TERUG

Folderwijk



"Mevrouw, u heeft toch van de zomer folders voor ons bezorgd?", informeert een meneer aan de telefoon. "Nou, ik niet. Mijn dochters", beken ik. "Ja. Vond u dat een beetje meevallen?" "Ik had er niet veel werk aan", grijns ik. Buiten regent het pijpenstelen. Het klettert tegen de ruit. Ik voel al lang waar dit gesprek naar toegaat en bedenk dat Merel laatst vol trots haar bankafschrift liet zien. "Ik blijf sparen. Nu nog een klein baantje", zei ze. "Ik heb namelijk een klein wijkje over. Want u had de vorige keer wel veel, hè?", vervolgt de man. Blijkbaar wil hij niks horen over dochters. Hij gaat uit van het gegeven dat ik langs de huizen heb gezwoegd met een tas vol aanbiedingen. Ik vind het best en zeg: "Vorige keer was het inderdaad een heel gedoe." Per slot van rekening heb ik een levendig aandeel gehad in het vouwen van die enorme stapels. "Honderdéénennegentig folders maar. Dat levert per maand zo'n zestig gulden op en dat is toch weer lekker meegenomen, nietwaar mevrouw?" "Alle beetjes helpen", zeg ik nederig. Het begint te onweren, zie ik. Dat lijkt verdacht veel op hagel! "Dus nu dacht ik, wilt u dat wijkje nemen?", vraagt de man. "Tja. Zestig gulden, zei u?" Ik aarzel. Op de vensterbank zie ik inderdaad hagelkorrels opspringen. "U heeft ook dochters, zei u?" Ha, zijn korte geheugen begint te werken. "Inderdaad", zeg ik. "Die kunt u het dan ook een keertje laten doen", vindt de man. "Precies. Het is wel goed als je moet werken voor je centen", beaam ik vals. "Heel opvoedkundig", vindt hij ook. "Als u maar wel zegt dat ze de folders die ze overhebben weer mee moeten nemen. Niet langs de weg gooien", maant hij. "Oh nee. Die sparen we op voor de korfbalclub", zeg ik braaf. "Dus u doet het?" "Wel ja. Vooruit maar", geef ik toe. De man juicht. Er komt een tas, een stapel folders, papieren waarop de wijk staat en dan natuurlijk geld. Na afloop. "En hartstikke bedankt", zegt hij opgelucht. Buiten hebben de hagelstenen geweldige afmetingen bereikt. Als Merel en Amber thuiskomen, met rode gezichten en handen van de hagelbui, jubel ik: "Ik heb een folderwijkje voor jullie aangenomen!" Geld overtuigt altijd. Ook de meiden zwichten. Maar 's avonds zegt Amber door de telefoon tegen een vriendinnetje: "Ik voel me net een kind uit een boek van Roald Dahl. Die hebben ook altijd van die vreselijke moeders!"

Afdrukken