TERUG

Dertien



We rijden richting Arnhem, naar het Gelredome. Achterin drie meiden met een tas vol make-up en een buik vol zenuwen. Voorin Merel en ik. Ik voel me heel tevreden dat ik bedacht heb dat Merel mee kan, zodat we samen kunnen winkelen en eten in Arnhem. Nu hoef ik niet te luisteren naar het concert van de Backstreet Boys! Kirsten zit tussen haar vriendinnen in en om de beurt kalken ze elkaars mooie frisse koppies vol rommel. "Dat loopt straks allemaal uit. Want jullie gaan vreselijk janken, wedden?", voorspelt Merel. Die put nog uit haar Take That-verleden. Ze luisteren niet eens naar ons. Ze denken maar aan één ding: straks zien we ze echt... Dertien zijn ze. Ze dromen en kijken naar jongens. Drie hoofden vol onzin en altijd vlinders in hun buik. Ze passen petjes, blokkeren mijn zicht in de achteruitkijkspiegel en brullen mee met de autoradio. Het moet heerlijk zijn om dertien te zijn. Als ze langs de kaartcontrole lopen, moeten ze aansluiten in de slingerende rij, afgeschermd door hekken. De massa gilt, als er een jongen voor de ramen verschijnt, en er klinkt gelach als Merel achter het hek brult: "Dat is een ober!" Die lange rij, dat gedrang en gegil, ik vind het maar niks. "Het zijn stevige meiden, mam", sust Merel, die de angst van mijn gezicht leest. Vooraan verschijnt een man met een megafoon op een podium. Hij maant de menigte te gaan zitten. Ze moeten nog zo lang wachten. Hij praat en praat en praat maar door. Het gegil verstomt en door de kieren zien we dat de meesten gaan zitten. Gerustgesteld lopen we terug naar de auto. Ik heb het kaartje dat ik niet gebruik in mijn hand. Maar de zwarthandelaren staan somber te zwaaien met hun kaartjes. Geen handel? Ze schudden hun hoofd en eentje roept dat je er net zo goed iets mee kunt afvegen. Op de voetgangersbrug staat een meisje tegen haar fiets geleund naar het Gelredome te staren. "Wil jij een kaartje?", vraag ik. Ze schudt haar hoofd. Ze heeft al, voor het concert van morgen. Maar haar vriendin wel. Die is nu in onderhandeling met een zwarthandelaar. Ik wenk haar. "Hier", zeg ik en stop het verbouwereerde kind een kaartje in haar hand. "Maar eerst thuis aan je moeder vragen. Of even bellen. Niet zomaar in die rij gaan staan." Ze is zo verbaasd dat ze niet eens bedankt. Tevreden lopen Merel en ik verder. We hebben allemaal een heerlijke avond. Als we de meiden ophalen, rijd ik achter een taxi aan en zit voor ik er erg in heb aan een agent uit te leggen hoe ik op de busbaan terecht ben gekomen. Even later is de auto vol verhalen, avonturen, adressen van nieuwe vrienden en de mededeling dat: "die malloot met die megafoon drie uur lang heeft gepraat." Waarvoor dank! Een kwartiertje later valt de achterbank in slaap. Dertien zijn is heerlijk. Maar erg vermoeiend.

Afdrukken