransman. Dus als het helemaal niet lukt, heeft hij beloofd conversatielessen te geven op het terras.

Afdrukken