TERUG
Blont
"Ik ben blond, ik ben blond, ik ben blond! Ik ben B,L,O,N...." Kirsten kijkt even zoekend om zich heen. Een T? Een D? En dan opnieuw: "Ik ben blond, ik ben blond, ik ben blond!" Dat alles met een onnozele blik en de glimlach van een fotomodel. Kwader kun je Amber niet krijgen. Maar zij is dan ook de enige die in dit huishouden een prachtige bos lange blonde krullen draagt. En hoewel dat haar iets is om enorm trots op te zijn, het is wel blond. Dus is ze dom. Volgens de enorme reeks 'blondjesmoppen' tenminste. De eerste keer kon ik nog wel om dat liedje lachen. Maar na een paar keer weet je het wel. Wel moet ik grijnzen om Amber, die zich de moppen nog steeds persoonlijk aantrekt en brult: "Ik ben niet dom!" "Blondje bij de kapper", kondigt Merel aan. Even kort: Het blondje draagt een walkman en de kapper vraagt om dat ding even van haar oren te halen. Valt ze dood neer. Luistert de verbijsterde kapper naar de koptelefoon, waaruit klinkt: 'Adem in, adem uit, adem in...' Kirsten giert en wij oordelen: "Flauwe mop." Amber zwijgt, eet en zint op wraak. De competitie tussen de drie zussen is groot. Een quiz, besluit Jan wijs. Dat is ook competitie en je steekt er nog wat van op. Hij heeft net Kirsten overhoord die de geschiedenis van de tweede wereldoorlog heeft bestudeerd op niveau groep acht, dus iedereen zou alle antwoorden moeten weten. "Wanneer en waar begon de invasie?" Kirsten mag het zeggen. Ze heeft gezwoegd op jaartallen, heeft enorm veel klokken horen luiden maar is regelmatig de klepels kwijt. "1944. Rusland. Veel bloed en ellende." "Dat is niet goed", zegt Jan kalm. "Welles! Dat vertelde mama. Van die jongens op het strand!" "Strand in Rusland?!", smaalt Merel. "Zeg jij het dan", valt Amber aan. Dat is een handige poging om te verbergen dat zij het ook niet weet en uiteindelijk komt Kirsten er zelf op, via de omweg Noorwegen. "Normandië!" Goed. Kirsten heeft een punt. Het onderwerp blond lijkt definitief verbannen. Tot Jan de vraag stelt: "Waarmee begon de tweede wereldoorlog?" "Bombardement op Rotterdam, 1940", roept Amber. En zo gauw ze Jan zijn hoofd ziet schudden, ratelt ze: "Rusland, 1940. Nee? Ardennen offensief. Oorlogsverklaring van Duitsland aan Engeland. Ook niet? Jeemig. Inval in Polen!" "Dat is goed. Wanneer?" "1940. Nee? 1933. Oh nee, dat is iets anders. 1939!" "Goed", zegt Jan opgelucht en verbijsterd om al die wonderlijke antwoorden. Merel schiet in de lach om de punt die Amber zo moeizaam in de wacht heeft gesleept, ziet dat ze zelf ver achter staat bij haar kleine zussen en zegt vals: "Jahaa, ik ben dan wel blond, maar ik kan wel een heleboel roepen!"
Afdrukken

