TERUG
Beentje
Ik kom uit een struikelende familie. Vallen over een parketsplinter, dat zit in onze genen opgesloten. Regelmatig stort ik aan Jan's arm bijna op de keien, zodat hij geërgerd opzij sist: "Wat doe je nou?" Dan wijs ik achter me. Daar ligt een berkenblaadje. Of een kiezel. Onderwijl hijst hij me weer verticaal, moppert dat ik mijn voeten moet optillen en moet kijken waar ik loop. En terwijl ik knik, haak ik als we oversteken alweer met de punt van mijn schoen in dat ene kleine gaatje in het asfalt. Soms kom ik andere struikelaars tegen die onverwachte hoeken slaan om geheimzinnige redenen. Meestal zijn het vrouwen. Ik knik ze altijd vriendelijk toe, als in een openbaar lotgenotencontact. Ze knikken nooit terug. De meeste mede-struikelaars kijken alleen onrustig rond of iemand gezien heeft dat ze zo'n malle sprong moesten maken om overeind te blijven. Ze hopen van niet en zitten niet te wachten op een vriendelijk knikje. Ik ren ook altijd het liefst zo onopvallend mogelijk door na een val. Mijn zuster is eens op het station over niets gestruikeld, zo snel mogelijk opgestaan en met de tram naar haar werk gegaan. Daar pas merkte ze dat haar arm gebroken was. Gewoon de pijn verdringen in de hoop dat niemand je val opmerkt. Maar mijn zus staat dan ook op struikelgebied op heel eenzame hoogte. Onlangs heeft ze haar persoonlijk record zo aanmerkelijk verbeterd, dat ze er zelf van onder de indruk was.
"Ik ben heel wat gewend, maar dit sloeg alles", verzucht ze aan de telefoon. Pas bij de koffie-automaat op haar werk zag ze de oorzaak: Ze had de hele weg afgelegd met twee verschillende schoenen aan. De ene bruin en de andere zwart. Aan het leed van sommige struikelaars komt waarlijk geen eind. Mijn moeder wist van veel winkels of ze lekkere koffie schonken. Want zij werd vaak naar binnen gehaald om even bij te komen na een malle valpartij voor hun etalage. Dat mijn vader bij een kousenfabriek werkte, was een zegen. Mam kwam zelden met gave knieën thuis. Ik keek dan ook vreemd op, toen mijn vader na het zien van de rapporten van zijn kleindochters tevreden opmerkte: "Prima resultaten. Zij komen dan ook uit een onwankelbaar geslacht." Ik zie mij moeder nog bij de slager naar binnen zeilen, in snoekduik over de grijze tegeltjes, zo langs de toonbank naar het gedeelte waar de slager met een hakbijl druk doende was een halve koe te bewerken. Er viel een diepe stilte in de winkel. De slagersvrouw en de twee dames voor de toonbank keken vol afgrijzen naar haar omhoog geschoven rok. En terwijl ik vanuit de deurpost toekeek hoe mijn moeder voorzichtig opkrabbelde, hoorde ik de slager geïnspireerd vragen: "Goedemorgen, mevrouw. Nog een beentje voor de hond?"
Afdrukken

