TERUG
Annie
Dag Annie M.G. Schmidt,
"Ach, Annie is dood", zeiden we oneerbiedig, maar oprecht geschrokken bij het zien van het journaal. Meteen zaten we de hele avond herinneringen op te halen en elkaar voor te lezen. Dat zou u leuk gevonden hebben, denk ik. Dat heel Nederland de boeken in dook om u zo te gedenken. Bij mij begon het met 'Abeltje'. Ik kreeg het voor mijn verjaardag. Wat een boek! Meneer Tump met zijn motteballen en juffrouw Klaterhoen die in New York nagezeten wordt door de hamburgerman. "Marry me!", roept de man wanhopig. "Ik heet geen Marie. Ik heet Klaterhoen", snibt Klaterhoen dan hijgend. Een vriendinnetje van de lagere school had 'Het fluitketeltje'. Dat lazen we niet alleen. Dat leerden we uit ons hoofd. Ik kan nog 'Meester van Zoeten' of 'De Genemuider kat' opdreunen. In een kinderkoor zongen we 'Zeven motten in een mantel'. En natuurlijk het onsterfelijke 'Dikkertje Dap'. Toen kwam 'Ja zuster, nee zuster' op de televisie. We gingen met de hele buurt kijken bij mevrouw Hoos. Die presenteerde dan een balletje uit het trommeltje terwijl wij meezongen met zuster Klivia. Later las ik de meiden voor uit 'Jip en Janneke'. Alleen draaide ik de namen wel eens om, omdat Janneke nooit iets durfde en Jip wel. Vindt u vast niet erg. Als je meiden hebt, wil je die ook wel eens opruien. 'Otje', dat hebben we volledig stuk gelezen. Dat was dan ook een meisje. Ik hoor zo weer Wim Sonneveld 'Margootje' zingen. Of 'Trek je wollen sokjes aan, Marjoleine'. En Connie Stuart met 'Zeur niet!' En Jenny Arean en Frans Halsema in dat wonderlijk mooie duet 'Vluchten kan niet meer'. En nog veel, veel meer. Ach, u reisde zo'n beetje m'n hele leven mee. Met liedjes, boeken en gedichten. En vooral met uw relativerende humor. Ik hoor het u nog zeggen in een interview. "Nou ja, als het een beetje ingewikkeld wordt in zo'n liedje over de toestand in de wereld, dan denk ik: er moet nu nodig een theezeefje in!" Met een grijns, een glas wijn en een sigaret. Van binnen een tobber, denk ik. Maar van buiten als tegenwicht maar snel een theezeefje. En het werkt. Regelmatig denk ik: "Nou ja, theezeefje", als het land waar de grote mensen wonen me te ingewikkeld wordt. Was het toeval dat ik op de vijftigste bevrijdingsdag op de rommelmarkt 'De A van Abeltje' kocht voor twee kwartjes? Ik had hem nog niet. Nu wel. Het boekje ligt naast mijn bed. Telkens als ik iets van u lees, denk ik aan Godfried Bomans. Hoe hij de Edison uitreikte aan Marlène Dietrich en sprak: "Had mijn vrouw maar één zo'n been." Schreef ik maar eens één zo'n zin, denk in nederig bij iedere waanzinnige vondst. En ik word een beetje opgewonden als ik in de krant lees dat u een gat achterlaat. Wat nou gat? Flauwekul! Nog jaren lees ik, zing ik, lees ik voor. Noem dat maar eens een gat. Voor mij is het een broodnodig theezeefje. Bedankt, mevrouw Annie M.G. Schmidt!
Aan een klein meisje
Dit is het land, waar grote mensen wonen.
Je hoeft er nog niet in: het is er boos.
Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen,
en altijd is er weer wat anders loos.
En in dit land zijn alle avonturen
hetzelfde, van een man en van een vrouw.
En achter elke muur zijn and're muren
en nooit een eenhoorn of een bietebauw.
En alle dingen hebben hier twee kanten
en alle teddyberen zijn hier dood.
En boze stukken staan in boze kranten
en dat doen boze mannen voor hun brood.
Een bos is hier alleen maar een boel bomen
en de soldaten zijn niet meer van tin.
Dit is het land waar grote mensen wonen...
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.
Afdrukken

