TERUG

De voedselketen


Refrein:


Da's de voedselketen, mijn kind
Je vreet en wordt gevreten
`t Is wreed wellicht, mijn kind
Maar dat is de voedselketen.

Toen de kleine witte vlinder zijn cocon verlaten had,
En zijn vleugeltjes oppompte, zei ik: Mama, zie je dat.
Hij wil naar de blauwe lucht en naar de bloemen.
Hij wil de zon zien en de bijen horen zoemen.
Maar al heel snel daalt de vlinder slordig neer op het gazon.
Op de schutting zit de kater, soezend in de ochtendzon.
In een hap is 't kleine wondertje verdwenen.
Mama zegt, terwijl ik stilletjes ga wenen:

Da's de voedselketen etc.


Met het paasfeest koop ik kuikens en bewonder ademloos,
Hoe ze groeien, drinken, eten in hun bruinkartonnen doos.
Iedere dag ga ik meer voor die kippen voelen.
Je kan ze ook zo lekker op hun koppie kroelen.
Maar al snel trekken ze lange vette wormen uit de grond.
En die grote pikt het kleintje alle veren uit zijn kont.
Mam zegt: Met de Kerst gaan wij die kippen grillen.
Ze legt uit waarom ik echt niet hoef te gillen:

Da's de voedselketen etc.


Jarenlang koopt mam een staatslot en ze wint een half miljoen.
Eindelijk worden dromen waar, dit heeft ze altijd willen doen:
'We gaan naar Borneo, een woeste stroom afzakken.
Jij mag ook mee, ga maar gauw je spullen pakken.'
En al snel ontdekken wij een hele primitieve stam,
Met aparte rituelen en een dreigende tamtam.
Ma blijft lang vanuit de kookpot kreten slaken.
Dus ik zeg haar om de cirkel rond te maken:


Da's de voedselketen, mama.
Je vreet en wordt gevreten.
't Lijkt wreed, wellicht, mama.
Maar dat is de voedselketen.