TERUG

Fietssleutel



"Word je niet boos? Word je niet boos?" Hijgend staat Kirsten voor me. Er is een ramp gebeurd. Zo erg dat ik van te voren een verklaring van kalmte moet afleggen om verslag te krijgen van de catastrophe. Ik kan het niet beloven. Ik wil het wel, maar de ervaring heeft geleerd dat ik zelfs mijn stelligste belofte verbreek als ik hoor wat voor malligheid ze nu weer heeft uitgespookt. "Ik heb niets gedaan", roept ze dan triomfantelijk. "Het gaat om Amber!" Dan kan ik haar makkelijk verzekeren dat ik nu nog niet in woede ontsteek. De boodschapper van slecht nieuws wordt hier niet gestraft. "Amber heeft geprobeerd of haar fietssleuteltje kan drijven", vertelt Kirsten, opgelucht dat ik haar rol in dit experiment zo kalm aanhoor. De rest kan ik zelf wel invullen, maar toch vraag ik voor alle zekerheid: "En?" "Nee. Het is gezonken." Jan kijkt verstoord op van zijn krant. "Opvissen maar", bromt hij. Kirsten huppelt weg, op zoek naar haakjes, netten, touw en andere handige hulpmiddelen. Regelmatig komt ze even terug om te vertellen hoe de reddingsoperatie vordert. Een buurjongetje heeft behulpzaam een bootje ingezet en een andere jongen heeft geheel belangeloos een totebel beschikbaar gesteld. "Da's een heel groot net. Als het daar niet mee lukt", verklaart Kirsten om dan weer hijgend naar de plek van het ongeval te rennen. Amber laat wijselijk haar neus nog steeds niet zien. Die ligt op haar buik aan de waterkant te hopen dat ze ons straks triomfantelijk kan verrassen met het opgeviste sleuteltje. Jan gaat na een uurtje poolshoogte nemen. "Ze vinden het nooit in die prut", oordeelt hij. Maar dan zijn we al lang niet meer boos. Wel verbaasd. Hoe kom je erbij om te proberen of je fietssleuteltje kan drijven? Amber lost het raadsel voor ons op. Enigszins bedremmeld zegt ze: "Omdat er zo'n plastic sleutelhanger aanzat." Op de vraag of ze dat niet in een teiltje water had kunnen testen in plaats van in de sloot, haalt ze onwillig haar schouders op. Het is nu toch al te laat. Het fietsleuteltje is weg en blijft weg. 's Middags fietst ze met Kirsten naar de stad om een copie van de reservesleutel te laten maken. Ze heeft nog een houten sleutelhanger op haar kamer. Die prutst ze er meteen maar aan vast. Ik herinner me vaag natuurkundelessen van vroeger. Er is een wet. Iets met drijvend vermogen van die sleutelhanger en het soortelijk gewicht van het sleuteltje. Of zo. "Hout drijft wel", zegt Kirsten met een blik vol verlangen. Amber kijkt even snel naar onze gezichten en blaast: "Ja, dommie! Ik kijk wel linker uit." Ik hoef hier geen natuurkundewetten op los te laten. De wet dat opvoeders in woede ontsteken als je twee maal je fietssleutel in de prut laat verdwijnen, weegt het zwaarst!

Afdrukken