TERUG

Brammetje



"Mam, help je me? Roep je dingen?" Ik roep vanachter mijn koffie. Sokken! Ondergoed! Zonnebrand! Badslippers! Merel controleert haar koffer. Bijna klaar om naar Kreta te vertrekken en daar twee weken te luieren met haar vriendje. "Dat is toch veel te jong", moppert mijn vader, terwijl hij het cupje koffiemelk omspoelt in zijn kopje koffie. Hij is blijkbaar al lang vergeten waar ik heen zwierf toen ik achttien was. Maar in mijn hart ben ik het natuurlijk roerend met hem eens. Kinderen worden in de ogen van de ouders nooit volwassen. Zeker niet zolang ze thuis wonen.

"Hoe lang kent ze die jongen eigenlijk?", moppert pa.
"Drie jaar, pap", zeg ik. Daar kijkt hij van op.
"Toch weet je het maar nooit", besluit hij. Geen tegenspraak mogelijk. Soms weet je het niet na jaren en jaren huwelijk. Dus hij heeft gelijk.
"Roep nou, mam!"
"Badgoed, eh… Boek! Papier en pen, adressenboekje, een badlaken?"
"Ik heb denk ik alles", bedenkt ze.
"Brammetje?", vraag ik. Bram is een speelgoedlam. Merel kreeg het bij haar geboorte en hij ligt nog steeds op haar bed.

Bram ging mee naar iedere werkweek, op iedere vakantie en toen ze klein was zelfs op ieder rondje boodschappen. Bram heeft een nacht gelogeerd in de bibliotheek en ze heeft de hele nacht niet geslapen van intens verdriet. Het beeld van die kleine hummel in felrose jurk die de volgende ochtend met uitgestrekte armen op Bram afstormde, die daar naast de computer trouw op haar te wachten stond, staat in mijn geheugen gegrift. Bram hing ooit met zijn oor aan een knijper bij de wolkraam op de markt en ze sprong bijna uit haar fietszitje toen ze hem ontdekte na een wanhopige zoektocht. Brammetje heeft al lang niet meer het wollige vachtje van weleer. Hij is kaal geknuffeld en één oor is onherkenbaar verminkt door veelvuldig gesabbel. Hij heeft lapjes op zijn lijf om te voorkomen dat zijn vulling eruit komt. Bram was een scherm tegen een boze en griezelige grote-mensen-wereld. Die functie lijkt hij al lang kwijt. Maar de liefde werd er niet minder om. "Heb ik!", roept ze. Mijn vader kijkt me vragend aan.
"Brammetje. Het lammetje", leg ik uit. Ze komt naar beneden, de immense koffer bonkend achter haar aan.
"Zit ie in de koffer?", vraag ik.
"Nee. Zo benauwd. In mijn handbagage", zegt Merel, een beetje verontschuldigend. En dan: "Kan ik later tegen mijn kinderen zeggen dat Bram ook in Griekenland is geweest." Nerveus bijt ze op haar lip. Nog even en ons vogeltje vliegt naar Kreta. Achttien lijkt heel volwassen. Gelukkig maar dat ze Brammetje heeft.

Afdrukken