TERUG

Drenthe



"Maar heb je dan je huiswerk niet in je agenda staan?" Mis. Dit is geen vraag aan een leerling van het voortgezet onderwijs. Deze vraag stel ik, bezorgde opvoeder, aan Amber. Elf jaar oud. Want Amber moest Drenthe leren. Blinde kaart, dat werk. Een week geleden kwam ze met twee kaartjes van Drenthe thuis. "Snap jij dat mam?" "Ik niet." Geen woord van gelogen, ik begreep niet dat je van twee blinde kaarten zonder plaatsnamen Drenthe kon leren. Wat ik veel later begreep was, dat ze tijdens de les op één van die kaartjes de plaatsnamen had moeten invullen. Maar dat was na het cijfer voor Drenthe. "Wat had je voor Drenthe?" "Een drie.'' "Een drie voor Drenthe?!" Storm aan tafel om een drie voor Drenthe. Na veel vijven en zessen, met elkaar punten hoger dan de gewraakte drie, komt de 'Goede Tijden Slechte Tijden'-agenda te voorschijn. Op iedere bladzijde heeft ze uitgeknipte moppen geplakt. Ook uitgeknipte hoofden van helden als Peter, Arnie en Mark sieren met omgekrulde kanten de bladzijden. Hier en daar voorzien van een inktsnor en baard. Verder staat er weinig in. "Moet je daar je huiswerk niet in schrijven? Verdorie."Ze kijkt er bijna verbaasd naar. Daar was ze uit zichzelf nu nooit opgekomen. Handig eigenlijk, een agenda, hoewel.. Je ziet haar denken. Zo'n agenda legt je wel vreselijk vast natuurlijk. Daar kunnen wij over meepraten. Ons hele leven wordt geregeld door die ene grote agenda op het bureau, waarin we de belangrijkste afspraken uit onze eigen agenda's in noteren. Ook Merel noteert haar afspraken, schooldisco's, beugeltandarts en tennisles keurig. Maar als je elf bent, laat je dat toch gewoon nog allemaal voor je regelen? "Wat heb jij eigenlijk zitten doen, toen de hele klas die plaatsnamen van Drenthe over zat te nemen?" Amber staart naar de grond. Het moment is haar vanzelfsprekend ontgaan, anders had ze het wel gedaan. Dus hoe zou ze nu antwoord moeten geven op zo'n vraag? Ze haalt haar schouders op. Haar oudste zus, wel vol plichtsbesef, doet een duit in het zakje der opvoeding. "Als jij nu al Drenthe niet leert, wordt het volgend jaar niks met jou in groep acht." Ziezo, dat is er uit. Elf jaar en geen toekomst meer. Daar worden wij allemaal toch even stil van. We herinneren ons al die vreselijke momenten dat ze bijna huilend een poging deed een willekeurige tafel zonder fouten op te zeggen. Bij iedere fout mompelde ze dat ze er ook niets van begreep. "Hoeft ook niet, gewoon uit je kop leren", zeiden we dan. Bij mij drong een gering rekenkundig besef ook nog niet zo lang geleden door. En echt interesse voor cijfers kan ik nog steeds niet opbrengen. Maar iets uit je hoofd leren kan toch niet zo moeilijk zijn? Uiteindelijk heeft ze na veel ploeteren die tafels toch ook onder de knie gekregen. Waarom Drenthe dan niet? "Waarom heb je het niet geleerd? Het is toch helemaal niet leuk om zo'n laag cijfer te halen?" wil ik weten. Amber haalt diep adem. "Wij gaan toch nooit naar Drenthe. Wat heb ik er dan aan?" Stilte. Wat moet ik daar nu voor antwoord op geven? Zelf kijk ik even op de kaart als ik naar Drenthe moet. Of op een rekenmachientje als ik benieuwd ben naar de uitkomst van acht maal vierenzestig. "Misschien gaan we in de vakantie wel naar Drenthe", probeer ik. Haar blonde koppie buigt diep over haar gitaar. Ze vertaalt raadselachtig notenschrift met vlugge vingers in een aardig melodietje. Klein voetje tikt de maat. Want dat kan ze. Dat begrijpt ze. En na de laatste noot heeft ze ook nog het laatste woord. "Lijkt me niks aan, aan Drenthe."

Afdrukken