TERUG

Bril



"Wat ben je vreemd, zonder bril", zegt Merel tegen Jan die kippig zijn glazen oppoetst. Ze buigt zich over tafel, plotseling hevig geďnteresseerd in zijn kijkprothese, trekt gekke bekken en vraagt: "Kun je mij nu zien?" Jan doet hevig zijn best en knijpt zijn ogen tot spleetjes. "Ik zie een vage vlek", bekent hij. "Ja, maar wat zie je dan precies? Ik kan me daar geen voorstelling van maken." "Ik denk dat hij nu net zoveel ziet als jij met zijn bril op", help ik een praktisch handje. Dat biedt perspectief. "Mag ik?" Ze zet de bril op haar neus. Het geval heeft zo'n montuur dat de drager een nogal intellectuele uitstraling geeft en hij staat haar fantastisch! "Je ziet er verschrikkelijk intelligent mee uit", prijs ik. Ze stommelt bijziend naar de spiegel in de gang om het geheel te bewonderen. "Goed hč", grijnst ze als ze weer binnen komt. "Hoe staat hij jou, mam?" Ik zet hem op. Maar ik weet hoe ik eruit zie met een bril. "Frikkerig", zeg ik onmiddellijk. Ze staart me stomverbaasd aan. "Allemachtig! Je lijkt wel zo'n plaatje bij een 0-6 advertentie. Je weet wel, van: 'Hete schooljuf'!" Ik verbeter het record bril afzetten en Jan slaat dubbel over tafel van het lachen. "Nou ja", brom ik beledigd. Waar haalt ze het vandaan? Ik weet hier echt niets op te zeggen. "Schiet je op met je rommel? Dan kan ik tafel dekken", is het enige wat me op dat moment te binnen schiet. Eigenlijk moet ik gewoon dankbaar zijn dat er niemand bij was die echt geschokt is door haar opmerking. Want zij en haar zussen zijn al jarenlang gespecialiseerd in het maken van vreselijke opmerkingen op verkeerde momenten. Onder het eten halen we een paar anekdotes op. Jaren geleden liep ik met de meiden door een drukke winkelstraat. Een aantal punkers kwam ons tegemoet, op weg naar een actie om demonstratief proletarisch te gaan winkelen bij een supermarkt in de buurt. (Amber: "Wat is proletarisch winkelen?" Ik: "Wel kopen en niet betalen.") Ik had erover gelezen in de krant, dus ik keek er niet zo van op en zwoegde dapper tegen de stroom kleerscheuren, gekleurde kuiven en veiligheidsspelden in. Kirsten zat nog in de buggy en aan weerszijden daarvan hingen de boodschappentassen. "Ik vind die meneer helemaal niet mooi", wees Amber met haar vingertje naar een buitenmodel roodblauwe hanenkam met soldatenkistjes aan zijn maatje achtenveertig. "Ik ook niet", zei ik eerlijk. De jongeman hield zijn pas in, wierp mij, mijn kroost en al mijn tassen een verachtelijke blik toe en sprak luid en duidelijk: "En jouw moeder is een burgertrut!" Ik schoot in de lach en het meegenietende winkelpubliek deed mee. De meiden konden zich van het hele ontmoeting weinig herinneren. "Mooi verhaal", vindt Merel. "Maar wat ben je nu liever: een burgertrut of een... eh?" "Hou je mond, Merel!", sis ik. En met haar handen in brilvorm voor haar ogen roept ze: "Oké! Ik snap hem al!"

Afdrukken