TERUG
Annet van 't postkantoor
Heb ik u verteld hoe ik
Laatst in het postkantoor
Postzegels ging kopen
voor de kaart van tante Noor
Ik stond in de rij en
De juffrouw in 't loket
Knipoogde koket naar mij
En zei: Ik heet Annet.
'Zeg Annet', zei ik, 'doe mij
Ook maar een ansichtkaart.'
Rechtsachter mij verscheen
Een enge vent, heel zwaar behaard.
Hij riep: 'Liggen knul' en
Toen hij mij ter aarde smeet
Zag ik hoe Annet het geld
In jute zakken deed.
De kerel grijnsde vals naar mij
En ook wel naar Annet.
Zijn stengun had hij handig
In haar linkeroor gezet.
Vanonder zijn nylonkous
Zag ik zijn valse blik.
Heer, bewaar mij en Annet,
Dacht ik dat ogenblik.
Toen hij was vertrokken
Heb ik snel Annet gezocht.
Ik was dan ook getuige
Van haar laatste ademtocht.
Bloedend sprak ze tot mij
Haar gelaat naar mij gewend:
'Dat is bij elkaar precies
Één euro, tachtig cent.'

