TERUG

Drie wensen



"Je mag drie wensen doen", zegt de fee in mijn droom. Stralend zweeft ze voor het voeteneind en zet de kamer in een gloed van warm licht. Vleugels heeft ze en een witte jurk met kleine sterretjes. Ik ga een beetje overeind zitten. Gek is dat, Jan wordt er niet wakker van. Ik zie nog net een plukje haar boven het dekbed uitkomen. "Drie wensen", herhaal ik. Ze knikt en zwaait met een stafje een dun laagje poederstof door de kamer. Genoeg voor mijn eerste wens, begrijp ik. "Dan wil ik vrede in de wereld. Geen honger meer en geen oorlog. Dat zijn er drie", bedenk ik onmiddellijk. Ze schudt bedroefd haar hoofd. "Zulke wensen mag ik niet vervullen", zegt ze. "Ik mag alleen persoonlijke zaken in behandeling nemen. Een staafmixer of een zeiljacht of zo. Heb je zoiets niet op je lijstje staan?" "Gezondheid voor de meiden? Mag dat? Of heel veel liefde in hun leven?" De fee schudt weer haar hoofd. "Ik hoor het al. Het geeft niet hoor. Je bent vannacht al de zoveelste die geen wensen heeft. Ik ben in deze regio ingedeeld, maar het begint een ondankbare taak te worden. De mensen hebben hier alles al. Ik stap maar eens op. Slaap lekker verder." Ik hoor nog wat geruis en langzaam vervaagt haar gestalte. Zou ze naar de buren gaan? Of naar iemand anders die ik ken? En wat zouden die dan wensen? Ik dommel verder. Wensen en verlangens. Natuurlijk heb ik ze. Ik zou wel eens een mooi servies willen hebben. Helemaal compleet met soupterrine. Maar om dat nu aan die fee te vragen? Tot nu toe ben ik best tevreden met de stapel uitverkoopborden in de kast. Ik zou nog veel meer boeken willen hebben, maar ik weet niet waar ik ze moet opbergen. Zo zit het dus in elkaar. Al win je een miljoen, al krijg je een fee aan je bed, echte wensen kun je niet waarmaken. Gezondheid, geluk en vrede. Dat zou ieder van ons toch willen voor iedereen? "Het was natuurlijk een droom", zeggen de meiden bij het ontbijt. "Je zou anders wel gek zijn. Ik zou het wel weten." "Een scooter. Dat lijkt me het einde", zegt Merel. "Of een paard. Een eigen paard", mijmert Amber, die sinds kort heeft ontdekt dat het reuze leuk is om op het paard van een vriendinnetje in wilde galop door de wei te crossen. "Ik wil wel een tennisracket", roept Kirsten die als kleinste nog de meest te realiseren wens bedenkt. "Maar als je nu weet dat die grote wensen niet vervuld kunnen worden, zou je dan toch blij zijn met zoiets?", vraag ik. Ze denken na. "Ik bedoel, als er een èchte fee aan je bed staat, dan denk je toch meteen aan iets anders?" "Ja", zegt Amber. "Dat is waar. Dan zou ik wensen dat mijn klas nog bij elkaar was." We worden er allemaal stil van, want we weten het nog zo goed. Het klasgenootje dat blij op weg ging, fluitend op zijn fiets. Een paar dagen later stond ze met haar klas bedremmeld bij zijn graf. Zo jong nog. Zo broos kan leven zijn. Zo plotseling komt verdriet heel dichtbij. "Dan zou ik ook willen dat er geen ziekte meer is", zegt Kirsten met tranen in haar ogen. Onze gedachten gaan naar dat kleine meisje dat bij haar op school zit. Knappe dokters verzinnen slopende kuren en we hopen, hopen vurig dat het lukt. Bij zulke wensen valt immers alles in het niet? Maar deze ochtend is er kinderkerstspel. We gaan ernaar toe, nog een beetje onder de indruk van mijn fee die ons zo onverwacht confronteerde met ons onvermogen om iets voor de wereld te doen. Er drentelt een klein kerkgangertje door de rijen. Dan weer is ze deel van het onbegrijpelijke decor, compleet met stal, herders, wijzen, een eskimo en een chinees, dan weer hoort ze bij ons. Tot ze plotseling de babypop, die het kindje Jezus voorstelt, uit de kribbe plukt. Maria maakt nog even een hulpeloos gebaar, maar blijft toch zitten. Dat is tenslotte haar opdracht. Tekst heeft zij niet. Wij vegen onze wangen droog. Is het van het lachen of van het huilen? Wij weten het niet. Het kindje loopt met de pop door de kerk. Akelig slaat het harde plastic hoofd tegen de grafstenenvloer van de oude kerk. Met iedere tik lijkt het onvermogen om mijn wensen in vervulling te laten gaan zich vaster te hechten achter mijn voorhoofd. Na de warme chocolademelk zingen we samen. Kleine mensen en grote mensen. Oude woorden, oude wijs. Woorden waar het allemaal om draait en waar geen fee je bij kan helpen om ze waarheid te laten worden. Wij zingen mee alsof we de vervulling af willen dwingen. 'In de mensen een welbehagen...'

Afdrukken