Boekfragmenten
Fragment uit: 'Van den Berg stort in':
Spiekbriefje
"Als je je opdracht hebt ingeleverd, ga je iets nuttigs doen," zeg ik plichtmatig tegen mijn klas. IJdele hoop van de leerkracht. Roepers in de woestijn zijn we. En omdat ik zo langzamerhand wel weet dat kinderen gezellig met elkaar willen kletsen als ze hun werk hebben ingeleverd, voeg ik eraan toe: "Of je gaat iets doen dat er tenminste nuttig uitziet." Het oog wil ook wat. En je kunt vanaf de gang zo mijn lokaal inkijken. Zo langzamerhand weten ze wel wat ik daarmee bedoel. Tas op de grond, jas uit, boek en schrift op de bank. Maar eerst zijn ze heel hard bezig met de opdracht voor Nederlands. En ik kijk een beetje rond. Lekker rustig zo. Hoe lang nog? Tot de eerste klaar is. Dat is een sein voor de anderen. Sneller werken! Pietje is al klaar! We gaan kletsen! En dat gaat weer ten koste van de concentratie van Jantje, die nu eenmaal langer tijd nodig heeft. Vandaag gaat het anders. Heel anders dan ik gewend ben. Als Riccardo als eerste zijn werk inlevert, vraagt hij: "Mogen we ook aan ons Duits? We hebben straks een heel groot proefwerk." "Natuurlijk," knik ik. "Reuze nuttig." Even later zit de hele klas met Duitse woordjes voor zich. Ze overhoren elkaar en zitten bloedig te pennen op grote vellen papier. "Doe je dat om te oefenen?" vraag ik aan Riccardo, die met grote hanenpoten een A4'tje volkalkt. Hij schudt schuldig zijn hoofd. "Dat is een spiekbriefje," biecht hij. "Jongen, dat is geen spiekbriefje! Dat is een spiekposter! Je moet een trappetje maken!" roep ik. Iedereen kijkt vol verwachting op. Dat is nog eens informatie waar een leerling iets aan heeft. Ik scheur ter illustratie een lange reep papier af en vouw een trappetje. Dan laat ik zien dat je dat briefje als een boekje om kunt slaan, zodat het heel klein blijft en makkelijk te verbergen. "En je kunt het aan twee kanten gebruiken," laat ik zien. Ze vinden het briljant. Absoluut een topper. De een na de ander slaat aan het vouwen. "De grap is, dat je moet proberen het zo klein mogelijk te maken. Alle woorden die je al weet, haal je eraf. Dan maak je telkens een nieuwe. Steeds kleiner," vertel ik. Ze knikken. Van den Berg heeft helemaal gelijk. Nuttig lesje is dit. "Uiteindelijk heb je zo vaak je trappetje overgeschreven en kleiner gemaakt, dat je het helemaal niet meer nodig hebt!" maak ik mijn verhaal af. Want dat is de grap van het maken van spiekbriefjes. Het is de ideale leermethode. "Soms heb je nog twee of drie woorden die maar niet blijven hangen. Die schrijf je op een briefje en dat stop je in je zak. Als je die woorden op je proefwerk krijgt, doe je je ogen dicht en dan kun je in gedachten dat briefje lezen. Slim hè?" "Nou, inderdaad," mompelen ze goedkeurend. Iedereen is met z'n tong tussen z'n tanden aan het krabbelen op reepjes papier. "Maar eigenlijk had je dit dus thuis doen. Want dan had je het nu al helemaal in kop zitten," zeg ik nog maar even, om de les compleet te maken. Dan gaat de bel. Ze pakken hun tas in en vertrekken. Tevreden kijk ik ze na. Hier hebben ze echt iets van geleerd, nietwaar? Wat ze hebben geleerd, blijkt in de pauze. Ze komen enthousiast op me afgehuppeld en Riccardo vertelt: "Dat was echt een supertip van u. Leraar Duits heeft niemand betrapt!"

